4-1452/1

4-1452/1

Belgische Senaat

ZITTING 2009-2010

14 OKTOBER 2009


Wetsvoorstel ter bestrijding van discriminatie in de tak van de schuldsaldoverzekeringen waarvan sommige personen met een handicap het slachtoffer zijn

(Ingediend door mevrouw Christiane Vienne c.s.)


TOELICHTING


Over het algemeen moet iemand die een huis wil kopen een hypothecaire lening aangaan bij een bank. Voor zover de lening een risico inhoudt — namelijk wanneer de kredietnemer overlijdt — eist de bank dat de kredietnemer een verzekering afsluit. In geval van overlijden betaalt die verzekering de lening terug. De schuldsaldoverzekering wordt altijd sterk aangeraden aan de kredietnemer, ook al is ze niet wettelijk verplicht. Op die manier dragen de erfgenamen het risico niet bij een onverwacht overlijden.

Voor zover de verzekeraar het risico dekt, mag hij bij wet de risico's waarvoor hij dekking wil geven, evalueren en selecteren. Dat moet echter op basis van objectieve en redelijke criteria zijn om discriminatie, die bij wet verboden is, te voorkomen.

Voor zover de verzekeraar het onderscheid objectief kan staven, mag hij dus kiezen wie hij wel of niet verzekert. Aangezien de berekening van de premie uiterst ingewikkeld is, wordt de levensverzekering die de terugbetaling van de lening waarborgt wanneer de kredietnemer overlijdt, in de praktijk grotendeels overgelaten aan de vrije beoordeling van de verzekeringsmaatschappijen. Het verslag van de ombudsman van de verzekeringen dat op 29 april 2008 werd gepubliceerd, bevestigt dat. 70 % van de klachten die de ombudsman ontving in 2007 ging over de moeilijkheden die de consument ervaart bij het afsluiten van een schuldsaldoverzekering. Op basis van die klachten stelt de ombudsman vast dat personen met een handicap enorme moeilijkheden ondervinden om een schuldsaldoverzekering af te sluiten.

Ofwel weigeren de verzekeraars dekking, ofwel zijn de voorgestelde premies veel te hoog. Hierdoor worden die mensen de facto uitgesloten van een hypothecaire lening en dus van een eigendom. Dat is onaanvaardbaar.

Iedereen moet een schuldsaldoverzekering kunnen afsluiten, ook personen met een handicap.

Er worden twee maatregelen voorgesteld. Enerzijds moeten de verzekeringsmaatschappijen een contract voorstellen aan alle personen met een handicap die een dergelijk contract vragen. Daartoe wordt het Tariferingsbureau voor schuldsaldoverzekeringen opgericht dat zal vaststellen onder welke voorwaarden een verzekeringsmaatschappij iemand met een handicap moet verzekeren, de eventuele bijkomende premie zal vaststellen en het (op te richten) Waarborgfonds zal beheren.

De tweede maatregel bestaat uit het invoeren van een solidariteitssysteem door een gemeenschappelijk waarborgfonds op te richten. Dat fonds zal gespijsd worden door een bijdrage van alle verzekeringsmaatschappijen van de sector. De eventuele bijkomende premie zal ten laste zijn van dat fonds.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 2

Om personen met een handicap de mogelijkheid te geven een schuldsaldoverzekering af te sluiten, moet er een instelling worden opgericht die erop toeziet dat verzekeraars deze mensen een contract voorstellen en die de toeslag om personen met een handicap te verzekeren, controleert en vaststelt. Het gaat om het Tariferingsbureau dat bij artikel 2 wordt opgericht.

Artikel 3

Om die verzekering tegen een redelijke prijs te kunnen afsluiten, moet er in een systeem van solidariteit binnen de hele sector worden voorzien. Artikel 3 maakt die solidariteit mogelijk door een fonds op te richten dat door de volledige sector wordt gespijsd en dat door het Tariferingsbureau wordt beheerd.

Christiane VIENNE.
Caroline DÉSIR.
Franco SEMINARA.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

§ 1. Er wordt een Tariferingsbureau voor de schuldsaldoverzekering opgericht (hierna « het Bureau » genoemd) dat twee opdrachten heeft.

1º de tariefvoorwaarden (premievoet en franchise) en de contractuele voorwaarden (voorwaarden van de verzekeringspolis) vast stellen waaraan een verzekeringsonderneming zich moet houden om personen met een handicap die een hypothecaire lening willen aangaan, te verzekeren;

2º het Gemeenschappelijk Waarborgfonds voor de schuldsaldoverzekering beheren.

De Koning kan de opdrachten van het Bureau uitbreiden.

§ 2. Het Bureau bestaat uit vertegenwoordigers van de minister onder wiens bevoegdheid het gehandicaptenbeleid valt, van het Federaal Kenniscentrum voor Gezondheidszorg, van de gemeenschappen en gewesten, van consumentenverenigingen en van de Beroepsvereniging van Verzekeringsondernemingen.

§ 3. Elke persoon met een door een bevoegde instelling erkende handicap (meer bepaald de Service bruxellois francophone des personnes handicapées, l'Agence wallonne pour l'Intégration des personnes handicapées, het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap en de Dienststelle für Personen mit Behinderung) kan een aanvraag indienen bij het Bureau wanneer ten minste drie verzekeringsondernemingen hem een dekking voor het schuldsaldo hebben geweigerd of wanneer het voorgestelde tarief 1,5 punt hoger ligt dan het jaarlijkse kostenpercentage.

§ 4. Het Bureau stelt een tarificatierooster op dat rekening houdt met de graad van verminderde zelfredzaamheid van de persoon met een handicap en met het risico op vroegtijdig overlijden vanwege die handicap. Het legt dus de premie vast, rekening houdend met het risico dat de verzekeringsnemer inhoudt.

Art. 3

Er wordt een Gemeenschappelijk Waarborgfonds voor de schuldsaldoverzekering opgericht die de eventuele bijkomende premie ten laste neemt.

Het Fonds wordt gespijsd door de financiële bijdrage van de verzekeringsmaatschappijen.

De Koning stelt, in samenwerking met het Tariferingsbureau, jaarlijks de berekening van de bedragen vast die de verzekeringsondernemingen moeten storten.

Art. 4

Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de derde maand die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

6 oktober 2009.

Christiane VIENNE.
Caroline DÉSIR.
Franco SEMINARA.