4-108

4-108

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 14 JANVIER 2010 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Louis Ide à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur «le numéro central pour les dentistes de garde» (nº 4-1341)

Demande d'explications de Mme Cindy Franssen à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur «le numéro central pour les dentistes de garde» (nº 4-1357)

M. le président. - Je vous propose de joindre ces demandes d'explications. (Assentiment)

M. Carl Devlies, secrétaire d'État à la Coordination de la lutte contre la fraude et secrétaire d'État, adjoint au ministre de la Justice, répondra.

De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - `Centraal nummer voor tandartsen van wacht' was de kop van een artikel in Het Laatste Nieuws. Dat nummer is een verbetering voor de dienstverlening ten opzicht van de patiënt, die nu op één nummer terechtkan in de plaats van op de vroegere negentien nummers van de lokale afdelingen van het Verbond der Vlaamse tandartsen. Toch blijkt er in het nieuwe nummer ook een angel te zitten. De patiënt moet er namelijk voor betalen, terwijl het VVT zelf benadrukt dat de wachtdienst enkel geldt voor een noodbehandeling. Men maakt op deze manier misbruik van de nood van een patiënt.

Niet alleen de patiënt moet betalen voor de wachtdiensten die het VVT organiseert. Tandartsen die niet aangesloten zijn bij het VVT, dienen twintig euro te betalen om zich voor de wachtdienst te kunnen inschrijven, anders komen ze niet aan hun verplichte inschrijving op de rol van hun Provinciale Geneeskundige Commissie. Er zijn namelijk tandartsen die lid zijn van een andere of van geen enkele beroepsvereniging. En toch schrijven tandartsen zich in de praktijk in voor de wachtdienst.

Waarom moeten patiënten betalen om naar de wachtdienst te bellen? Naar wie gaan de inkomsten? Is het niet logischer dat de werkende tandarts wordt beloond?

Is de wachtdienst voor tandartsen te allen tijde verplicht? Zo ja, waarom moeten tandartsen die niet aangesloten zijn bij het VVT twintig euro betalen? Is het niet logisch dat, als de overheid tandartsen tot wachtdienst verplicht, ze daarvoor niet hoeven te betalen? Is het niet logisch dat er ook een soort wachtdiensthonorarium komt, een permanentiehonorarium, zoals bij bepaalde artsen-specialisten? Ik hoop trouwens dat dit systeem na de recente uitspraak van de Raad van State wordt uitgebreid.

Wat gaat de minister doen om het centraal nummer gratis te maken voor patiënten en de deelname van tandartsen aan de wachtdienst kosteloos te maken?

Mevrouw Cindy Franssen (CD&V). - Het Verbond der Vlaamse tandartsen heeft het initiatief genomen één oproepnummer te activeren waar patiënten in heel Vlaanderen terechtkunnen bij noodgevallen. Door de invoering van een centraal nummer kunnen patiënten veel makkelijker de dichtstbijzijnde tandarts van wacht bereiken en dat verbetert uiteraard de toegankelijkheid van de dienstverlening.

Het VVT heeft dit initiatief, dat sinds 1 januari 2010 in werking is, zelf genomen omdat het als representatieve beroepsorganisatie vaststelde dat noch het RIZIV noch de FOD Volksgezondheid werk maakte van een algemene aanpak van de organisatie van de wachtdienst bij tandartsen, naar analogie met initiatieven voor de huisartsen.

Tot zover het positieve nieuws. Het probleem is echter dat het gaat om een commercieel 0900 nummer. De wachtdienst Algemeen Tandarts is in heel Vlaanderen bereikbaar tijdens het weekend en op wettelijke feestdagen tussen 9 en 18 uur. Via het centrale nummer wordt de patiënt doorverbonden met de dichtstbijzijnde tandarts van wacht. De oproeper wordt ook automatisch ingelicht dat het om een betalend nummer gaat, met een tarief van 1,5 euro per minuut. Als het callcenter de oproep niet binnen zestig seconden kan beantwoorden, wordt de oproeper teruggebeld.

Erkent de minister dat het beter organiseren van de wachtdienst van de tandartsen veeleer een taak is van de overheid en is ze van plan hierin stappen te doen? Het is niet echt consistent dat er voor de huisartsenwachtdienst wel naar een normaal zonaal centraal nummer kan worden gebeld, maar dat er voor de wachtdienst van tandartsen een commercieel oproepnummer geldt.

