4-116

4-116

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 18 MAART 2010 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Freya Piryns aan de staatssecretaris voor Begroting, Migratie- en asielbeleid, Gezinsbeleid en Federale Culturele Instellingen over ęde Afghaanse hongerstakersĽ (nr. 4-1160)

Mevrouw Freya Piryns (Groen!). - In Elsene zijn sinds maandag een dertigtal Afghanen zonder papieren in hongerstaking. We hebben de afgelopen jaren heel wat hongerstakingen gekend, maar gelukkig was het nu een tijd geleden dat er nog een dergelijke grote hongerstaking was. In de kranten lezen we dat die mensen aldus een regularisatie willen afdwingen, maar dat klopt niet helemaal. Deze mensen willen, waar ze volgens mij en volgens vele vluchtelingenorganisaties en anderen, ook recht op hebben, namelijk subsidiaire bescherming van onze overheid.

Die vorm van bescherming staat sinds 2006 in onze wet en is bedoeld voor mensen die niet als vluchteling kunnen worden erkend, maar die `een reŽel risico lopen om ter dood te worden veroordeeld of te worden geŽxecuteerd, om wreed, onmenselijk of vernederend te worden behandeld, of die ernstig worden bedreigd ten gevolge van willekeurig geweld in geval van een intern of internationaal gewapend conflict'. Die laatste woorden zijn absoluut van toepassing op de huidige situatie in Afghanistan.

Naar ik heb vernomen zou in de loop van februari een Afghaan naar Kaboel uitgewezen zijn. Op weg van Kaboel naar zijn dorp, zou hij door taliban vermoord zijn. Het departement van Buitenlandse Zaken zou daar momenteel een onderzoek naar voeren. Klopt dat verhaal? Zo ja, vindt de staatssecretaris het dan geen bewijs dat meer voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen?

De NAVO heeft nog steeds een zeer grote troepenmacht in Afghanistan. Het totale contingent telt niet minder dan 119 000 manschappen uit 42 landen, waaronder ook ons land. Het gaat om de grootste NAVO-operatie op dit moment. Helaas lijkt ze voorlopig niet voor meer veiligheid en rust te zorgen.

Integendeel! Human Rights Watch beweert namelijk dat in 2009 het geweld en de onveiligheid in Afghanistan opnieuw is toegenomen en het gewapende conflict zich over het hele land heeft verspreid. Ook het aantal aanslagen nam toe, met een steeds groter aantal burgerslachtoffers tot gevolg. De VN rapporteerde in de eerste tien maanden van 2009 ongeveer 2021 burgerslachtoffers. De afwezigheid van een objectieve rechtspraak toont aan dat het Afghaanse rechtssysteem fundamenteel faalt. Afghanen kunnen nog steeds willekeurig aangehouden en vastgehouden worden en het recht op een advocaat wordt hen vaak ontzegd. Ze krijgen vaak ook niet de mogelijkheid om hun aanhouding voor een onpartijdige rechter aan te vechten. Ontvoeringen om losgeld komen nog veelvuldig voor. In vele regio's hebben de voormalige krijgsheren nog altijd de macht en gebruiken ze intimidatie en geweld om hun controle te behouden.

Ik begrijp dan ook niet waarom de staatssecretaris de Afghaanse sans-papiers in Elsene of elders subsidiaire bescherming weigert te geven. Ik vraag me ook af hoe hij het verschil in beleid met heel wat van onze buurlanden verklaart. In Frankrijk en ItaliŽ bijvoorbeeld kreeg 78% van de Afghaanse asielzoekers in 2008 ofwel een erkenning als vluchteling ofwel een vorm van subsidiaire bescherming. BelgiŽ gaf dat maar in 23% van de gevallen. Hoe verklaart de staatssecretaris dat gigantische verschil? Hoe verklaart hij dat we nog altijd mensen terugsturen naar een land in oorlog, een land waar we zelf troepen en F-16's naartoe sturen? Hoe verklaart hij dat de dienst Vreemdelingenzaken eigenlijk enkel rekening houdt met het zogezegde aantal slachtoffers per vierkante kilometer, in een land waar zoveel burgerslachtoffers vallen en het geweld steeds verder om zich heen grijpt? Vanwaar die onwil van de Belgische overheid om Afghaanse asielzoekers te erkennen of gewoon maar tijdelijke bescherming te bieden? Meer dan dat laatste vragen deze mensen niet.

