5-49COM | 5-49COM |
De heer Guido De Padt (Open Vld). - De beste oplossing om autocriminaliteit te bestrijden, zou erin bestaan de boorddocumenten steeds mee uit de wagen te nemen. Indien ze een kleiner formaat hadden, bijvoorbeeld de grootte van een bankkaart, zou de eigenaar van de wagen ze makkelijker kunnen opbergen en bijhouden. Wanneer de bestuurder het inschrijvingsbewijs mee uit de wagen neemt, dan is hij zeker dat het niet uit de wagen kan worden gestolen. Toch kan niet worden ontkend dat ook dit geen sluitend systeem is en dat diefstal van het inschrijvingsbewijs, bijvoorbeeld via diefstal van de portefeuille waar het inschrijvingsbewijs in wordt bewaard, mogelijk blijft. Een echt sluitend systeem bestaat vooralsnog niet.
Een tweede optie is het inschrijvingsbewijs in twee delen. De dieven zouden dan wel voor het tweede deel naar de woning van betrokkene kunnen gaan. Een sluitend systeem is dat dus ook niet. Bovendien staat of valt dit systeem met een sluitende controle in het buitenland. Indien het mogelijk blijkt ook met één deel van het inschrijvingsbewijs wagens in het buitenland in te schrijven, stokt het systeem. Bovendien kunnen de dieven hun actieradius verleggen naar andere landen. Op het eerste deel kan eventueel in diverse talen vermeld staan dat het niet om een erkend document gaat, zodat dit ook bekend is in het buitenland. In sommige Europese landen is het inschrijvingsbewijs in twee delen overigens al in gebruik.
Beide systemen kunnen natuurlijk worden samengevoegd: twee onderdelen, een klein in bankkaartformaat om op zak te hebben en een tweede voor thuis, al dan niet met de nodige kentekens erop.
De ideale oplossing is echter een Europees systeem van een inschrijvingsbewijs in twee delen, namelijk een klein en een groot, met daarnaast een sluitende controlestructuur. Het gaat hier dus om een gelijkvorming systeem voor heel Europa. Hamonisatie op EU-niveau biedt soelaas, althans in Europa, want ook hier geldt dat een sluitend systeem wereldwijd nog steeds niet voorhanden is. In het kader van het EU-voorzitterschap van ons land hebben de lidstaten alvast afspraken gemaakt met betrekking tot een betere controle.
Tot slot is er nog een andere mogelijkheid, namelijk soepelere opsporingstechnieken. Men zou de mogelijkheid kunnen creëren voor informatie-uitwisseling tussen de politiediensten en de privéspelers, zijnde de autoconstructeurs. Wanneer een dief in het buitenland een tweede sleutel aanvraagt en de fabrikant merkt dat die wagen of de boorddocumenten gestolen zijn, kan het land van herkomst worden ingelicht. De kruising van databanken kan dus een oplossing bieden.
Graag vernam ik of de minister het idee onderschrijft dat de beste oplossing erin bestaat het inschrijvingsbewijs uit de wagen te nemen. Of voelt zij meer voor het inschrijvingsbewijs in twee delen of gaat ze voor de combinatie van beide systemen? Kan de minister haar antwoord motiveren aan de hand van een afweging van de voor- en nadelen van de drie verschillen systemen?
Beschikt de minister over gegevens betreffende het succes van het inschrijvingsbewijs in twee delen tegen autocriminaliteit in de Europese landen waar het systeem wordt gebruikt? Acht zij het nuttig opdracht te geven tot een vergelijkend onderzoek?
Erkent de minister dat de ideale oplossing bestaat in een Europees systeem van een inschrijvingsbewijs in twee delen, met daarnaast een sluitende controlestructuur? Welke maatregelen heeft zij in gedachten om dit systeem te promoten?
Kan de minister bevestigen dat in het kader van het EU-voorzitterschap van ons land de lidstaten alvast afspraken gemaakt hebben voor een betere controle? Kan zij die afspraken toelichten?
Ziet de minister heil in het versoepelen van de opsporingstechnieken? Kan zij daarover bijkomende informatie verstrekken?
Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Binnenlandse Zaken. - Eind november 2010 heb ik de autobestuurders aangeraden hun boorddocumenten niet in de wagen te laten, maar ze steeds mee te nemen teneinde diefstal te voorkomen. In ons huidige systeem vormt dit immers de beste verzekering tegen fraude met boorddocumenten.
Volgens de vigerende wetgeving dienen het originele eendelig inschrijvingsbewijs, het internationaal verzekeringsbewijs en in voorkomend geval het keuringsbewijs zich in de auto te bevinden. De keuze van het systeem wordt gemaakt door de FOD Mobiliteit.
In de lidstaten waar wordt gewerkt met documenten in tweevoud, waarbij altijd een exemplaar in de wagen aanwezig moet zijn en het andere thuis wordt bewaard en bij de verkoop van het voertuig beide exemplaren moeten worden voorgelegd, blijkt dat systeem evenmin waterdicht te zijn. Ervaring en resultaten tonen wel aan dat de fraude veel lager ligt.
Voor de fraude met boorddocumenten behoren we in Europa helaas tot de trieste kopgroep. We zijn er niet helemaal zeker van, maar we denken dat het gebruik van het tweedelige document in de andere lidstaten voor het verschil zorgt. Het is namelijk al heel wat moeilijker om bij iemand in te breken om ook het tweede deel van het document in handen te krijgen.
Om verschillende redenen heeft de FOD Mobiliteit en Vervoer, ook al was de politie er wel voorstander van, echter niet voor dat systeem gekozen. Voor een omstandige uitleg over de voor- en nadelen kan de heer De Padt het best een vraag stellen aan de staatssecretaris voor Mobiliteit. Hetzelfde geldt voor de afspraken met andere EU-lidstaten. Hij is de man die deze dossiers onder zijn hoede heeft.
De heer Guido De Padt (Open Vld). - De Kamer heeft destijds een resolutie goedgekeurd met de aanbeveling om het inschrijvingsbewijs in twee delen in te voeren. Misschien kunt u dat even met uw collega bespreken, mevrouw de minister. Deze resolutie was immers hetzelfde lot beschoren als zovele andere: ze werd nooit uitgevoerd.