Binnen welke termijn mogen we eventueel initiatieven verwachten? Gaat de minister akkoord dat dit commercieel nummer voor minder kapitaalkrachtige mensen een extra drempel kan zijn om met dringende tandproblemen naar de tandarts te gaan? Het gaat dan vaak om mensen die reeds te lang hebben gewacht om naar de tandarts te gaan, omdat de zware facturen ervoor zorgen dat ze hun medische behandelingen uitstellen tot het moment dat het probleem acuut wordt.

De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Ik lees het antwoord van minister Onkelinx.

De situatie is redelijk goed bekend. Sta me toe dat ik bepaalde elementen rechtzet.

De tandartsen moeten zorgen voor de continuïteit van de zorg. Hun beroepsorganisaties kunnen, in overeenstemming met artikel 9, §1, van het koninklijk besluit nummer 78 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, een wachtdienst instellen. Het Verbond der Vlaamse tandartsen moet dus leden van andere beroepsorganisaties die dat wensen, tot de door de VVT georganiseerde wachtdiensten toelaten, maar dan moeten die tandartsen het huishoudelijk reglement van de VVT aanvaarden. Ze kunnen echter ook hun eigen wachtsysteem via hun eigen beroepsorganisatie organiseren. De Geneeskundige Commissies zullen en kunnen zo een tweede wachtsysteem niet weigeren.

Het gebruik van de telefoon is nooit gratis. Iemand moet de rekening betalen. Alleen de kosten voor de oproepnummers van de dringende hulpdiensten worden door de telefoonoperatoren gedragen. Het betreft hier een toepassing van de wet op de telecommunicatie.

Voor de huisartsen subsidieert het RIZIV de oproepsystemen die beantwoorden aan een bepaald aantal criteria. Die subsidie dekt de kosten van het doorschakelen van het unieke oproepnummer naar het nummer van de arts met wachtdienst. De oproepen naar de wachtdienst van de huisartsen zijn dus evenmin gratis voor de patiënt.

Er bestaat geen wettelijke basis die het mogelijk maakt om de kosten van de aan de patiënt aan te rekenen oproep in cijfers te vertalen. Ik kan me thans niet verzetten tegen het gebruik van een 0900-oplossing door de VVT, in zoverre deze oplossing het effectief mogelijk maakt om een wachtdienst te organiseren die de continuïteit van de zorg garandeert.

De tandarts moet zich, in tegenstelling tot de huisarts, niet verplaatsten en woont niet altijd in de woning waar zich zijn praktijkruimte bevindt. Zijn wachtdienst is dus anders. De patiënt moet zich verplaatsen en die verplaatsing kost vaak meer dan de oproep naar het 0900-nummer.

Het is mijn bedoeling een door de staat mee georganiseerde dispatching voor de wachtdiensten van de eerstelijnszorg organiseren. Dat is echter een werk van lange duur. Ik begin met het instellen van het nummer 1733 voor de dispatching van de huisartsen. Hiermee kan in een periode van vijf jaar heel België worden bestreken. Ik heb niets tegen het opnemen van de tandartsen in het nummer 1753, maar dan na een paar jaar proefdraaien voor de huisartsen. 1733 blijft momenteel voor de patiënt een betaalnummer. Het gratis gebruik ervan zal in het kader van een nieuw regeerakkoord, na 2011, moeten worden bekeken.

(M. Hugo Vandenberghe, premier vice-président, prend place au fauteuil présidentiel.)

De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Ik ben een beetje ontgoocheld. De minister suggereert zelfs dat een andere beroepsorganisatie ook een wachtsysteem kan uitbouwen. Bij mijn weten zijn er weldra verkiezingen voor de representatieve vereniging van tandartsen. Als een tweede beroepsvereniging representatief wordt, dan zijn er twee wachtsystemen die parallel functioneren. Dat zou ten zeerste te betreuren zijn. De overheid moet erover nadenken het wachtsysteem centraal te organiseren. De minister zou ook moeten nagaan of het betaalnummer van de VVT wel nodig is.

De wachtdienst is er niet voor preventieve tandhygiëne, maar voor noodsituaties. Het kan dus niet de bedoeling van de wachtdienst zijn drempelverlagend te werken, maar tandpijn kan zo ondraaglijk zijn dat de betrokkene zich toch zonder betaalnummer tot de tandarts zou moeten kunnen wenden. Op dit punt ben ik het dus niet helemaal eens met mevrouw Franssen. Ook voor de wachtdienst van huisartsen geldt dat de patiënt best naar de arts zou gaan, want de beste zorg krijgt men in het kabinet van de zorgverstrekker.

Mevrouw Cindy Franssen (CD&V). - Theoretisch klopt dat wel allemaal, maar wie met de armoedeproblematiek bezig is, weet dat het vooral deze mensen zijn die altijd hun medische verzorging uitstellen tot de problemen echt acuut worden.