5-543/1 | 5-543/1 |
29 NOVEMBER 2010
Deze resolutie pleit voor de inachtneming van de internationale rechtsregels en het niet-toepassen van de doodstraf in Irak, ook voor gewezen medestanders van dictator Saddam Hussein.
| Nele LIJNEN Bart TOMMELEIN. |
De Senaat,
A. gelet op de veroordeling van de voormalige Iraakse vice-president Tareq Aziz — samen met de voormalige minister van binnenlandse zaken, Saadun Shaker, en de persoonlijke secretaris van Saddam Hussein, Abdel Hamid Hamud — tot de doodstraf door verhanging, uitgesproken door het Hoog Irakese Strafgerechtshof (Supreme Iraqi Criminal Tribunal) in Bagdad op 26 oktober 2010;
B. overwegende dat Tareq Aziz door het Hof werd veroordeeld voor het « elimineren van religieuze partijen », waarbij men doelt op de campagne gelanceerd door het regime van Saddam Hussein in de jaren 1980 en 1990 tegen de sjiitische politieke partijen, welke gedurende die periode resulteerde in een serie arrestaties en veroordelingen van de meestvooraanstaande sjiieten;
C. overwegende dat er geen straffeloosheid kan bestaan voor de misdaden begaan door het beschreven Iraakse regime en dat de misdaden waarvoor Tareq Aziz samen met anderen terecht staat, zware en systematische inbreuken op de mensenrechten en het internationaal humanitair recht vormen;
D. overwegende echter dat het Iraakse gerecht de internationale rechtsregels in acht moet nemen die worden gehanteerd door de internationale ad-hoctribunalen en het Internationaal Strafgerechtshof, met inbegrip van het niet-toepassen van de doodstraf, zelfs in geval van oorlogsmisdaden, genocide en misdaden tegen de menselijkheid;
E. overwegende dat de processen tegen Tareq Aziz en zijn medebeschuldigden niet in overeenstemming met de internationaal erkende principes van onpartijdigheid en billijkheid lijken te zijn gevoerd;
F. overwegende dat de voormalige Iraakse vice-president een sleutelgetuige is om de waarheid omtrent de misdaden welke onder het regime van Saddam Hoessein zijn gepleegd aan het licht te brengen;
G. overwegende dat gelet op de hoge tol aan mensenlevens en menselijk lijden, het reconstrueren en bekendmaken van deze historische waarheid een recht is van de slachtoffers en de internationale gemeenschap en integraal deel uitmaakt van het verwerkingsproces;
H. gelet op het feit dat na de val van het regime van Saddam Hussein het op 18 december 2007 in de algemene Vergadering van de Verenigde Naties aanvaarde « Moratorium op de doodstraf » werd aangenomen door Irak,
Vraagt de regering :
1. Dringend tussen te komen bij de Iraakse autoriteiten om de executie van Tareq Aziz en zijn medebeschuldigden te voorkomen;
2. Er bij de andere lidstaten van de Europese Unie en bij de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid op aan te dringen een formele vraag aan de Irakese autoriteiten te richten om het Moratorium op de doodstraf herin te voeren, zodat het democratiseringsproces in Irak meer in lijn verloopt met de principes van de rechtsstaat en met respect voor de hoogste internationale rechtsprincipes.
9 november 2010.
| Nele LIJNEN Bart TOMMELEIN. |