5-57COM

5-57COM

Commission de la Justice

Annales

MERCREDI 30 MARS 2011 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de Mme Inge Faes au ministre de la Justice sur «l'organisation de cours de formation afin de familiariser les avocats avec la jurisprudence Salduz» (nº 5-613).

Mevrouw Inge Faes (N-VA). - We hebben het wetsvoorstel Salduz goedgekeurd.

Om de advocaten vertrouwd te maken met de nieuwe gang van zaken sinds het arrest Salduz organiseert de balie van Antwerpen een cursus, die ook werd opengesteld voor andere balies. Het betreft een training bestaande uit een dag theoretische toelichting, gevolgd door een volledige dag praktische opleiding.

De theoretische toelichting bestaat uit twee delen: verhoortechniek en bijstandstechnieken. Het praktische deel bestaat uit een rollenspel waarbij verhoorsituaties gesimuleerd worden zodat de deelnemers kunnen leren hoe op bepaalde ondervragingsmethodes te reageren.

De aanzienlijke prijs van de opleiding stuit me een beetje tegen de borst, zeker omdat het merendeel van de advocaten die deze cursus nodig heeft pro Deo zal werken.

Ik heb de minister voorgesteld om de mogelijkheid na te gaan om, eens de wet is goedgekeurd, een uniforme opleiding voor alle betrokkenen te organiseren. Dat kan op lange termijn alleen de uniformiteit in de rechtspraak ten goede komen.

Minister Turtelboom heeft in dat verband mijn vraag al beantwoord. Ik kijk uit naar uw antwoord.

De heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie. - Vooraf wil ik stellen dat we beter afwachten wat de nieuwe Salduz-wet zal inhouden, want het debat is nog aan de gang. Gisteren vonden er nog hoorzittingen plaats in de Kamer. Het advies van de Raad van State werd gevraagd. De Senaat heeft een heldere tekst goedgekeurd, maar is nog commentaar van zowel de politie als de advocatuur.

Wat de opleiding van de advocatuur betreft, kan verwezen worden naar artikel 495 van het Gerechtelijk Wetboek, dat bepaalt dat de Ordes als taak hebben toe te zien op de beroepsopleiding van de advocaten-stagiairs en de vorming van de advocaten. Het behoort dus tot de wettelijk omschreven opdracht van de Ordes om te bepalen welke opleidingen ze organiseren en hoe ze die organiseren.

Het komt mij als minister van Justitie niet toe mij uit te spreken over de opportuniteit, de waarde en de prijs van het initiatief van de balie van Antwerpen. De overheid komt niet tussenbeide in de opleiding van de advocatuur, noch in de kosten ervan.

Wat de vraag naar het organiseren van gezamenlijke opleidingen betreft, lijk het me in eerste instantie opportuun dat de bevoegde overheden voor elke beroepsgroep afzonderlijk een opleiding zouden organiseren, zodat op het nieuwe aspect, namelijk voorafgaand consultatierecht en bijstandsrecht, gefocust kan worden op basis van de taken en opdrachten van elk van de betrokken actoren met respect voor de eigenheid en werkwijze van elk van deze actoren. Voor de politieagenten zal dit behoren tot de basisopleiding.

In de rechercheschool DSER van de federale politie wordt al jaren de cursus rechercheverhoortechnieken en audiovisueel verhoor van volwassenen gegeven. Dit zijn doecursussen aan de hand van rollenspelen. In de nieuwe rollenspelen zal, zodra de wet is goedgekeurd, ook de bijstand van de advocaten worden opgenomen, voor zover die willen meewerken.

In deze rechercheschool wordt sedert januari 2011 een module van drie uur in de Functioneel gerechtelijke opleiding, namelijk de opleiding die aan elke onderzoeker wordt gegeven, toegevoegd die gericht is op de Salduzrechtspraak.

Een bijscholing en aanpassing van Salduz zal ook worden gegeven als een aparte voortgezette opleiding aan al de onderzoekers die de bovengenoemde cursussen reeds eerder hebben gevolgd.

Een soortgelijke cursus recherche-verhoortechnieken wordt via het Instituut voor de Gerechtelijke Opleidingen (IGO) ook aangeboden aan de magistraten van de zetel en het parket. Dat instituut, dat instaat voor de opleidingen van magistraten, zal, zoals gebruikelijk, ook zorgen voor een opleiding over de nieuwe Salduz-wet in haar geheel.

Dit sluit niet uit dat op termijn ook beroepsoverschrijdende opleidingen kunnen worden georganiseerd. In eerste instantie lijkt het me raadzamer te focussen op de opleiding per beroepsgroep. Dit lijkt op korte termijn de snelst haalbare en de meest efficiënte werkwijze te zijn. Zodra de praktijk meer ingeburgerd is, kan het misschien ook opportuun zijn multidisciplinaire opleidingen te organiseren zodat ervaringen vanuit de eigen beroepsgroep kunnen worden uitgewisseld. Ik denk dat dit nodig zal zijn omdat de efficiëntie ook afhangt van de wijze waarop met elkaar afspraken kunnen worden gemaakt en hoe men zich op elkaar kan afstemmen.

Een ervaringsuitwisseling tussen advocatuur en politie en tussen advocatuur en onderzoeksrechters, in samenwerking met het parket, is nuttig om te weten hoe wordt gewaarschuwd, wat het probleem is en hoe de werking kan worden verbeterd. Ik denk dat we een methodiek van opleiding, in eerste instantie per actor en later sectoroverschrijdend, moeten organiseren. De eerste stappen zijn al gezet, maar we moeten deze zaak blijven volgen.

Mevrouw Inge Faes (N-VA). - Ik dank de minister voor zijn antwoord. Het verheugt mij te vernemen dat hij voorziet in opleidingen per beroepscategorie. Het is ook evident dat de balie de cursussen voor de advocaten moet organiseren. Tijdens de hoorzittingen die we in de commissie hebben gehouden, is gebleken dat zowel onderzoeksrechters als magistraten, advocaten en politiemensen duidelijkheid vragen. Het verheugt mij dan ook dat de minister de beroepsoverschrijdende opleiding op termijn niet uitsluit. Het is immers noodzakelijk ervaringen te kunnen uitwisselen met alle actoren op het terrein en te kunnen nagaan in welk arrondissementen de werking beter verloopt. Ik hoop dat we deze zaak binnenkort kunnen evalueren en dat het wetsontwerp-Salduz snel wordt goedgekeurd in de Kamer.