5-35COM

5-35COM

Commission des Finances et des Affaires économiques

Annales

MERCREDI 9 FÉVRIER 2011 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Bert Anciaux au secrétaire d'État à la Mobilité sur «l'entreprise de sécurité opérant à l'aéroport de Zaventem et dans d'autres endroits stratégiques de notre pays» (nº 5-372)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Sinds 1 februari 2011 verzorgt een nieuw bedrijf de luchthavenbeveiliging op Brussels Airport. Het staat onder meer in voor het screenen van passagiers en bagage en voor het beveiligen van het luchthaventerrein. Deze beveiligingsgroep is een belangrijke en grote speler op het terrein van beveiliging; ze heeft 625 000 werknemers in meer dan 120 landen. Het bedrijf registreerde zich in Denemarken; het hoofdkwartier bevindt zich in Groot-Brittannië. Deze cluster van bedrijven staat onder meer in voor de veiligheid van de luchthavens Schiphol, Heathrow, Athene, Abu Dhabi en Bangkok.

Deze firma is ook in België erg actief, onder een iets andere naam. Op grootschalige evenementen levert ze personeel voor horeca, parking, hostessen, kinderopvang, vestiaire, beveiliging en begeleiding en transport van VIP's. Deze diensten worden uitgevoerd voor Brussels Expo, Flanders Expo, Antwerp Expo, Namur Expo en het Atomium. Veiligheidsmensen en hostesses van deze beveiligingsfirma vindt men voorts op Batibouw, het Vakantiesalon in Brussel en op vele andere plaatsen. Sinds juli 2009 zorgt het bedrijf in de Haven van Brussel voor camerabewaking en een permanente-dispatching. Een concurrerende firma kreeg er die maand een contract voor de mobiele bewaking.

De bewakingsfirma heeft sinds december 2009 een nieuw hoofdkantoor in Vilvoorde, waar driehonderd personeelsleden werken, maar stelt in heel het land 5 200 mensen te werk. In 2009 bedroeg de omzet van de Belgische groep 263 miljoen euro. Ze bewaakt ook de toegang tot de NAVO.

Volgens het jaarrapport 2009, vrijgegeven op 28 mei 2010, bezit deze bewakings- en beveiligingsfirma 91% van de grootste beveiligingsfirma in Israël. Die Israëlische firma, opgericht in 1937, is voornamelijk betrokken bij de Israëlische bezetting van Palestina. Ze staat in voor de lichaam- en bagagescanners aan de checkpoints op de Westelijke Jordaanoever, het elektronisch toezicht van gevangenen en de veiligheid in Israëlische gevangenissen en detentiehuizen. Ze levert er onder meer bewakers en veiligheidsapparatuur, camera's, alarmapparatuur, digitale opnametoestellen en doet er toegangscontroles. Ze staat dus in voor het dagelijks onderdrukken en vernederen van het bezette Palestijnse volk.

De Israëlische firma had in 2005 een omzet van 200 miljoen dollar. Het is een belangrijke factor in de privatisering van het Israëlische `veiligheidsvraagstuk'. Beveiligings- en controletechnieken en apparatuur worden uitgetest op Palestijnse burgers. Zo wordt de Palestijnse stad Jenin volledig ingesloten door een apartheidsmuur en kunnen Palestijnen van buiten de stad, als ze geluk hebben, `winkelpasjes' krijgen waarmee ze de stad binnen mogen. Onbemande drones fotograferen en beschieten Palestijnse burgers. Onbemande oorlogsboten vuren op Palestijnse vissers en onbemande Caterpillarbulldozers vernielen Palestijnse huizen.

Deze veiligheidsfirma verdient geld aan het verschaffen van veiligheidsuitrusting voor checkpoints en het leveren van gewapende bewakers voor joodse nederzettingen. De privatisering van bezetting en oorlog op de Westelijke Jordaanoever is identiek aan de methoden die momenteel in Irak en Afghanistan worden toegepast.

Daarenboven respecteert het Israëlische bedrijf de rechten van zijn personeel niet. Het kwam hiervoor al diverse keren in aanvaring met de Israëlische staat. Zo werd het in 2006 door de Arbeidsrechtbank in Nazareth veroordeeld, werd het verplicht om, zoals overeengekomen, pensioenbijdragen voor werknemers te betalen en moest het de praktijk om werknemers telkens binnen het jaar te ontslaan, stopzetten.

