4-1296/1 | 4-1296/1 |
26 JUNI 2009
I. INLEIDING
Op 30 april 2009 vond een vergadering plaats van de Werkgroep Ruimtevaart van de Senaat aangaande het Europees satellietnavigatieprogramma « Galileo ». Er werd van gedachten gewisseld met de heer Pedro Pedreira, Executive Director of the European GNSS Supervisory Authority.
Deze vergadering werd ook georganiseerd in het kader van het zogenaamde Barroso Initiatief en de vraag van de Europese Commissie aan de nationale parlementen om alle Europese wetgevende initiatieven te bekijken en eventuele opmerkingen over de inhoud ervan aan haar over te maken.
Het voorliggende initiatief betreft een « Regulation amending an earlier regulation on the establishment of structures for the management of the European satellite radio navigation programmes ».
Voor de vergaderingen van de Werkgroep Ruimtevaart van de Senaat worden traditioneel vertegenwoordigers van de Europese instellingen, ESA, de Europese en Belgische ruimtevaartindustrie, de Europese en Belgische wetenschappelijke wereld en belangstellende derden uitgenodigd om aan de gedachtewisseling deel te nemen.
II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE HEER PEDRO PEDREIRA, EXECUTIVE DIRECTOR VAN DE « EUROPEAN SUPERVISORY AUTHORITY »
1. De Europese GNSS-programma's
EGNOS is de voorloper van Galileo. EGNOS is geen autonoom globaal navigatiesysteem, maar eerder een zogenaamd « systeem voor verbetering ». De signalen die worden uitgezonden door de EGNOS-satellieten brengen informatie over waarmee een GPS-ontvanger zijn positie veel nauwkeuriger kan berekenen.
EGNOS, een systeem dat eind de jaren 90 van start is gegaan, werd ontwikkeld om de betrouwbaarheid en de nauwkeurigheid van de satellietnavigatie in Europa en Noord-Afrika te verhogen, als aanvulling op het Amerikaanse GPS-systeem.
De belangrijkste toepassing van EGNOS ligt oorspronkelijk in de burgerluchtvaart. EGNOS ondersteunt de luchtvaart- en landingsoperaties. Enkele jaren geleden werd in de Verenigde Staten een gelijkaardig systeem gelanceerd dat steeds vaker wordt gebruikt voor de luchtvaart.
EGNOS werd ontwikkeld door het Europees Ruimtevaartagentschap (ESA) en de eigendom ervan werd op 1 april 2009 overgedragen aan de Europese Gemeenschap, wanneer het systeem volledig operationeel is geworden. De certificering van EGNOS voor de luchtvaart zou begin 2010 moeten worden afgesloten en EGNOS wordt de eerste pan-Europese infrastructuur van SESAR (Europees luchtverkeersleidingssysteem) in het kader van het gemeenschappelijke Europese luchtruim.
EGNOS wordt thans gebruikt in talrijke toepassingen buiten de luchtvaart, hoofdzakelijk op het gebied van hoognauwkeurige plaatsbepaling, zoals de olieboorplatformen, de hoognauwkeurige landbouw en de wegnavigatie.
Galileo is een autonoom satellietnavigatiesysteem met een allesomvattende dekking. De eerste fase van het programma, « ontwerpfase » genoemd, werd afgesloten in 2001. De ontwikkelings- en validatiefase moet volgens planning, tegen 2010 worden afgesloten, met inbegrip van de lancering van vier operationele satellieten en de ontplooiing van een eerste grondsegment. De stationeringsfase, die het systeem moet voltooien, werd in 2008 aangevat en moet volgens planning in 2013 worden afgesloten, bij de aanvang van de exploitatiefase.
De ontwikkelingsfase verloopt in het kader van een ESA-programma, dat (ten belope van 50 %) medegefinancierd wordt door de Europese Gemeenschap. De oorspronkelijke begroting bedroeg 1,5 miljard euro. Twee experimentele satellieten, GIOVE A en B, werden respectievelijk in 2005 en 2008 gelanceerd, en de vier operationele satellieten worden thans vervaardigd en zouden in 2010 moeten worden gelanceerd.
De volgende fases (stationering en exploitatie) worden sedert het aannemen van verordening nr. 683 van het Europees Parlement en de Raad van juli 2008 (hierna « GNSS-verordening » genoemd) beheerd door de Europese Commissie en zullen volledig door de gemeenschapsbegroting worden gefinancierd.
De GNSS-verordening kent het programma 3,4 miljard euro toe voor de jaren 2007 tot 2013. ESA is, op basis van een volmacht van de Europese Commissie, ontwerper en bouwheer van het systeem. De aankoop van het systeem werd verdeeld over zes belangrijke werkmodules en thans wordt een op concurrentie gerichte dialoog gevoerd met de twee in aanmerking genomen inschrijvers voor elk van de werkmodules (met uitzondering van de module voor de lanceerders, waarvoor er slechts één inschrijver is), met het oog op het sluiten van de overeenkomsten tegen eind 2009.
