4-92

4-92

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 22 OCTOBRE 2009 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Louis Ide à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargée de l'Intégration sociale sur «la suppression du moratoire en ce qui concerne les lits pédiatriques» (nº 4-1089)

M. le président. - M. Jean-Marc Delizée, secrétaire d'État aux Affaires sociales, chargé des Personnes handicapées, répondra.

De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Op 19 augustus 2009 verscheen het koninklijk besluit van 17 juli 2009 in het Belgisch Staatsblad. Dat besluit heft het koninklijk besluit van 3 februari 2000 op. Het koninklijk besluit handelt over het aantal pediatrische bedden (E-bedden), waarvoor een moratorium was opgelegd.

Het koninklijk besluit van 21 maart 1977 met de criteria voor de programmatie van ziekenhuisdiensten legt het aantal E-bedden vast op 37 bedden per 1000 geboorten. Dat quotum is momenteel niet bereikt en dus kan het aantal E-bedden worden uitgebreid.

Kan de minister mij het advies van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen bezorgen? Bestaat een dergelijk advies? Zo niet, waarom niet? Conform artikel 36 van de ziekenhuiswetgeving zou het moeten zijn verleend. Het is dus zeer belangrijk te weten of de Ministerraad met de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen heeft overlegd.

Waarom wordt het moratorium op het aantal E-bedden opgegeven? Past dat in een algemene beleidsvisie of in een nieuwe beleidsvisie voor de pediatrie?

Welke gevolgen zal de opheffing van het moratorium hebben? Heeft de minister daar cijfers over?

De heer Jean-Marc Delizée, staatssecretaris voor Sociale Zaken, belast met Personen met een handicap. - Ik lees het antwoord van minister Onkelinx.

De wettelijke basis voor het koninklijk besluit van 3 februari 2009 is artikel 45 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008. Voor de tenuitvoerlegging van dat artikel is geen advies van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen vereist. Ik merk op dat de Raad van State hier ook geen opmerking over formuleerde.

Het koninklijk besluit van 3 februari 2000 stelde een moratorium in per dienst en per ziekenhuis. Het verhinderde dan ook dat de bedden van verschillende pediatriediensten op één enkele vestigingsplaats werden gehergroepeerd. Ik ben echter van mening dat samenwerking tussen ziekenhuizen, met een eventuele hergroepering, moet worden gestimuleerd. Om die reden werd het koninklijk besluit van 3 februari 2000 opgeheven.

In de aanhef van het koninklijk besluit van 3 februari 2000 werd trouwens duidelijk gesteld dat het om een voorlopige beperking van het aantal E-bedden ging, in afwachting van een grondige behoeftestudie. Die studie is intussen afgerond en ze vormt de basis voor de zorgprogramma's voor pediatrie.

Buiten het feit dat een aantal ziekenhuizen hun pediatriediensten zullen hergroeperen, verwacht ik geen onmiddellijke gevolgen van de opheffing van het moratorium. Momenteel haalt ongeveer 63% van de pediatriediensten niet de bezettingsgraad van 70% als gemiddelde over drie opeenvolgende jaren, zoals bepaald in artikel 18bis van het koninklijk besluit van 30 januari 1989 dat aanvullende normen voor de ziekenhuizen vaststelt. Ik verwacht dan ook geen massale reconversie naar pediatriebedden die dreigen niet te worden bezet en bijgevolg als niet gerechtvaardigd te worden beschouwd en niet te worden gefinancierd.

De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Stricto sensu is een advies weliswaar niet nodig, maar toch blijf ik ervoor pleiten om steevast met de sector te overleggen. Ik vermoedde al dat dit niet is gebeurd en ik betreur dat.

De minister meent dat een hergroepering vermoedelijk niet tot een toename zal leiden. Ik hoop dat dit correct is.

Ik zal een nieuwe vraag stellen om na te gaan welke ziekenhuizen van de opheffing van het koninklijk besluit van 3 februari 2000 gebruik maken.