4-1434/1

4-1434/1

Belgische Senaat

ZITTING 2008-2009

2 OKTOBER 2009


Wetsvoorstel tot het strenger bestraffen van geweldsdelicten op het openbaar vervoer

(Ingediend door mevrouw Anke Van dermeersch en de heer Hugo Coveliers)


TOELICHTING


Volgens de bevindingen van de veiligheidsmonitor werden er tijdens de eerste negen maanden van 2008 1 281 geweldplegingen op het openbaar vervoer vastgesteld. Voorheen werden er andere instrumenten gehanteerd om het aantal geweldsdelicten op het openbaar vervoer vast te stellen.

In 2007 hebben 96 chauffeurs van het openbaar vervoer zich arbeidsongeschikt gemeld vanwege geweldplegingen. Het aantal meldingen door personeel van incidenten bedroeg in 2007, 832.

Het aantal gevallen van agressie op het Brusselse openbaar vervoer is de jongste jaren fors gestegen. In de eerste negen maanden van dit jaar vond er op de Brusselse trams, metro's en bussen 70 % meer fysiek geweld plaats dan in heel 2007. In vergelijking met 2005 is er zelfs een stijging van 200 %.

Volgens een onafhankelijke VUB-studie ligt het werkelijke aantal gevallen van agressie tegen treinbegeleiders meer dan waarschijnlijk tien keer hoger dan de officiële cijfers omdat een aangifte volgens heel wat slachtoffers niets oplost.

Het geweld op het openbaar vervoer dient ernstig genomen te worden. Een geïntegreerde aanpak is noodzakelijk. Een aantal gepaste maatregelen dringen zich op, zoals het voorzien in meer veiligheidspersoneel. Behalve het voorzien in het nodige veiligheidspersoneel en het plaatsen van bijkomende bewakingscamera's dient ook de bestraffing in verhouding te zijn met de gepleegde feiten.

Zowel gebruikers als chauffeurs wijzen regelmatig op de noodzaak van strengere straffen en van het invoeren van nultolerantie op het openbaar vervoer en aan de voorziene opstapplaatsen en in de trein- en metrostations. Geweld en vandalisme doen zich niet enkel voor op bussen, treinen en trams maar ook aan bus- en tramhokjes en in trein- en metrostations.

Onderzoek heeft uitgewezen dat slechts een minderheid van de werknemers van vervoersmaatschappijen nog geen slachtoffer is geweest van agressie.

Met de wet van 20 december 2006 (in voege getreden op 22 februari 2007) heeft men reeds in een strafverzwaring voorzien in artikel 410bis voor daders van geweld tegen een chauffeur, een begeleider, een controleur of een loketbediende.

De ondertekenaars van dit voorstel zijn van oordeel dat een toename van het geweld op het openbaar vervoer verstrekkende gevolgen heeft zowel voor de gebruikers als voor het personeel. Heel wat reizigers voelen zich niet veilig op bepaalde tijdstippen en bepaalde lijnen van het openbaar vervoer. Uit een aantal steekproeven blijkt dat heel wat gebruikers 's avonds geen gebruik maken van het openbaar vervoer omwille van de onveilige situatie. Hetzelfde geldt voor de chauffeurs waar de inzet op probleemlijnen zorgt voor een onaanvaardbare stresserende werkdruk. Zowel de gebruikers van het openbaar vervoer als de chauffeurs moeten kunnen rekenen op voldoende veiligheidsmaatregelen en een strenge bestraffing van criminelen.

De indieners van dit wetsvoorstel willen van geweld op het openbaar vervoer en aan de opstapplaatsen een verzwarende omstandigheid maken zodat alle geweldsdelicten in verband met het openbaar vervoer strenger bestraft worden. Naast de categorie van personen tegen wie de agressie wordt gepleegd is het voor de indieners belangrijk dat ook de plaats waar het misdrijf wordt gepleegd een strafverzwarend element zou zijn.

Anke VAN DERMEERSCH
Hugo COVELIERS.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In het Strafwetboek wordt een artikel 410ter ingevoegd, luidende :

« Art. 410ter. Indien de schuldige, in de gevallen omschreven in de artikelen 398 tot 405, de misdaad of het wanbedrijf pleegt op een voertuig van het openbaar vervoer of op een plaats die rechtstreeks verbonden is aan het openbaar vervoer, wordt de in deze artikelen bedoelde minimumstraf verdubbeld in geval van gevangenisstraf en verhoogd met twee jaar in geval van opsluiting. ».

29 september 2009.

Anke VAN DERMEERSCH
Hugo COVELIERS.