4-111

4-111

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 4 FEBRUARI 2010 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Elke Tindemans aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen over ęhet GoldstonerapportĽ (nr. 4-1082)

De voorzitter. - De heer Jean-Marc Delizťe, staatssecretaris voor Sociale Zaken, belast met Personen met een handicap, antwoordt.

Mevrouw Elke Tindemans (CD&V). - Bij de IsraŽlische operatie in Gaza in het najaar van 2008 schonden zowel IsraŽl als de gewapende Palestijnse groeperingen het internationaal humanitair recht. Om die reden gaf de VN-Mensenrechtenraad aan de Zuid-Afrikaanse rechter Goldstone de opdracht hiernaar een onderzoek te doen. Eind september 2009 werd een lijvig rapport voorgesteld waarin beide partijen beschuldigd werden van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. In een aanbeveling stelde het rapport dat beide partijen de aantijgingen binnen zes maanden moeten onderzoeken en verslag moeten uitbrengen aan de VN-Veiligheidsraad. Zo niet zouden de onderzochte cases doorverwezen worden naar de aanklager van het Internationaal Strafhof. Door de goedkeuring van een resolutie waarin de aanbevelingen worden bevestigd, belastte de Algemene Vergadering de secretaris-generaal met de monitoring van de interne onderzoeken door IsraŽl en de Palestijnen in Gaza.

De Europese Unie heeft geen eensgezind standpunt ingenomen bij de stemming van de resolutie in de Algemene Vergadering. Waarom niet?

Om welke reden heeft ons land zich op 5 november jongstleden onthouden? Welke houding zal ons land aannemen op de Algemene Vergadering van 5 februari waar de secretaris-generaal een verslag zal uitbrengen over de eerste vorderingen in de interne onderzoeken van IsraŽl en de Palestijnen?

BelgiŽ is thans voorzitter van de VN-Mensenrechtenraad en kan in deze een cruciale rol spelen. Welke rol ziet de minister voor deze instelling weggelegd voor de uitvoering en opvolging van het Goldstonerapport?

De EU had onder het voorzitterschap van de Zweden aangekondigd dat zij de interne onafhankelijke onderzoeken zou volgen. Is dat tot op heden gebeurd? Zo neen, waarom niet?

Vele externe waarnemers en mensenrechtenorganisaties hebben hun twijfels over de objectiviteit van dergelijke interne onderzoeken. Bovendien heeft IsraŽl laten weten geen onderzoekscommissie te zullen oprichten. Kan ons land een extern en onafhankelijk onderzoek schragen?

De heer Jean-Marc Delizťe, staatssecretaris voor Sociale Zaken, belast met Personen met een handicap. - Ik lees het antwoord van vice-eersteminister Vanackere.

De situatie in het Midden-Oosten is van oudsher een gevoelig onderwerp, w

aarover in de EU altijd zeer moeilijk een consensus wordt gevonden. BelgiŽ betreurt dat en heeft steeds zijn volle steun verleend aan de volgehouden inspanningen van het toenmalige Zweedse voorzitterschap om de 27 lidstaten op ťťn lijn te plaatsen.

BelgiŽ heeft zich bij de stemming onthouden omdat het liever een meer evenwichtige tekst had gezien, die oog had voor alle mensenrechtenschendingen en schendingen van het humanitair recht door alle betrokken partijen. Die onthouding ligt in de lijn van onze onthouding in GenŤve tijdens de twaalfde sessie van de VN-Mensenrechtenraad en in ons aanhoudend pleidooi voor een unaniem standpunt van de EU, zeker over gevoelige onderwerpen als de IsraŽlisch-Palestijnse kwestie.

We moeten een onderscheid maken tussen het Belgisch lidmaatschap van de Raad en de voorzittersfunctie, die op persoonlijke titel wordt bekleed door de Belgische ambassadeur bij de Verenigde Naties in GenŤve. In zijn rol als voorzitter van de Raad moet de ambassadeur, samen met de vier vicevoorzitters van de andere regionale groepen, het procedurele verloop van de sessies van de Mensenrechtenraad in goede banen leiden. Hierbij wordt gestreefd naar consensus, maar er is de voorzitter geen rol toebedeeld om inhoudelijke elementen in discussies of resoluties te promoten of te blokkeren.

Uiteraard is er voor de Raad een belangrijke rol weggelegd voor wat betreft de follow-up van het Goldstone-rapport, dat het resultaat is van de factfindingmissie die door de Mensenrechtenraad werd opgericht. Die opvolging van het Goldstone-rapport staat dan ook op de agenda van de eerstvolgende sessie van de Raad in maart.

De Europese Unie heeft inderdaad steeds het belang van eigen, onafhankelijke en geloofwaardige onderzoeken onderstreept. De EU en haar lidstaten blijven deze kwestie dan ook op de voet volgen in hun bilaterale contacten.

Het Goldstone-rapport is het resultaat van een extern en onafhankelijk onderzoek. Het rapport bevat verschillende aanbevelingen waarbij een gefaseerd proces voorop werd gesteld. De follow-up van de aanbeveling aan beide partijen om eigen onderzoeken in te stellen zal nu eerst worden beoordeeld door de Algemene Vergadering en de Mensenrechtenraad. Het is raadzaam het resultaat daarvan af te wachten.

Mevrouw Elke Tindemans (CD&V). - Het is uiteraard belangrijk de stemming van morgen in de Mensenrechtenraad af te wachten. Als die stemming echter niet het verwachte resultaat geeft, is het belangrijk dat BelgiŽ, als voorzitter van de Mensenrechtenraad, aandringt op mogelijke acties en eventueel op een nieuw, extern en onafhankelijk onderzoek.