4-101

4-101

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 10 DÉCEMBRE 2009 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Karim Van Overmeire au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration et d'asile sur «les distorsions communautaires en matière de répartition des demandeurs d'asile entre les communes» (nº 4-985)

M. le président. - M. Philippe Courard, secrétaire d'État à l'Intégration sociale et à la Lutte contre la pauvreté, répondra.

De heer Karim Van Overmeire (VB). - Recentelijk werd een nieuw spreidingsplan voor asielzoekers, het Spreidingsplan 42 opgesteld. Volgens de cijfers verstrekt door de staatssecretaris wordt op basis van dit spreidingsplan niet minder dan 88% van de asielzoekers aan Vlaamse gemeenten toegewezen, terwijl Wallonië 11% asielzoekers krijgt en het Brusselse gewest slechts 1%.

Die cijfers zijn frappant. Vijf kleine gemeenten in de buurt van Gent krijgen meer asielzoekers toegewezen dan de hele provincie Henegouwen. De gemeente Schilde bij Antwerpen alleen krijgt meer asielzoekers toegewezen dan de hele provincie Namen. Die cijfers zijn - helaas - in overeenstemming met de cijfers van collega's Van Hauthem en Jansegers. Daaruit blijkt immers dat Vlaanderen al langer de grootste last op het vlak van opvang van asielzoekers moet dragen. Van 2000 tot 2009 hebben de Vlaamse OCMW's 71% van het aantal verplicht toegewezen asielzoekers voor hun rekening genomen. Ook wat het aantal lokale opvanginitiatieven, LOI, betreft, krijgt Vlaanderen meer asielzoekers toegewezen dan zijn aandeel in de bevolking: 65% van de personen in een LOI verblijven in Vlaanderen.

Die cijfers hebben in Vlaanderen enige commotie veroorzaakt. Gisteren vond in het Vlaams Parlement een debat over dit thema plaats in aanwezigheid van minister Bourgeois, Vlaams minister bevoegd voor inburgering. Hij verzekerde dat hij de eerste minister uitleg zou vragen over die cijfers en dat er overleg was beloofd.

Wij vernemen ook dat de Vereniging van Vlaamse steden en gemeenten tot twee keer toe een onderhoud met de regering heeft gevraagd omdat ze denkt dat er berekeningsfouten werden gemaakt en ze in elk geval uitleg wil. De regering zou echter tot twee keer toe geweigerd hebben om daarop in te gaan.

Een en ander verloopt trouwens chaotisch. Fedasil zou intussen al drie brieven naar de gemeenten hebben gestuurd, telkens met een ander cijfer betreffende het aantal asielzoekers dat de gemeente moet opvangen.

Heeft er reeds overleg plaatsgevonden of is er overleg gepland met Vlaams minister Bourgeois? Zo ja, wat waren de resultaten ervan en wanneer is verder overleg gepland? Wat kan de doelstelling van dat overleg zijn? Is de regering bereid om de verdeling van de toewijzingen te wijzigen? Waarom werd de VVSG geen gesprek over dit onderwerp toegestaan? Op basis van welke criteria werd het aantal toewijzingen berekend? Klopt de bewering van de VVSG dat daarbij rekenfouten werden gemaakt? Erkent de regering dat deze scheeftrekkingen een probleem zijn? Wat wordt gedaan om de verdeling tot normale verhoudingen terug te brengen?

De heer Philippe Courard, staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding. - Minister Bourgeois heeft premier Leterme gesproken over het Spreidingsplan 42. Uiteraard zijn dergelijke zaken bespreekbaar. Het is trouwens belangrijk de context te schetsen. De cijfers die in de media worden weergegeven, zorgen immers voor heel wat verwarring.

Zoals ik gisteren nogmaals heb onderstreept in de Kamer, is de vraag achterhaald. Het spreidingsplan hangt immers samen met de `oude' procedure. Het betreft dus alleen mensen die vóór 1 juni 2007 een procedure hadden lopen. Zij zijn ondertussen allemaal uit het netwerk verdwenen. Het spreidingsplan wordt dus momenteel niet meer toegepast.

Wat de toekomst betreft, is het belangrijk dat er vandaag bijkomende opvangplaatsen worden gevonden, zodat het probleem niet meer rijst. Mocht er in de toekomst uitzonderlijk toch een probleem reizen, dan is er sowieso een nieuwe basis nodig.

Uiteindelijk zijn maar 611 asielzoekers in het kader van het nu uitgedoofde Spreidingsplan 42 aan een OCMW toegewezen: 73% in Vlaanderen, 19% in Wallonië en 8% in Brussel.

Ik herhaal dat de problematiek in zijn geheel moet worden bekeken. Aangezien de Vlaamse gemeenten veelal dichter bevolkt zijn, minder steuntrekkers tellen, rijker zijn en minder opvangcentra hebben dan de Waalse, is het normaal dat er meer Vlaamse plaatsen in het spreidingsplan zijn. Er mogen dan meer LOI's zijn in Vlaanderen, maar in Wallonië zijn er meer collectieve centra.

Met de VVSG heeft wel degelijk regelmatig overleg plaats, ook over het punt van het spreidingsplan. Ik ben beschikbaar voor meer overleg.

Voor de vragen in verband met de berekening verwijs ik door naar de dienst Vreemdelingenzaken, die hiervoor bevoegd is.

De heer Karim Van Overmeire (VB). - Ik tracht enige coherentie in het antwoord te vinden. Als ik het goed begrijp is het hele Spreidingsplan 42 niet meer van toepassing. Alle commotie daarover is dus luchtfietsen!

Vervolgens wordt in het antwoord een zeer merkwaardige redenering gehanteerd: Vlaanderen is dichter bevolkt, dus is het normaal dat er meer asielzoekers worden opgevangen. Wat mij betreft is het andersom logischer: juist waar de bevolkingsdichtheid kleiner is, waar er meer plaats is, kunnen meer asielzoekers worden opgevangen.

Volgens het antwoord is het ook logisch dat rijkere gemeenten een grotere inspanning leveren. Het is dan toch wel merkwaardig dat aan zeer rijke gemeenten rond Brussel, zoals Drogenbos, Wemmel, Wezembeek-Oppem en Sint-Genesius-Rode, en aan de meeste gemeenten van Waals-Brabant zeer weinig asielzoekers worden toegewezen, zowel in het spreidingsplan als in de effectieve spreiding.

Het asielbeleid van de regering vervalt van kwaad tot erger. De regularisatie heeft voor een nieuw aanzuigeffect gezorgd. Van een uitwijzingsbeleid is geen sprake. Nu wil de regering ook nog de wettelijke basis voor financiële steun opnieuw invoeren, wat slechts tot een grotere instroom van asielzoekers kan leiden.

Dat beleid wordt uitgestippeld door een regering die in Vlaanderen geen meerderheid heeft, maar die wel de financiële en menselijke last afschuift op Vlaanderen, waar het draagvlak - voor zover het ooit heeft bestaan - voor dat non-beleid steeds kleiner wordt. Baart dat geen zorgen?