Het Internationaal Gerechtshof bevestigde in 2004 dat zowel de apartheidsmuur als de checkpoints een schending zijn van de internationale wetgeving en Palestijnen het recht op werk, gezondheid, onderwijs en een adequate levensstandaard ontzeggen.

Is de staatssecretaris ervan op de hoogte dat de beveiliging van de luchthaven van Zaventem wordt verzorgd door een firma die deel uitmaakt van een groep die ook het schandelijke en formeel veroordeelde veiligheidsbeleid van Israël uitvoert?

Vindt de staatssecretaris het moreel, ethisch en politiek aanvaardbaar en te verantwoorden dat onze nationale luchthaven in Zaventem, het Vakantiesalon in Brussel, diverse beurzen in ons land, het Europees Parlement en de NAVO worden bewaakt door veiligheidsagenten wier Deens moederbedrijf 91% bezit van het Israëlische bewakingsbedrijf dat al zo vaak in opspraak kwam?

Is de staatssecretaris bereid om hieromtrent maatregelen te nemen? Is hij onder andere bereid om bij aanbestedingen, en zeker bij beveiligingsaanbestedingen, het respecteren van de mensenrechten als opschortend criterium op te nemen?

De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister. - The Brussels Airport Company, TBAC, heeft in oktober 2010 de opdracht inzake het organiseren en realiseren van en de leiding over de diensten met betrekking tot de toegangs- en veiligheidscontrole op de luchthaven Brussel-Nationaal toegewezen aan G4S Aviation Security nv met maatschappelijke zetel te Brussel. Deze opdracht werd toegewezen conform de gunningsbepalingen van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, de zogenaamde overheidsopdrachtenwet.

De gunningscriteria betroffen zowel de prijs als de kwaliteit van de offertes, waarin begrepen criteria omtrent het contractmanagement en bedrijfsgebonden elementen, zoals het financieel draagvlak, de capaciteit, het personeelsbeleid, de relevante referenties en ervaring, de bedrijfsorganisatie alsook het beschikken over de vereiste vergunning.

G4S Aviation Security nv beschikt over de vereiste vergunning conform de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid. Bijgevolg heeft de minister van Binnenlandse Zaken, algemene directie van de Algemene Rijkspolitie, na advies van de Veiligheid van de Staat en van de procureur des Konings van Brussel, waar de onderneming gevestigd is, G4S Aviation Security nv erkend als bewakingsonderneming,.

TBAC heeft bij het gunnen van de opdracht conform de overheidsopdrachtenwet alleen informatie ontvangen over de bedrijfsstructuur in België en de band tussen de Belgische vennootschap en het moederbedrijf.

Cruciaal voor mij is dat de beveiliging van de luchthaven Brussel-Nationaal verzekerd is en garant staat voor een veilige luchtvaart voor alle betrokkenen: de crew, de passagiers, het luchthavenpersoneel, de luchthavengebruikers ...

Door het toekennen van de opdracht aan het Belgische G4S Security nv, dat weliswaar onderdeel is van een internationale beveiligingsgroep die wereldwijd actief is, maar dat voldoet aan de Belgische gunningscriteria, heeft TBAC de continuïteit van de beveiliging van de luchthaven gegarandeerd.

Een gunning van de opdracht in het kader van veiligheidsaanbestedingen waarbij één van de criteria opschortend is, zoals de heer Anciaux voorstelt, zou betekenen dat de gunningsbeslissing voorwaardelijk is, terwijl die volgens onze wetgeving definitief dient te zijn. Het zou bovendien tot gevolg hebben dat dergelijke opdrachten de facto niet uitvoerbaar zijn gedurende een bepaalde periode, met alle beveiligingsrisico's van dien. Daarom hebben wij de toewijzing van de overeenkomst aan G4S aanvaard.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik kan niets inbrengen tegen uw uiteenzetting. Juridisch bent u ingedekt. U hebt de regels gevolgd. Ik heb wel problemen met het feit dat de minister van Binnenlandse zaken blijkbaar een gunstig advies heeft afgeleverd, op basis van een advies van de Staatsveiligheid en van het parket. Als u, of de TBAC met een gunstig advies wordt geconfronteerd, moet u er wellicht rekening mee houden. Onze wetgeving bepaalt dat alles wat ik als parlementslid aanklaag, wordt onderzocht. Ik vraag me toch af of dit hier is gebeurd. Ik zal de bevoegde minister daarover ondervragen.