5-15COM

5-15COM

Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging

Handelingen

DONDERDAG 16 DECEMBER 2010 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Luc Sevenhans aan de minister van Landsverdediging over «de zoektocht naar de in 1965 neergestorte helikopter H21 in Kisangani/Buta in de Republiek Congo» (nr. 5-197)

De heer Luc Sevenhans (N-VA). - De voorgangers van minister De Crem hebben het nooit opportuun geacht om op zoek te gaan naar de helikopter, die op 27 juni 1965 tussen Stanleyville (Kisangani) en Buta is neergestort.

De oorzaak - namelijk de weersomstandigheden - en de vermoedelijke plaats van het ongeluk waren min of meer bekend.

Minister De Crem heeft terecht beslist om de zoekactie wel te laten uitvoeren, en dat minstens uit respect voor de overleden militairen. Ik wil de minister nogmaals feliciteren met de beslissing om het wrak te zoeken. Hij heeft hiermee echt respect getoond voor de overledenen.

Hoe komt het dat de voorgangers van de minister nooit de opdracht voor de missie hebben gegeven? Dat is toch wat vreemd, want ik heb in de pers gelezen dat de expeditie bijna rechtstreeks naar het wrak is toegestapt. Dat doet vermoeden dat de locatie van het wrak bekend was.

Heeft de minister zicht op het kostenplaatje van de zoekoperatie?

De heer Pieter De Crem, minister van Landsverdediging. - Ik verwijs naar het antwoord op de schriftelijke vraag nr. 112 van volksvertegenwoordiger Dirk Vijnck van 15 juli 2009.

Een helikopter van het type H21 stortte neer tussen Stanleyville (Kisangani) en Buta (Bas-Uele) in 1965. Toenmalige opzoekingen konden er niet toe leiden dat het wrak werd teruggevonden en het Militair Auditoraat heeft de zaak in 1967 `zonder gevolg' geklasseerd.

In 2005 hebben de families van twee van de drie verdwenen bemanningsleden een brief gestuurd naar de minister van Landsverdediging met de vraag een expeditie te organiseren om het wrak terug te vinden. De toenmalige minister gaf geen gunstig gevolg aan de vraag. Dezelfde families van de verdwenen bemanningsleden hebben hun vraag in 2009 opnieuw gesteld.

De organisatie van een expeditie werd door mijn voorganger verbonden aan bepaalde voorwaarden. Zo moesten de lokale autoriteiten toestemming geven voor de operatie. Ook moesten Belgische troepen ter plaatse beschikbaar zijn teneinde veiligheidsproblemen te vermijden. Ten slotte moest een gunstige weersperiode worden afgewacht om een beproevende mars van verschillende dagen in de jungle te kunnen doorstaan. Die voorwaarden waren zijns inziens toen niet vervuld.

Dan kom ik bij de operatie van enkele weken geleden. Na een moeilijke voettocht van verscheidene dagen door het dichte regenwoud, heeft het Belgische militaire expeditieteam op 3 december 2010 het wrak gevonden van de helikopter die in juli 1965 verdween in de buurt van Buta, in het noordoosten van Congo.

Militairen van het 2de bataljon Commando uit Flawinne, bijgestaan door Congolese collega's, gidsen en dragers hebben de expeditie na een lange voorbereiding halverwege de maand november opgestart.

Op 29 november 2010 verlieten ze de `bewoonde wereld' en kon enkel nog sporadisch vanuit open plekken in het oerwoud met België worden gecommuniceerd. Vlak voor de middag van 3 december kon het expeditieteam echter met enige trots melden dat het helikopterwrak was gevonden en positief kon worden geïdentificeerd aan de hand van immatriculatiegegevens.

Jammer genoeg zal geen repatriëring van de verongelukte bemanningsleden kunnen gebeuren daar geen stoffelijke overschotten werden teruggevonden.

Het expeditieteam keert rond 18 december terug naar België.

Behoudens de vluchten, die op het vliegplan van Defensie worden aangerekend, worden de kosten geraamd op 261 000 euro.

Er is ook een perscommuniqué verspreid om de militairen te bedanken, die aan de operatie hebben deelgenomen.

De heer Luc Sevenhans (N-VA). - Het is vrij logisch dat 45 jaar na datum geen stoffelijke resten meer worden gevonden. Maar het is wel goed dat nu eindelijk het bewijs is geleverd dat de helikopter niet verdwenen is, maar effectief is neergestort. Dat gegeven zal bijdragen tot het verwerkingsproces van de familie.

Ik vind het wel vreemd dat de zoekactie zo vlot is verlopen en dat men zo lang heeft gewacht om ze te ondernemen. Werden de hinderpalen voor een dergelijke actie in het verleden dan overschat of zijn er vandaag meer middelen voorhanden of beschikt men over betere informatie om eraan te beginnen?

De heer Pieter De Crem, minister van Landsverdediging. - Het antwoord op die vraag blijft open.

Ik ben maar eenmaal in Kisangani geweest, de grootste stad in de omgeving van de plaats waar de helikopter geacht werd te zijn neergestort. Daar was via de traditionele mondelinge overlevering zeer veel informatie te vinden over de plaats waar met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, het toestel was neergestort. Met die informatie, gekoppeld aan de ervaring en de grondige opleiding van onze militairen, werd een expeditie ondernomen, met het bekende resultaat.

De heer Luc Sevenhans (N-VA). - Eind goed, al goed.