5-70/1

5-70/1

Belgische Senaat

BUITENGEWONE ZITTING 2010

9 SEPTEMBER 2010


Voorstel van resolutie betreffende de bevordering van de uitstroom van illegale vreemdelingen

(Ingediend door mevrouw Nele Lijnen en de heer Guido De Padt)


TOELICHTING


Dit voorstel van resolutie neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 19 januari 2010 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 4-1602/1 - 2009/2020).

België kent net als de andere Europese Lidstaten een toename van het aantal asielzoekers. Zeker in de laatste maanden zien we een toename : september 2009 (+ 500) en in oktober 2009 (+ 660). Dit is uiteraard niet zonder gevolgen voor het opvangbeleid.

Ondanks de inspanningen om de opvangcrisis op te lossen, heeft Fedasil sinds 12 oktober 2009 meer dan 1 200 asielzoekers geen verplichte plaats van toewijzing kunnen geven in een open centrum. De asielzoekers worden doorgestuurd naar een OCMW, waar ze materiële steun kunnen krijgen. Ook kunnen asielzoekers na vier maanden, mits enkele voorwaarden, financiële steun genieten. Gelet op de duur van de asielprocedure, dreigt dit een terugkeer te betekenen naar een veralgemening van de financiële steun. Dit creëert opnieuw een aanzuigeffect.

De overbevolking is ook een gevolg van het feit dat in de opvangcentra mensen verblijven die er eigenlijk niet of niet meer thuis horen. We denken hier aan personen die beschikken over een verblijfstitel, minderjarigen die samen met hun ouders illegaal in het Koninkrijk verblijven krachtens een koninklijk besluit van 24 juni 2004, personen van wie de asielaanvraag werd afgewezen en personen in beroep bij de Raad van State, maar die weinig tot geen kans maken om een recht op verblijf te verkrijgen. In totaal gaat het hier om bijna 4 000 mensen.

De Senaat heeft in het kader van de evaluatie van de wet houdende de opvang van asielzoekers tevens moeten vaststellen dat Fedasil en de Dienst Vreemdelingenzaken niet of nauwelijks samenwerken (1) .

Een onredelijk lang verblijf in een opvangcentrum is niet in het belang van de asielzoeker. Het versterkt te veel de indruk dat er een kans bestaat dat hij alsnog in aanmerking kan komen voor verblijfsrecht.

In een goed werkend asiel- en migratiebeleid is ook het werken aan terugkeer belangrijk. Indien dit aspect onvoldoende aandacht krijgt, dreigt een aanzuigeffect en bestaat het risico dat afgewezen asielzoekers in het illegale circuit terecht komen.

Nele LIJNEN
Guido DE PADT.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

Gelet op :

A. de huidige crisis in de opvangsector;

B. de stijging van aantal asielzoekers;

C. de overbevolking van de opvangcentra;

D. de beperkte uitstroom uit de opvangcentra;

E. het belang van een effectief verwijderingsbeleid.

Vraagt aan de federale regering :

1. de regularisatieaanvragen van de bewoners van de open centra bij voorrang te laten behandelen door de Dienst Vreemdelingenzaken om de uitstroom uit de open centra te optimaliseren. In geval van een negatieve beslissing, wordt onmiddellijk een vrijwillig terugkeerproject aangeboden;

2. de nodige maatregelen te nemen opdat uitgeprocedeerde asielzoekers in een programma van vrijwillige terugkeer stappen. Indien zij niet op deze uitnodiging ingaan, wordt deze informatie gemeld aan de Dienst vreemdelingenzaken en kunnen zij ter beschikking worden gesteld van de Dienst vreemdelingenzaken met het oog op hun, al of niet gedwongen, verwijdering uit het Rijk;

3. alles in het werk te stellen om nieuwe opvangplaatsen te creëren en geen financiële steun meer aan asielzoekers te verlenen;

4. het principe van de materiële steun, zoals voorzien in de opvangwet, te handhaven;

5. meer ontradingscampagnes te organiseren in de belangrijkste herkomstlanden;

6. een betere samenwerking te realiseren tussen Fedasil en de Dienst vreemdelingenzaken.

20 juli 2010.

Nele LIJNEN
Guido DE PADT.

(1) Zie stuk Senaat, nr. 4-1203/1, Evaluatie van de opvang van vreemdelingen.