4-1485/2

4-1485/2

Belgische Senaat

ZITTING 2009-2010

24 NOVEMBER 2009


Voorstel van resolutie betreffende de prioriteit voor gezondheidszorg, inclusief seksuele en reproductieve gezondheid, tijdens het Belgisch EU-voorzitterschap


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW DÉSIR EN MEVROUW VAN HOOF


I. Inleiding

De commissie heeft dit ontwerp besproken tijdens haar vergadering van 24 november 2009.

II. Inleidende uiteenzetting door mevrouw Temmerman, auteur van het voorstel van resolutie

In de tweede helft van 2010 zal België het Europees voorzitterschap op zich nemen, in het kader van een zogenaamd Triovoorzitterschap, samen met Spanje (eerste helft 2010) en Hongarije (eerste helft 2011). Ter voorbereiding hiervan werd in juni een Trioprogramma samen met die landen gepubliceerd. Hierin werden voor ontwikkelingssamenwerking onder meer « de doeltreffendheid van hulp », « engagementen wat betreft de toename van ODA » en « de millenniumdoelstellingen (MDG's) met bijzondere aandacht voor onder meer de versterking van gezondheidssystemen en gender » als prioriteiten naar voor geschoven.

In dit vooruitzicht pleit het voorliggende voorstel van resolutie er voor dat in het Belgisch operationeel programma de gezondheid, en in het bijzonder seksuele en reproductieve gezondheid en rechten wat betreft ontwikkelingssamenwerking, als prioritair thema naar zou worden geschoven.

België besteedt nu al 9 à 10 % van zijn officiële ontwikkelingshulp aan gezondheid en reproductieve gezondheid. Er werden ook reeds vele engagementen genomen met betrekking tot internationale gezondheid :

— de wet van 25 mei 1999 betreffende de Belgische internationale samenwerking en in het bijzonder artikel 7, § 1, 1º, waarin wordt bepaald dat de directe bilaterale samenwerking zich richt op de sector basisgezondheidszorg met inbegrip van reproductieve gezondheidszorg;

— de strategienota « Gelijke rechten en kansen voor vrouwen en mannen » (2002);

— de beleidsnota « De Belgische bijdrage aan de wereldwijde strijd tegen HIV/aids » (2006);

— de strategienota « Eerbied voor de Rechten van het Kind in Ontwikkelingssamenwerking » (2008);

— de beleidsnota « De Belgische Ontwikkelingssamenwerking op het gebied van Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten » (2007);

— « Vrouwen, Vrede en Veiligheid ». Het Belgisch Nationaal Actieplan voor de implementatie van VN Veiligheidsraadresolutie 1325 (2009);

— de beleidsnota « Het recht op gezondheid en gezondheidszorg » (2009).

Ook de Europese Unie sprak zich reeds in dezelfde zin uit :

— mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europese Parlement over « Gezondheid en armoedebestrijding in ontwikkelingslanden « [COM(2002) 129].

— de gemeenschappelijke verklaring van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten in de Raad, het Europees Parlement en de Commissie over het ontwikkelingsbeleid, vervat in de Europese consensus, ondertekend op 20 december 2005, gevolgd door de in december 2007 bereikte consensus over humanitaire hulpverlening.

— mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 8 maart 2007 over gelijke kansen en versterking van de positie van vrouwen binnen de ontwikkelingssamenwerking [COM(2007) 100];

— het Europees actieprogramma voor externe maatregelen tegen HIV/aids, malaria en tuberculose (2007-2011) [COM(2005) 179];

— mededeling van de Commissie over de rol van de EU als wereldpartner in het ontwikkelingsproces via de versnelde verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling [COM(2008) 177];

— het strategische partnerschap tussen de EU en Afrika van 9 december 2007 (doc. 16344/07), dat verwijst naar de Internationale Conferentie voor Bevolking en Ontwikkeling en het Maputo Actieplan.

Ondanks deze engagementen sterven wereldwijd jaarlijks nog steeds 536 000 vrouwen aan de gevolgen van zwangerschap- of bevallingscomplicaties (MDG 5). In de minst ontwikkelde landen en in Sub-Saharaans Afrika wordt amper vooruitgang geboekt in het verminderen van de moedersterfte.

