4-99

4-99

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 3 DECEMBER 2009 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Yves Buysse aan de minister van Justitie en aan de minister van Binnenlandse Zaken over «de rellen in de Brusselse gemeenten en de veiligheid van de politiediensten» (nr. 4-969)

De heer Yves Buysse (VB). - In november vorig jaar verschenen in het weekblad P-magazine twee ophefmakende artikels over de problematische veiligheidssituatie in onze hoofdstad, waarbij de politie de oorlog tegen allochtone jongeren en straatbendes dreigt te verliezen. Een aantal politieagenten legde in het weekblad de vinger op de zere plek: politiewagens die gehinderd en bekogeld worden bij achtervolgingen, het fysiek aanvallen van politieagenten en ander veiligheidspersoneel, het in brand steken van wagens om nadien de brandweer te molesteren, het dealen van drugs op straat zonder zich maar iets van de politie aan te trekken, het provoceren en achtervolgen van agenten buiten dienst, het aanvallen en bedreigen van hun familie.

Onze fractie liet uiteraard niet na om die problemen in de Senaat voor te leggen aan de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, die bij monde van mevrouw Turtelboom liet weten dat de feiten geïsoleerde gevallen waren en dat de specifieke problematiek van de Brusselse jeugdbendes zeer actief wordt gevolgd door het parket. Blijkbaar zijn de feiten niet zo geïsoleerd als wordt voorgehouden en schort er ook een en ander aan de kordate aanpak, want naar aanleiding van de recente rellen in Anderlecht en de aaneenschakeling van feiten die verband houden met geweld en bedreiging ten aanzien van politieagenten, werd afgelopen week door de politievakbond VSOA zelfs een stakingsaanzegging ingediend. Naar verluidt geniet een drietal agenten van de zone West speciale bescherming en werd nog onlangs een politieagent met de dood bedreigd.

De voorvallen zijn legio. In De Standaard van afgelopen weekend liet een commissaris van Brussel-Zuid soortgelijke incidenten optekenen en een CD&V-gemeenteraadslid van Anderlecht gaf enkele dagen voordien in diezelfde krant nog te kennen dat de politie niet in staat is om `deze stroom van geweld staande te houden, terug te dringen of op te lossen' en machteloos staat tegenover de georganiseerde jongeren. Voeg daarbij nog de eerder genoemde rellen in Anderlecht en in Vorst, waarbij een politiecommissariaat in brand werd gestoken en twee agenten gewond raakten en je zou voor minder de veiligheid van onze hoofdstad en van onze politie in twijfel trekken.

Hoe komt het dat, ondanks de naar verluidt goede samenwerking met het parket, de bendeleden in het merendeel van de gevallen ongestraft blijven en telkens opnieuw rustig hun gangetje kunnen gaan?

Het geweld in het algemeen en het geweld tegen politieambtenaren en andere veiligheidsdiensten in het bijzonder lijkt niet in te dijken, integendeel. Hoe reageert de minister op de stakingsaanzegging en welke inspanningen zullen worden genomen teneinde de veiligheid van de ordediensten en de Brusselaars te garanderen? Is zij bereid om in meer personeel te voorzien, zoals wordt gevraagd?

Er worden door de minister opnieuw preventieprojecten aangekondigd. Is de minister niet van oordeel dat, waar men zelfs geen respect meer opbrengt voor de politie, er weinig te verwachten valt van vrijblijvende preventielesjes en vermanende vingers? Over welke preventieprojecten gaat het concreet? Heeft de minister weet van het aantal bedreigingen per jaar ten aanzien van politiefunctionarissen?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Binnenlandse Zaken. - In verband met de incidenten die zich de voorbije weken in Brussel hebben voorgedaan, hebben we recentelijk een hele reeks maatregelen genomen. Het gaat om zowel preventieve als repressieve maatregelen.

Het overleg tussen het parket en de politie verloopt vlot. Politieacties kunnen rekenen op een gepaste ondersteuning. Zodra wij wisten wat er in Anderlecht kon gebeuren, hebben wij onmiddellijk versterking gegeven vanuit de federale politie, zowel in manschappen als in materieel.

Natuurlijk hangt veel af van de persoonlijke bewijslast die kan worden verzameld ten laste van elk van de aangehouden personen en ook daar wordt aan gewerkt.

