5-40COM

5-40COM

Commission de l'Intérieur et des Affaires administratives

Annales

MARDI 22 FÉVRIER 2011 - SÉANCE DU MATIN

(Suite)

Demande d'explications de M. Bert Anciaux au ministre de la Justice et à la ministre de l'Intérieur sur «des enquêtes pour corruption au sein des services de police» (nº 5-398)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Recentelijk raakte bekend dat het parket van Brussel een onderzoek voert naar corruptie bij de Dienst Luchtsteun van de federale politie. Een ploeg speurders viel binnen op de basis van deze dienst in Melsbroek. Mogelijk werden de politiehelikopters ingezet voor privédoeleinden en persoonlijke verrijking. Vermoedelijk nestelde deze corruptie zich vooral bij de leiding van dit onderdeel van de federale politie. Men stelde eveneens vast dat één van de piloten een job bij de politie combineerde met een job bij een privéhelikopterbedrijf.

Natuurlijk kan de minister nog geen bijkomende informatie geven over het gerechtelijk onderzoek. Het parket moet zijn werk doen en deze zaak ten gronde onderzoeken. Wel is het essentieel om nu al algemene vragen te stellen bij deze zaak en er hopelijk lessen uit te trekken.

Hoeveel bedraagt de geraamde schade in de betrokken corruptiezaak bij de Dienst Luchtsteun? Gaat het om een geïsoleerd en uitzonderlijk geval van mogelijke corruptie bij de federale politie?

Hoeveel dossiers met betrekking tot corruptie bij de federale politie en de lokale politie zijn er op dit ogenblik aanhangig bij de gerechtelijke diensten?

Hoe vaak stelde men in de periode 2001-2010 corruptie vast bij de federale politie? Over welke feiten ging het? Hoe evalueert en duidt de minister deze evolutie?

Hoe vaak stelde men in de periode 2001-2010 corruptie vast bij de lokale politie? Over welke feiten ging het? Hoe evalueert en duidt de minister deze evolutie?

Tot welke conclusies en maatregelen hebben deze gevallen geleid, welke lessen heeft men eruit getrokken en hoe zijn die in de praktijk toegepast? Kunnen deze maatregelen corruptie voorkomen? Kunnen politieagenten nog functioneren tijdens een gerechtelijk onderzoek waarin zij zijn betrokken? Welke richtlijnen bestaan hieromtrent? Behouden zij hun volledig of gedeeltelijk loon? Wordt dit teruggevorderd in geval van veroordeling? Stelt de Belgische Staat zich systematisch burgerlijke partij in dit soort strafzaken tegen eigen ambtenaren?

Hoeveel bedraagt de geraamde schade wegens corruptie en machtsmisbruik in de voorbije tien jaar bij de federale politie en bij de lokale politie?

Hoeveel politiemensen bij de federale politie en bij de lokale politie combineren hun baan met een job als zelfstandige of als werknemer in een privéfirma? Welke regels bestaan er hiervoor? Waarom wordt cumuleren al dan niet toegestaan? Welke meerwaarde heeft het cumuleren voor de federale of de lokale politie? Bestaat er een inkomensgrens voor gecumuleerde jobs?

Hoe worden eventuele klokkenluiders bij de federale of lokale politie beschermd?

Bestaan er aanwijzingen van bedreigingen of afpersingen van klokkenluiders of andere personeelsleden van de federale of lokale politie?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Binnenlandse Zaken. - Ik heb de verschillende vragen gebundeld. Ik kan geen schaderaming bezorgen gezien het lopende gerechtelijk onderzoek. De eventuele schade zal pas bekend zijn na het afsluiten van dat onderzoek.

Voor informatie over het totaal aantal dossiers met betrekking tot corruptie die momenteel aanhangig zijn bij de gerechtelijke overheden, moet ik u verwijzen naar mijn collega van Justitie.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik stel zeer vaak vragen die gericht zijn aan twee ministers.

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Binnenlandse Zaken. - Als ik de gegevens niet krijg, kan ik ze ook niet meedelen.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik ga ervan uit dat er nog een regering bestaat en dat de ministers antwoorden namens de regering. Ik zal de vragen aan de minister van Justitie stellen, maar ik begrijp niet waarom de ministers dat niet aan elkaar doorgeven.

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Binnenlandse Zaken. - Wij kunnen de informatie alleen doorgeven als we die op tijd krijgen. Ik kan de databanken van Justitie niet zelf raadplegen.