Vooral de cijfers aangaande de universele toegang tot reproductieve gezondheid (MDG 5b) zijn weinig hoopvol. Wereldwijd zijn er meer dan 200 miljoen vrouwen die geen toegang hebben tot moderne anticonceptiemethodes, met — naar schatting — jaarlijks meer dan 50 miljoen ongeplande zwangerschappen en 19 miljoen onveilige abortussen tot gevolg. Daarnaast ligt het aantal tienerzwangerschappen in de minst ontwikkelde landen erg hoog : in de DRC 222 per 1 000 geboortes tegenover 7 per 1 000 in België. Niet minder dan 1,5 miljard jongeren worden de komende vijftien jaar seksueel actief, waardoor de vraag naar anticonceptiemethodes nog zal toenemen.

Op het vlak van HIV/aids zijn er naar schatting 33 miljoen mensen met HIV besmet. In 2007 bedroeg het aantal nieuwe HIV-infecties ca. 2,7 miljoen en het aantal aidsdoden 2 miljoen. Nieuw is de feminisering (in Sub-Saharaans Afrika is ongeveer 60 % van de seropositieve volwassenen een vrouw).

Het aantal seropositieve jonge kinderen steeg van 1,6 miljoen in 2001 tot 2 miljoen in 2007, waarvan 90 % in Sub-Saharaans Afrika. Elke dag worden meer dan 1 000 kinderen onder de leeftijd van 15 jaar met HIV geïnfecteerd.

Een kind in een ontwikkelingsland heeft nog steeds 13 keer meer kans om te sterven binnen de eerste vijf levensjaren in vergelijking met een kind in een geïndustrialiseerd land. Veelal lijden ze aan ziektes die gemakkelijk te voorkomen of te genezen zijn.

Tijdens het Triovoorzitterschap zullen verschillende toonaangevende internationale conferenties doorgaan. Zo worden tijdens het Belgische EU-voorzitterschap de Millenniumdoelstellingen geëvalueerd op de zogenaamde « MDG+10 top ». Daarnaast wordt ook het Beijing Platform voor Actie, dat werd aangenomen op de vierde Wereldvrouwenconferentie van Beijing in 1995 geëvalueerd.

Daarom is haar voorstel van resolutie van groot belang.

Er wordt dan ook gevraagd aan de Belgische regering om in het kader van het EU-voorzitterschap :

1. gezondheidszorg, inclusief seksuele en reproductieve gezondheid, een prominente plaats te geven op de agenda;

2. te wijzen op het belang van sterke gezondheidssystemen en het behalen van de gezondheidsgerelateerde millenniumdoelstellingen, en bij uitbreiding op het vlak van armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling;

3. te wijzen op de verantwoordelijkheden en de verbintenissen van donoren en regeringen in het Zuiden inzake internationale gezondheid en inzake seksuele en reproductieve gezondheid en rechten;

4. initiatieven te nemen om de verschillende actoren actief op het domein, zoals wetenschappers en middenveldorganisaties te consulteren bij de totstandkoming van de prioriteiten van het voorzitterschap;

5. de functie van een MDG5-ambassadeur op Europees vlak te promoten.

III. Bespreking

Mevrouw Van Hoof stipt aan dat reeds geruime tijd actie gevoerd wordt rond moedersterfte en reproductieve gezondheid. Het is dan ook consequent om dit nu ook op internationaal vlak naar voren te brengen, en zeker tijdens het Belgisch EU-voorzitterschap in 2010. Haar fractie steunt deze resolutie dan ook voluit, inclusief de vraag om de functie van een MDG5-ambassadeur op Europees vlak te promoten.

IV. Stemmingen

Het voorstel van resolutie wordt eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van het verslag.

De rapporteurs, De voorzitter,
Caroline DÉSIR. Els VAN HOOF. Marleen TEMMERMAN.

De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het voorstel van resolutie (zie stuk Senaat, nr. 4-1485/1 - 2009/2010).