4-93

4-93

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 29 OCTOBRE 2009 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Yves Buysse à la ministre de l'Intérieur sur «la mise en oeuvre d'équipes de secours cynophiles» (nº 4-918)

De heer Yves Buysse (VB). - Momenteel bestaan er, verspreid over de verschillende brandweerdiensten en de eenheden van de civiele bescherming, zogenaamde kynologenhulpverleningsteams. Dit zijn gespecialiseerde teams met reddingshonden, speciaal opgeleid om te zoeken naar slachtoffers, al dan niet bedolven onder het puin.

Hun statuut, opdracht en opleiding worden geregeld door een koninklijk besluit van 11 oktober 2002, dat op 10 september van dit jaar nog werd bijgestuurd.

In dat koninklijk besluit tot organisatie van de kynologenhulpverleningsteams kunnen we lezen dat `deze hulpverleningsteams, naast het opsporen van bedolven personen, op verzoek van de politiële of gerechtelijke overheden, belast kunnen worden met het opsporen van vermiste personen wier fysieke integriteit bedreigd zou kunnen zijn.'

Deze teams zijn dus uitstekend geschikt en getraind om ingezet te worden bij zoekacties naar verdwenen personen.

Het verbaast me dan ook dat die teams niet werden ingezet tijdens de zoekactie naar de verdwenen kleuter Younes uit Ploegsteert, een verdwijning die al enkele dagen de publieke opinie beroert.

Met man en macht werd gezocht onder de deskundige leiding van de Cel Verdwijningen van de federale politie, maar bronnen op het terrein melden mij dat er slechts twee speurhonden van de federale politie ter plaatse zijn geweest, terwijl er verschillende speurhondenteams van brandweer en civiele bescherming beschikbaar zijn.

De procedure voor het inzetten van de kynologenhulpverleningsteams wordt bepaald door de minister van Binnenlandse Zaken.

Wie beslist er of en wanneer kynologenhulpverleningsteams worden ingezet?

Waarom werd er in dit concrete geval geen beroep gedaan op die teams?

Is de minister van oordeel dat het nodige overleg moet worden georganiseerd, waardoor de politiediensten vlugger op de voornoemde teams een beroep zullen doen?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Binnenlandse Zaken. - Bij een onrustwekkende verdwijning is de leiding van het gerechtelijk onderzoek in handen van een magistraat. Deze doet een beroep op de Cel Verdwijningen van de federale politie, die de coördinatie van de inzet van personeel en middelen verzorgt.

In dit concrete geval heeft de Cel speurhonden van de politie ter beschikking gesteld. De magistraat en de politie hebben dan ook geoordeeld dat de steun van kynologenhulpverleningsteams van de civiele bescherming momenteel niet nodig is, aangezien de politie zelf over de nodige middelen beschikt. Indien deze steun wel nodig was geweest, zou de Cel Verdwijningen, op basis van de bestaande samenwerkingsprocedure tussen politie en civiele veiligheid, deze bijstand gevraagd kunnen hebben via de Dienst Hondensteun van de federale politie.

De heer Yves Buysse (VB). - Ik dank de minister voor haar antwoord. Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad voordat het koninklijk besluit werd genomen dat de opleiding, de examens en het statuut van de betrokken teams regelt. Dat koninklijk besluit werd op 10 september in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. We beschikken dus over tientallen mensen die zeer goed opgeleid zijn. Het zijn meestal vrijwilligers die enorm gemotiveerd zijn. Ik zou het jammer vinden dat op die mensen geen beroep kan worden gedaan. Uit het antwoord van de minister blijkt echter dat het in de toekomst zeker wel het geval zal zijn als het nodig is.