Wat is de staatssecretaris van plan met de hongerstakers in Elsene? Ik wil hier uitdrukkelijk zeggen dat ik die actie absoluut niet goedkeur. Hongerstakingen mogen we hoe dan ook nooit aanmoedigen. Maar bij een dergelijk wanhoopsbesluit vraag ik me af wat die mensen zover heeft gedreven. Hoe wanhopig moet iemand zijn voor hij zoiets doet? Hebben de staatssecretaris en/of zijn diensten al contact genomen met de hongerstakers? Ik kan alleen maar hopen dat dit niet het begin is van een nieuwe golf van hongerstakingen.

Heeft de staatssecretaris ten slotte weet van een onderzoek van het departement van Buitenlandse Zaken naar de dood van die teruggestuurde asielzoeker? Wat is zijn mening daarover?

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen. - Om te beginnen wens ik te benadrukken dat de Belgische wetgever, om een kwaliteitsvolle en onafhankelijke beoordeling van asielaanvragen in BelgiŽ te garanderen, de bevoegdheid voor de erkenning van het statuut van vluchteling en de toekenning van subsidiaire bescherming heeft toevertrouwd aan een onafhankelijke asielinstantie, met name het commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen. Elke asielzoeker kan rekenen op een grondig individueel onderzoek; het CGVS voert met elke asielzoeker een uitvoerig individueel gesprek. Bovendien heeft elke afgewezen asielzoeker de mogelijkheid tot een schorsend beroep in volle rechtsmacht bij de Raad voor vreemdelingenbetwistingen. Elke afgewezen asielaanvraag kan dus het voorwerp uitmaken van een jurisdictionele controle door deze onafhankelijke beroepsinstantie.

Het CGVS geeft een individuele beoordeling van elke asielaanvraag en dit volgens de criteria vastgelegd in de wet met betrekking tot de definitie van subsidiaire bescherming. Zowel voor de beoordeling van de erkenning van het statuut van vluchteling, als voor de beoordeling van de toekenning van het statuut van subsidiaire bescherming, wordt nagegaan of de asielzoeker geloofwaardige verklaringen aflegt over zijn identiteit, herkomst, nationaliteit, profiel, de aangehaalde feiten, enzovoort. In het kader van deze beoordeling maakt het CGVS een grondige en continue evaluatie van de actuele situatie in het land van herkomst, in casu Afghanistan.

Gedwongen terugleiding wordt enkel overwogen indien door bovengenoemde onafhankelijke instanties geoordeeld werd dat de betrokken asielzoeker niet in aanmerking komt voor internationale bescherming in BelgiŽ. Tegen een beslissing tot terugleiding kan eveneens een beroep bij de RVV worden ingesteld.

Mevrouw Piryns stelde ook een vraag over de behandeling van Afghaanse asielaanvragen en over het verschil in beleid tussen BelgiŽ en andere EU-lidstaten.

In lijn met de UNHCR Eligibility Guidelines for Assessing the International Protection Needs of Asylum-Seekers from Afghanistan van juli 2009 worden Afghaanse asielzoekers met een geloofwaardig risicoprofiel in principe in BelgiŽ als vluchteling erkend.

Net zoals in de andere lidstaten erkent het CGVS dat de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan zeer problematisch is en dat er op het ogenblik een gewapend conflict heerst. In lijn met het beleid van andere lidstaten stelt het CGVS echter ook dat de vluchtveiligheidssituatie echter erg verschilt van regio tot regio. Bijgevolg kan het statuut van subsidiaire bescherming niet automatisch worden toegekend aan personen afkomstig uit Afghanistan. Op basis van deze beoordeling werd in 2009 aan 40% van de Afghaanse asielzoekers een beschermingsstatuut toegekend, hetzij het statuut van vluchteling, 22,4%, hetzij het subsidiaire beschermingsstatuut, 18,2%.

In andere lidstaten wordt vereist dat personen afkomstig uit Afghanistan een bewijs van een individueel, bijzonder risico kunnen voorleggen. In BelgiŽ is dat echter niet het geval. Met andere woorden: ook aan onderdanen uit Afghanistan voor wie geen individueel, bijzonder risico bestaat om slachtoffer te worden van willekeurig geweld, kan een beschermingsstatus worden toegekend.

