4-109 | 4-109 |
De heer Karim Van Overmeire (VB). - In zijn antwoord op mijn vraag van 7 januari had de minister beloofd om op mijn vragen inzake de compensatieregeling en het overleg met de gewesten schriftelijk te antwoorden. Tot nu toe heb ik nog niets ontvangen. Mag ik de minister vragen dat eens na te kijken? Ik verwacht daarop in elk geval een antwoord.
Op 7 januari antwoordde de minister ook dat de onderhandelingen over het A400M-programma goed opschoten: `Ik geloof en hoop' - de liefde ontbreekt nog - `dat het dossier tot een goed einde wordt gebracht'.
Ondertussen zijn er een aantal nieuwe elementen. Zo maakte het Duitse Handelsblatt gisteren bekend dat volgens een audit van PricewaterhouseCoopers de kosten voor het project voortdurend en zwaar werden onderschat. Volgens het auditrapport zijn de ontwikkelings- en productiekosten van het toestel met 11 miljard euro gestegen. EADS, het moederbedrijf van Airbus, zou 7,6 miljard euro ervan probleemloos zelf kunnen dragen, maar EADS ontkent dit ten stelligste.
Na de kerstboodschap van Thomas Enders van Airbus, stuurde EADS-topman Louis Gallois vorige week trouwens nog een niet mis te verstane waarschuwing in de richting van de zeven deelnemende landen: het programma heeft geen toekomst wanneer niet alle afnemende regeringen bereid zijn om een deel van de stijgende kosten te dragen. Hoewel beweerd wordt dat de zeven op de vergadering in Londen afgelopen week een gemeenschappelijk standpunt hebben bereikt, blijven de meningen op het vlak van de meerkosten sterk verdeeld. Frankrijk is duidelijk bereid om meer te betalen. Duitsland is daartoe niet bereid. Volgens EADS zou een mogelijke oplossing erin bestaan dat bepaalde specificaties en/of prestaties van het vliegtuig uit het contract worden geschrapt zonder te raken aan de efficiëntie van het transportvliegtuig. Op die manier zouden geen extra middelen nodig zijn. Andere bronnen suggereren dan weer een verlaging van het aantal te leveren vliegtuigen om de meerkosten te compenseren.
Het auditrapport voert in ieder geval de spanning tussen de partnerlanden en EADS/Airbus op, en misschien ook tussen de partnerlanden onderling. Vandaag staat opnieuw een vergadering op de agenda, deze keer in Berlijn. Volgens een zogenaamd betrouwbare bron wordt die vergadering het begin van wekenlang hard onderhandelen en bestaat er weinig kans dat de juniorministers tot een oplossing komen. In ieder geval werd al aangedrongen op een oplossing tegen de informele vergadering van de NAVO-defensieministers in Istanbul op 4 en 5 februari.
De minister gaf op 7 januari te kennen dat het dossier hem warm noch koud laat. Ik heb daarvan toen akte genomen en stel vast dat het vandaag nog steeds aan een echt regeringsstandpunt ontbreekt. In de krant lezen we het Franse en het Duitse standpunt, maar een helder Belgisch standpunt blijft uit. België is weliswaar een kleine speler, maar is toch één de zeven spelers.
Mijn vragen zijn de volgende.
Klopt het dat de minister eind vorig jaar reeds over de resultaten van het auditrapport beschikte en hoe staat hij daartegenover?
Heeft de regering nu een duidelijk standpunt ingenomen? Er zijn vier mogelijkheden: we trekken ons terug uit het A400M-programma; we zijn tevreden met minder toestellen; we zijn tevreden met toestellen met andere specificaties en prestaties; of we zijn bereid om meer betalen.
Mocht dat laatste het geval zijn, over welke meerkosten gaat het dan voor ons land en hoe zullen die meerkosten worden opgevangen?
Wat is het resultaat van de vergadering van vorige week in Londen?
Wat wordt van de vergadering in Berlijn verwacht? Welk standpunt zal België in Berlijn innemen?
De heer Pieter De Crem, minister van Landsverdediging. - Mocht u het antwoord op uw vraag over de Compensatienota nog niet hebben gekregen, dan zal ik u dat zo snel mogelijk laten bezorgen. Ik meende dat ze door de diensten van Landsverdediging verstuurd was. Met mijn verontschuldigingen als dat nog niet gebeurd is.
