4-103

4-103

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 17 DÉCEMBRE 2009 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de Mme Anke Van dermeersch au ministre de la Justice sur «l'application du droit transitoire dans le nouveau droit du divorce» (nº 4-1302)

M. le président. - M. Jean-Marc Delizée, secrétaire d'État aux Affaires sociales, chargé des Personnes handicapées, répondra.

Mevrouw Anke Van dermeersch (VB). - De overgangsbepalingen van de nieuwe echtscheidingswet van 27 april 2007, die in werking is getreden op 1 september 2007, bepalen onder meer het volgende in artikel 42 §3: `Indien de echtscheiding werd uitgesproken voor de inwerkingtreding van deze wet, overeenkomstig de vroegere artikelen 229, 231 en 232 van hetzelfde Wetboek, blijft het in artikel 301 van hetzelfde Wetboek bepaalde recht op een uitkering verworven of uitgesloten krachtens de vroegere wettelijke voorwaarden.'

De vraag die bij sommige onderhoudsplichtigen rijst, is of deze overgangsbepaling betekent dat zij zich vandaag niet kunnen beroepen op het nieuwe artikel 301, §10, van het Burgerlijk Wetboek, dat stelt dat er een einde aan die plicht kan of zelfs moet komen wanneer de ex-echtgenoot opnieuw is getrouwd, wettelijk samenwoont of gewoon zelfs feitelijk samenwoont als was hij of zij gehuwd. Die vraag rijst in het bijzonder voor mensen van wie de onderhoudsplicht werd vastgesteld door een vonnis daterend van vóór de inwerkingtreding van de nieuwe echtscheidingswet.

Hoewel algemene principes van overgangsrecht bepalen dat nieuwe regels op actuele of hangende zaken van toepassing zijn, bestaat in de praktijk toch onzekerheid over de precieze draagwijdte van de hiervoor bedoelde overgangsbepaling.

Dat is des te meer het geval aangezien van de overgangsbepaling in artikel 42, §5, uitdrukkelijk stelt dat de nieuwe regeling van beperking in de tijd van onderhoudsuitkeringen, namelijk artikel 301, §4, van het Burgerlijk Wetboek, een retroactieve werking heeft op onderhoudsuitkeringen die bij vonnis zijn vastgesteld vóór de inwerkingtreding van de echtscheidingswet. Uit de niet expliciete verwijzing naar artikel 301, §10, zou men kunnen afleiden dat de personen die zich in voornoemde hypothese bevinden, geen beroep kunnen doen op de nieuwe regels vervat in dat artikel.

Zulks zou in de praktijk betekenen dat sommige onderhoudsplichtigen van wie de ex-echtgenoot bijvoorbeeld opnieuw is gehuwd, wettelijk samenwoont of feitelijk samenwoont, geen gebruik kunnen maken van de nieuwe bepaling om de onderhoudsuitkering stop te laten zetten. Kan de minister duidelijkheid verschaffen over deze regeling?

De heer Jean-Marc Delizée, staatssecretaris voor Sociale Zaken, belast met Personen met een handicap. - De vraag van mevrouw Van dermeersch was gericht aan de minister van Justitie. Het antwoord dat ik zal lezen, komt evenwel van staatssecretaris Wathelet, bevoegd onder meer voor Gezinsbeleid.

De categorie van personen waarop de vraag betrekking heeft, namelijk personen wier onderhoudsplicht werd vastgesteld door een vonnis daterend van vóór de inwerkingtreding van de nieuwe echtscheidingswet op 1 september 2007, valt onder het toepassingsgebied van artikel 42, §3, van de echtscheidingswet.

Wat de toepassing van artikel 301, §10, van het Burgerlijk Wetboek betreft, kan overeenkomstig artikel 42, §3, van de echtscheidingswet en rekening houdend met de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof, worden gesteld dat dit artikel niet op deze categorie van personen van toepassing is.

De onderhoudsuitkering wordt in dergelijke gevallen in zijn geheel geregeld door de vroegere bepalingen. Artikel 301, §10, van het Burgerlijk Wetboek is daarentegen een nieuwe bepaling ingevoerd door de wet van 27 april 2007. Artikel 301, §4, van het Burgerlijk Wetboek slaat uitsluitend op de duur van de onderhoudsuitkering en legt een maximumduur op die gelijk is aan de duur van het huwelijk. Artikel 301, §10, van het Burgerlijk Wetboek heeft echter betrekking op de opheffing van de onderhoudsuitkering en bepaalt wanneer een einde wordt gemaakt aan de onderhoudsplicht. Beide artikelen staan los van elkaar. Zo kan bijvoorbeeld reeds lang voor het nieuwe huwelijk van de onderhoudsgerechtigde ex-echtgenoot een einde gekomen zijn aan de onderhoudsplicht wegens het verstrijken van de maximumduur, gelet op de korte duur van het ontbonden huwelijk.

Alleen artikel 301, §4, van het Burgerlijk Wetboek werd uitdrukkelijk door artikel 42, §5, van de echtscheidingswet van toepassing verklaard op definitief vastgestelde onderhoudsuitkeringen. Artikel 301, §10, van de echtscheidingswet is daarentegen slechts van toepassing op onderhoudsuitkeringen vastgesteld op grond van de nieuwe echtscheidingswet.