Ik wijs er ook op dat het CGVS, in tegenstelling tot het beleid in andere lidstaten, niet automatisch het principe van intern vluchtalternatief naar de hoofdstad toepast voor Afghaanse onderdanen die afkomstig zijn uit als onveilig beschouwde provincies. Ook hier is het door BelgiŽ gevoerde beleid in bepaalde opzichten ruimer dan dat van andere lidstaten.

Inzake de hongerstaking in Elsene wil ik er allereerst op wijzen dat in een rechtsstaat hongerstaking nooit het juiste middel kan zijn om gelijk te halen. Mevrouw Piryns heeft dat overigens ook gezegd. In BelgiŽ bestaan er wettelijke procedures die ik binnen een humaan, evenwichtig en efficiŽnt beleid wens toe te passen.

Ook kan ik zeggen dat de vice-eersteminister, belast met het Migratie- en asielbeleid, en mijn kabinetschef vorige vrijdag al een overleg hebben gehad met bepaalde de hongerstakers. We hebben tijdens dit gesprek herhaald dat voor deze personen, net zoals voor anderen in de asielprocedure, het CGVS het cruciaal acht dat het voldoende zicht krijgt op hun reŽle situatie. Het is belangrijk dat ze alle elementen naar voren brengen, zodat hun reŽle beschermingsnood correct en geval per geval kan geŽvalueerd worden.

Via de dialoog met de betrokken mensen willen wij zicht krijgen op hun individuele situatie, zodat we hen zo goed mogelijk kunnen begeleiden in de door de wet vastgelegde procedures. Daarom zal de directeur generaal van de dienst Vreemdelingenzaken contact opnemen met de hongerstakers.

Kortom, waar mogelijk zal ik bescherming of recht op verblijf toe kennen, maar steeds met inachtneming van de wet en de voorwaarden die ze oplegt.

Mevrouw Freya Piryns (Groen!). - Aan het einde van zijn uitgebreide antwoord zegt de staatssecretaris dat hij waar mogelijk de nodige bescherming zal bieden en dat hij zonodig het vluchtelingenstatuut zal toekennen. Voor het overige trekt hij de paraplu open van de onafhankelijke dienst die, geheel buiten zijn wil en macht om, de onderzoeken voert en beslissingen neemt.

Het klinkt allemaal logisch, maar ik blijf het cynisch vinden dat de staatssecretaris over een land als Afghanistan, waarvan we toch allemaal weten wat er gaande is, durft te zeggen dat we moeten nagaan of er een individueel bijzonder risico is en dat we geval per geval moeten nagaan of er werkelijk nood is aan bescherming. Afghanistan is gevaarlijk, tout court, voor iedereen die daar leeft, moet leven, voor iedereen die daar woont. Mensen verhuizen ook wel eens binnen een land. Om dan na te gaan of deze regio iets gevaarlijker is dan een andere, of hier iets meer doden per vierkante kilometer vallen dan in een andere regio, dat vind ik een zeer cynische afweging.

De staatssecretaris zegt dat het CGVS elk dossier zeer grondig onderzoekt. Dan moet hij me toch eens uitleggen waarom vele afwijzingen gebeuren op grond van het feit dat het CGVS de mensen ervan verdenkt al langer in BelgiŽ te zijn en hen op basis daarvan terugstuurt en niet op basis van de individuele beschermingsnood of het individueel bijzonder risico.

De staatssecretaris haalt ook allerlei regeltjes aan die BelgiŽ wel en andere landen niet zouden toepassen. Maar dat verklaart bij lange na niet - zelfs integendeel - het verschillend aantal Afghanen dat uiteindelijk bescherming krijgt.

Ik blijf het een schande vinden dat we mensen terugsturen naar een land waar we zelf F-16's naartoe sturen. Ik vraag de staatssecretaris dan ook dat hij zich niet verstopt achter een onafhankelijke dienst en dat hij zelf actief uitzoekt hoe wij bescherming kunnen bieden aan mensen die een land in oorlog zijn ontvlucht.

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen. - Ik kan alleen maar de wet respecteren. Over de erkenning als vluchteling en het verlenen van het statuut van subsidiaire bescherming oordelen onafhankelijke instanties zoals het commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen. Ik kan daar niet in tussen komen. Regularisaties behoren wel tot mijn bevoegdheid.

De situatie in Afghanistan is inderdaad bijzonder moeilijk. Daarom werd in verschillende gevallen het statuut van subsidiaire bescherming verleend en werden asielaanvragen erkend.