PricewaterhouseCoopers heeft in 2009 een auditverslag voorgelegd aan de landen die partner zijn in het project. Het standstill agreement is ook een `hear still' agreement en een say `no' agreement, dat op 31 januari van dit jaar afloopt. Dat is dus nog een tiental dagen. Ons is verzocht gedurende die periode geen antwoorden of commentaar te geven.
Dat is voor mij geen voorwendsel om geen commentaar te geven bij het dossier. Ik neem enerzijds het standpunt in van een loyale uitvoerder. Dit project werd meer dan tien jaar geleden door een Belgische regering op gang gebracht ik probeer mij de uitvoerder te tonen van een project met een aanvaardbaar resultaat.
De onderhandelingen tussen alle partners lopen, maar ze leveren niet het verwachte resultaat op.
In het dossier privilegieert België een zekere solidariteit met de Europese partners. Ik wil echter ook onze inhoudelijke, materiële en financiële inbreng laten prevaleren. We hebben voor prefinanciering gezorgd. Wat we hebben geïnvesteerd, moet daar dan ook uit kunnen komen.
De vergadering in Londen had tot doel de naties die aan het initiële project deelnamen, opnieuw rond het oorspronkelijke doel te verenigen. De vergadering van vandaag in Berlijn, waar een luitenant-generaal van mijn kabinet aan deelneemt, is bedoeld om een strategie te bepalen die op korte termijn betaalbaar is. Laat dat duidelijk zijn.
Dat is ook de boodschap die België in dit dossier uitdraagt. Het resultaat van de onderhandelingen is dus dat we op gemeenschappelijke basis bekijken hoe we tot een goed resultaat kunnen komen. Landen hebben hun engagement bevestigd, maar niet tegen elke prijs. Prijs staat in dit geval voor kwantificatie en niet kwalificatie.
De vergadering in Berlijn heeft tot doel de onderhandelingen met de industrie af te ronden en met alle deelnemende naties een akkoord te bereiken. De vergadering is gestart rond 15 uur.
U zegt soms dat u het standpunt van andere deelnemende landen mist. Dat bestaat erin dat zij in dit project geïnvesteerd hebben omdat hun vrachtvervoerders, voor de meeste landen de Transalls, door en door versleten zijn en er echt nood is aan een nieuw militair vrachtvliegtuig.
Dat zou men een pressing need kunnen noemen. Ten tweede blijft de duidelijkheid gewoon bestaan. Voor ons is A400M een belangrijk dossier dat al meer dan een decennium aansleept. Het heeft bovendien belangrijke financiële gevolgen voor ons land. Net als de regering vraag ik dus duidelijkheid. Als het dossier A400M vastloopt, zullen we uit het project stappen en bekijken hoe we onze luchtvrachtcapaciteit op peil kunnen houden. Op zich laat het dossier mij inderdaad warm noch koud. Ik wil alleen een beduidende capaciteit aan militair vrachtvervoer die op onze behoeften is afgestemd. Dat is het enige wat in deze discussie telt.
De heer Karim Van Overmeire (VB). - Ik begrijp dat de minister in het parlement een antwoord moet geven, maar dat hij tegelijk niet het achterste van zijn tong kan laten zien aangezien de onderhandelingen nog aan de gang zijn. Ik stel wel vast dat de minister nu pessimistischer klinkt dan op 7 januari toen de onderhandelingen naar zijn aanvoelen nog goed opschoten en hij nog op een positieve afloop hoopte. Nu zegt de minister dat de onderhandelingen nog lopende zijn, maar niet het gewenste resultaat hebben. Het gaat dus niet zo goed.
Kan de minister laten weten wanneer hij juist een beslissing zal nemen?
De heer Pieter De Crem, minister van Landsverdediging. - Het heeft geen zin om verstoppertje te spelen. De komende weken of maanden zal immers duidelijk worden of het dossier A400M al dan niet een succes wordt. Een mislukking zou evenwel een echte ramp betekenen voor al de grote Europese landen die in deze capaciteit hebben geïnvesteerd. Zo hebben onze Franse en Britse collega's gewacht om andere toestellen te kopen. De Belgische levering was aanvankelijk gepland voor eind 2017, dan 2018, maar nu misschien voor 2019. Als het dossier A400M wordt stopgezet dan zal ik als een goede beheerder voorstellen ons uit dit dossier terug te trekken en - met het oog op de vervanging van onze hoogbejaarde C-130 Hercules vliegtuigen, want daar gaat het uiteindelijk om - off the shelf de meest nuttige zaken aan te kopen met de karige middelen waarover we beschikken.