Mijn credo in verband met de gebeurtenissen in Brussel is samenwerken, samenwerken en nog eens samenwerken.

Onlangs bijvoorbeeld hebben de zes Brusselse politiezones een samenwerkingsprotocol gesloten waardoor ze op elk ogenblik minstens 85 politieagenten kunnen mobiliseren. Dit aantal kan indien nodig tot 200 worden verhoogd.

Er moet ook een intensere samenwerking komen met de preventiediensten, het onderwijs, de spelers op de arbeidsmarkt en de huisvestingsdiensten. Ook de federale en lokale politieke overheden moeten nauwer samenwerken. Dat heb ik de voorbije weken al gestimuleerd. Een goede verstandhouding en samenwerking brengen soms meer heil dan zware, structurele hervormingen.

In verband met een strenge aanpak van het geweld tegen politieambtenaren heeft de wetgever reeds ingegrepen. Dankzij de wet van 20 december 2006 wordt geweld tegen personen die beroepshalve ten dienste staan van het publiek zwaarder bestraft. De strengere wetgeving dient wel te worden toegepast en liefst zo snel mogelijk na de feiten. Daarmee geeft men de samenleving het duidelijke signaal dat met gezagsdragers niet wordt gesold.

Ik ben nu met de minister van Justitie aan het overleggen of wij nog andere maatregelen kunnen nemen om het geweld tegen politiepersoneel te bestrijden. De lokale besturen zouden zich bijvoorbeeld systematisch burgerlijke partij kunnen stellen in zaken waar geweld tegen politiemensen tot een ruim arbeidstijdverlies leidt. We kunnen ook gedurende een beperkte periode een nultolerantie opleggen om de hele veiligheidsketen, van preventie tot repressie, en de betrokken leefgroepen aan te moedigen om na te denken over de huidige samenlevingsvormen en over de relatie van die groepen met de overheid en de politie.

Ik pleit vooral voor een betere coördinatie tussen de preventieplannen en de zonale veiligheidsplannen van de politie.

Preventie is de eerste schakel in de veiligheidsketen en dus van groot belang. Om lokale overheden te ondersteunen bij de uitbouw van dit veiligheidsbeleid geeft de federale overheid financiële ondersteuning. Preventie alleen is uiteraard niet voldoende. Wanneer er rellen ontstaan, moet er snel en repressief worden opgetreden. Wat betreft het afstemmen van de preventie op de veiligheid, ben ik er voorstander van om de geldigheid van beide soorten plannen op vier jaar te brengen. Op die manier worden de zaken voor mijn administratie en voor de gemeenten vergemakkelijkt en kan de preventieambtenaar aanwezig zijn bij de zonale veiligheidsraad.

De preventieplannen lopen nog tot in 2010, maar begin 2010 zullen wij nieuwe criteria bekend maken die dan gelden vanaf 2011.

Ik heb vaak overleg gepleegd met de deelstaten en met de verschillende partners die actief zijn op het vlak van criminaliteitspreventie. Bij de voorbereiding van de volgende cyclus van de strategische plannen heb ik ook het initiatief genomen om, samen met het Brussels Gewest, het integraal overleg inhoud te geven en het preventiebeleid in Brussel te versterken.

Voor mij is het belangrijk dat repressief wordt opgetreden wanneer het nodig is, maar op lange termijn moet ook aandacht worden besteed aan de arbeidsmarkt en het onderwijs.

In verband met de bedreiging van politieagenten heeft het crisiscentrum 9 dossiers ontvangen in 2008 en 10 dossiers in 2009.

De heer Yves Buysse (VB). - De minister verwijst veel naar engagementen en plannen. Het belangrijkste is echter dat die politieke wil concreet in daden wordt omgezet op de straat en nadien op het vlak van de vervolging. Dat zijn zaken die de minister blijkbaar steunt.

Als de politieke wil aanwezig is, kan een voldoende sterke politiemacht optreden. Dat heb ik vorige maandag nog vastgesteld toen onze partij met een dertigtal mensen, gemiddeld ouder dan 60 jaar, een kleine herdenkingsplechtigheid hield in Schaarbeek. Daar waren meer dan 200 politieagenten aanwezig met wapenstokken en schilden. Dus als het niet nodig is, is de politie wellicht wel aanwezig, maar als het echt nodig is, denk ik dat de wil ontbreekt.