5-276/1 | 5-276/1 |
12 OKTOBER 2010
Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 12 december 2007 in de Kamer van volksvertegenwoordigers werd ingediend (stuk Kamer, nr. 52-543/1).
Het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de partijen op het ogenblik van de rechtsingang en later in persoon of bij advocaat dienen te verschijnen (1) . Rechtspersonen kunnen in rechte verschijnen door tussenkomst van hun bevoegde organen : de identiteit van die organen moet voldoende blijken uit de dagvaarding : de rechtspersoon moet in elke stand van het geding de identiteit meedelen van de natuurlijke personen die organen zijn (2) .
In een gemeente komt de bevoegdheid voor het voeren van rechtsgedingen waarbij de gemeente hetzij als eiser, hetzij als verweerder betrokken is, toe aan het college van burgemeester en schepenen (3) . Er kan een advocaat worden aangesteld om de gemeente te vertegenwoordigen.
Behoudens wanneer het college van burgemeester en schepenen een advocaat heeft aangesteld en deze de gemeente vertegenwoordigt bij de procesvoering, kan de gemeente enkel in rechte verschijnen door het daartoe bevoegde orgaan, dit is het college.
Aangezien het college van burgemeester en schepenen als orgaan een collegiaal karakter heeft, kan de gemeente, daargelaten de mogelijke verschijning bij advocaat, enkel geldig in rechte verschijnen bij monde van het schepencollege, zodat de burgemeester en de schepenen naar de rechtbank zouden moeten om er de gemeente als procespartij te vertegenwoordigen (4) . In tegenstelling tot bijvoorbeeld de OCMW's (5) , kan een gemeente niet vertegenwoordigd worden door bijvoorbeeld de burgemeester of een ambtenaar (secretaris, ontvanger, ...).
Een en ander heeft tot gevolg dat de gemeente zich steeds door een advocaat moet laten vertegenwoordigen. Dat is natuurlijk niet de goedkoopste oplossing, vooral in zaken die niet echt een inhoudelijke discussie vergen of die zonder veel verdere plichtplegingen kunnen worden geregeld.
Bij de Raad van State kan het openbaar bestuur zich op de zitting wél laten vertegenwoordigen door een ambtenaar. Hier is het dus wel al mogelijk dat de gemeente ter zitting verschijnt door een daartoe door het college aangewezen ambtenaar of een lid van het college dat het met de zaak heeft belast (6) . Deze aanvaarding door de Raad van State heeft alles te maken met de aard van de procedure en de betwistingen.
De mogelijkheden voor een gemeente om in rechte te verschijnen, zijn dus thans beperkt. Dit wetsvoorstel wil de mogelijkheid creëren voor de gemeenten om (ook) in rechte te verschijnen via een lid van het college of een ambtenaar van de gemeente, die daartoe opdracht van het college van burgemeester en schepenen hebben ontvangen.
| Guido DE PADT. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Artikel 728, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek wordt aangevuld met een nieuw lid, luidende :
« In de rechtsgedingen waarbij de gemeente hetzij als eiser, hetzij als verweerder betrokken is, kan de gemeente vertegenwoordigd worden door een door het college van burgemeester en schepenen afgevaardigd lid of een door het college afgevaardigd gemeentelijk ambtenaar, die houder moet zijn van een schriftelijke volmacht. »
27 septembre 2010.
| Guido DE PADT. |
(1) Artikel 728, § 1, Gerechtelijk Wetboek.
(2) Artikel 703 Gerechtelijk Wetboek.
(3) Artikel 123, 8°, N. Gem. W.
(4) J. Baert en G. Debersaques, Raad van State — Afdeling Administratie — Ontvankelijkheid, Brugge, Die Keure, 1996, nr. 178.
(5) Artikel 728, § 3, Gerechtelijk Wetboek stipuleert dat het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn in bepaalde conflicten kan verschijnen bij monde van een effectief lid of een afgevaardigd personeelslid.
(6) J. Baert en G. Debersaques, Raad van State — Afdeling Administratie — Ontvankelijkheid, Brugge, Die Keure, 1996, nr. 178.