Ik kan u alleen de cijfers geven van het aantal strafonderzoeken door het Comité P, voor de periode 2001-2010:

2001: 9 dossiers (2 bij de federale politie en 7 bij de lokale politie);

2002: 16 dossiers (6 federale politie en 10 lokale politie);

2003: 20 dossiers (3 federale politie en 17 lokale politie);

2004: 22 dossiers (4 federale politie en 18 lokale politie);

2005: 21 dossiers (6 federale politie en 15 lokale politie);

2006: 17 dossiers (2 federale politie en 15 lokale politie);

2007: 20 dossiers (4 federale politie en 16 lokale politie);

2008: 21 dossiers (4 federale politie en 17 lokale politie);

2009: 9 dossiers (1 federale politie en 8 lokale politie);

2010: 6 dossiers (1 federale politie en 5 lokale politie).

De voorbije twee jaar stellen we dus een daling vast van het aantal strafonderzoeken door het Comité P naar corruptie bij de politiediensten. Voor meer informatie daaromtrent verwijs ik naar het Begeleidingscomité.

Diverse maatregelen werden reeds getroffen om de integriteit binnen de politie te bevorderen. Zo werd de deontologische code aangenomen bij koninklijk besluit van 10 mei 2006 en werd een Expertise- en adviespunt Integriteit in het leven geroepen. Ook werd en wordt er een campagne gevoerd via affiches, strips en dergelijke meer. Ook in de diverse opleidingen krijgt het punt de nodige aandacht.

De preventieve effecten van deze initiatieven zijn moeilijk cijfermatig weer te geven.

Politieambtenaren die in een gerechtelijk onderzoek zijn betrokken, kunnen in principe hun functies blijven uitoefenen.

De wet van 13 mei 1999 geeft de overheid wel de mogelijkheid een politieambtenaar voorlopig te schorsen gedurende een verlengbare periode van 4 maanden. Dat kan onder meer wanneer diens aanwezigheid onverenigbaar is met de goede werking van de dienst. De beslissing tot voorlopige schorsing moet geval per geval worden beoordeeld, rekening houdend met het belang van de dienst. Ze gaat gepaard met een loonverlies van 25%.

Er kunnen ook andere ordemaatregelen worden genomen, zoals de overplaatsing naar een andere dienst. Dat is ook met de chef van de luchtdienst gebeurd.

Indien de politieambtenaar strafrechtelijk wordt veroordeeld en de feiten tegelijkertijd ook een tuchtvergrijp uitmaken, kan de politieambtenaar via een tuchtprocedure een tuchtsanctie worden opgelegd, gaande van een blaam tot de afzetting.

Indien de Belgische Staat schade lijdt door het opzettelijk foutief optreden van haar politieambtenaren, stelt hij zich uiteraard burgerlijke partij.

Ik beschik niet over globale cijfers over de schade die corruptie en machtsmisbruik bij de politie aanrichten.

Wat de cumuls betreft, zijn er 209 registraties van operationele personeelsleden van de federale politie en 156 van operationele personeelsleden van de lokale politie die een bijkomende functie uitoefenen. Op een totaal van ongeveer 35 000 personeelsleden komt dit neer op ongeveer 1%.

De artikelen 134 tot 136 van de wet op de geïntegreerde politie bepalen de regels inzake de beroepsonverenigbaarheden van de personeelsleden van de politie. De regels zijn strenger voor de agenten dan voor de burgerpersoneelsleden. Individuele afwijkingen kunnen worden toegestaan voor bijkomende beroepen, betrekkingen of bezigheden die het belang van de dienst niet schaden en inzonderheid de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van het personeelslid niet in het gedrang brengen.

De afwijkingen worden toegestaan bij formeel gemotiveerde beslissing door de commissaris-generaal, de burgemeester of het politiecollege, na advies van de directeur-generaal of de korpschef. Niet zelden gaat het om academische activiteiten die zowel de ontplooiing van het individu als het politiewerk ten goede komen.

De regels inzake de financiële gevolgen van een cumul behoren niet tot mijn bevoegdheid, maar tot de bevoegdheid van de minister van Financiën.

Een politieambtenaar heeft, net zoals elke burger, het recht om een anonieme getuigenis af te leggen voor de gerechtelijke overheden (artikelen 86bis en volgende van het Wetboek van Strafvordering). Ook bij de het Comité P kan de politieambtenaar vragen dat zijn anonimiteit wordt gewaarborgd (artikel 16 van de wet van 18 juli 1991).

Het Comité P beschikt niet over aanwijzingen dat klokkenluiders of andere politiemensen zouden zijn bedreigd of afgeperst. Het heeft daarover nog geen onderzoek verricht.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik dank de minister voor het uitvoerige antwoord op de vragen die betrekking hadden op haar bevoegdheden.