4-110

4-110

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 28 JANVIER 2010 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de Mme Anke Van dermeersch au secrétaire d'État aux Affaires sociales, chargé des Personnes handicapées sur «la mutilation génitale» (nº 4-1401)

M. le président. - M. Melchior Wathelet, secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales, répondra.

Mevrouw Anke Van dermeersch (VB). - Genitale verminking is een zware problematiek. De oorzaken ervan vergen een harde aanpak.

Op 4 maart 2004 heeft de Senaat eenparig een resolutie aangaande seksuele verminkingen (stuk Senaat nr. 3-523/2 - 2003/2004) aangenomen. De resolutie wees erop dat wereldwijd al meer dan 130 miljoen jonge vrouwen en meisjes seksueel verminkt zijn en elk jaar mogelijk nog eens 2 miljoen vrouwen datzelfde lot moeten ondergaan. Een soortgelijke resolutie wordt momenteel nog behandeld (stuk Senaat nr. 4-533/1 tot 3 - 2007/2008).

Deze gewoonten en praktijken druisen in tegen de fundamentele rechten van de vrouw. Ze komen echter niet alleen voor in Afrika, maar ook in migrantengemeenschappen in andere landen. Ook in ons land zouden in de grootste clandestiniteit vrouwen en meisjes genitaal verminkt worden door zogeheten besnijdsters.

Beide resoluties dringen er bij de regering dan ook op aan om naast de belangrijke preventieve aanpak, al wie zich schuldig maakt aan seksuele verminking in de migrantengemeenschappen op Belgisch grondgebied krachtens artikel 409 van het Strafwetboek te vervolgen. De Nomenclatuurcommissie zou inmiddels op vraag van het College van procureurs-generaal aan dit misdrijf een preventie- en kwalificatiecode hebben toegekend teneinde over precieze statistieken daarover te kunnen beschikken. Desondanks zijn tot op heden geen cijfers bekend. Ik heb er al enkelen keren om gevraagd.

In februari 2008 deelde de minister van Justitie nog mee dat hij hierover nogmaals inlichtingen zou vragen aan het College van procureurs-generaal (Kamer, CRIV 52 COM 110, blz. 15).

Volgens een recent doctoraatsonderzoek hinkt België achterop in vergelijking met andere Europese landen en dat er dringend nood is aan informatie en debat.

Heeft de Nomenclatuurcommissie inmiddels het misdrijf genitale verminking volgens artikel 409 van het Strafwetboek een eigen preventie- en kwalificatiecode toegekend? Zo ja, sinds wanneer?

Weet de minister intussen hoeveel gerechtelijke dossiers omtrent genitale verminking in ons land zijn geopend? Die kennis is toch vereist om een beleid te kunnen uitstippelen. In hoeveel gevallen is er vervolging ingesteld?

Indien nog steeds geen officiële statistieken voorhanden zijn, wat is de reden hiervan, gezien ze al in 2004 werden beloofd? Wat gaat men concreet ondernemen om die statistieken snel ter beschikking te stellen?

In 2006 bestelde de staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap een juridische studie over genitale verminking. De resultaten van die studie zouden worden gebruikt om het beleid aangaande de problematiek van genitale verminkingen te evalueren. Over welke studie gaat het? Welke instantie werd gevraagd die studie uit te voeren? Zijn de resultaten van die studie al bekend? Is het juridische beleid terzake al geëvalueerd?

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen. - Ik lees het antwoord van minister Onkelinx.

De Commissie geneesheren-ziekenfondsen onderzoekt nog altijd de vraag over een eventuele terugbetaling van herstelchirurgie na een genitale verminking. Ik zou voor het einde van het eerste trimester van 2010 over het standpunt van deze Commissie moeten geïnformeerd zijn.

Collega Stefaan De Clerck, minister van Justitie, zal volgende week op de laatste drie vragen antwoorden. Ik heb ze hem bezorgd.

Mevrouw Anke Van dermeersch (VB). - Ik dank de staatssecretaris voor de lezing van een antwoord waaraan hij zelf natuurlijk niets kan veranderen.

Ik stel de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, een vraag over de genitale verminking. Ik heb absoluut niets gevraagd over een terugbetaling van verstrekte zorg. De minister antwoordt volledig naast de kwestie.

Ik doe alle moeite om mijn vraag mondeling te formuleren, waarvoor niemand graag zeer lang aanwezig blijft, en dan gebeurt mij dit. Dat is eigenlijk geen manier van werken.

M. le président. - L'ordre du jour de la présente séance est ainsi épuisé.

La prochaine séance aura lieu le jeudi 4 février à 15 h.

(La séance est levée à 19 h 50.)