2. Toezichthoudende autoriteit voor het Europees GNSS (GSA)
De GSA werd opgericht bij verordening nr. 1321 van juli 2004 en is in 2006 ten volle operationeel geworden in Brussel. De GSA had tot doel in te staan voor de publieke belangen met betrekking tot de Europese GNSS-programma's en op te treden als reguleringsautoriteit.
De belangrijkste opdrachten van de GSA bestaan erin eigenaar te zijn van de systemen (EGNOS en Galileo), de autoriteit te zijn die belast is met de toewijzing van de concessieovereenkomst voor de tenuitvoerlegging en de exploitatie van Galileo, en alle aspecten met betrekking tot de veiligheid en de betrouwbaarheid van het systeem te beheren.
Op 1 januari 2007 heeft de GSA alle activiteiten overgenomen die voorheen waren toevertrouwd aan de gemeenschappelijke onderneming Galileo (GJU), die op 31/12/2006 werd vereffend. De GJU was een gemeenschappelijke onderneming van de Europese Commissie en de ESA, opgericht volgens de Belgische wet, waar later twee andere aandeelhouders zijn toegetreden als vertegenwoordigers van de belangen van China en Israël in de programma's.
De GJU was de voorloper van de GSA en beheerde de procedure van de offerte-aanvragen en de onderhandeling met het consortium van inschrijvers voor de concessie van Galileo. Het model van de concessie werd ontworpen volgens een publiek-privaat partnerschap, waarbij de private partner 2/3 van de totale investering voor de ontplooiing van Galileo moest financieren.
De onderhandeling over de concessieovereenkomst is begin 2007 afgesprongen en het Europees Parlement en de Raad hebben in december 2007 beslist voort te gaan met de ontplooiing van het systeem in een openbare markt die volledig gefinancierd wordt door de gemeenschapsbegroting. Met de wijziging van het model van tenuitvoerlegging van het Galileoprogramma heeft de Raad ook beslist het beheer van de programma's te wijzigen en de verantwoordelijkheid voor het beheer van de programma's te verlenen aan de Commissie. Die wijzigingen werden opgenomen in de GNSS-verordening, die tevens de rol van de GSA en van ESA definieert in het kader van de programma's.
Overeenkomstig de GNSS-verordening bestaan de taken van de Toezichthoudende autoriteit in :
— de veiligheidsaccreditatie van de systemen,
— de exploitatie van het Galileo-veiligheidscentrum,
— de bijdrage tot de voorbereiding van de commercialisering van de systemen,
— andere taken die hem door de Commissie kunnen worden toegewezen (zoals het beheer van het R&D-programma inzake satellietnavigatie).
Bijgevolg heeft de GSA op 1 januari 2009 haar oorspronkelijke activiteiten die niet meer in het toepassingsgebied van haar nieuwe taken passen, alsook het personeel en de daarmee samenhangende activa, overgedragen aan de Europese Commissie.
3. Wijziging van de GSA-verordening
De oorspronkelijke GSA-verordening, namelijk verordening nr. 1321 van juli 2004 werd in december 2006 gewijzigd (door verordening (EG) nr. 1942/2006 van 12 december 2006), om de taken uit te breiden die aan de GSA werden toegekend in het kader van de voorbereiding van de overname van de activiteiten van de GJU.
Aangezien de GNSS-verordening de GSA-verordening niet formeel heeft vervangen, maar de taken van de GSA en andere elementen van het programma heeft gewijzigd, is een juridisch conflict ontstaan tussen beide verordeningen, die gedeeltelijk tegenstrijdig zijn. Bijgevolg hebben het Europees Parlement en de Raad de Europese Commissie gevraagd de wijziging van de GSA-verordening voor te stellen om ze in overeenstemming te brengen met de GNSS-verordening. De Europese Commissie heeft onlangs het ontwerp van wijziging voorgesteld.
De voorgestelde wijziging zorgt voor ongerustheid bij de GSA.
Het is duidelijk dat de opdracht van de GSA, zoals geformuleerd in de huidige verordening, moet worden herzien. Het ontwerp van wijziging preciseert echter niet de nieuwe opdracht van de GSA. In de plaats daarvan vermeldt het louter de individuele taken die de GSA moet uitvoeren. Het bevat geen artikel dat de actieradius en de opdracht van de GSA definieert. Eigenlijk moet de algemene doelstelling voor de oprichting of het behoud van een Europees regelgevend orgaan duidelijk worden vermeld in de oprichtingsverordening van dat orgaan. Het ontbreken van een duidelijke doelstelling zou een zeer nadelige invloed kunnen hebben op de instelling, op haar geloofwaardigheid ten opzichte van de belanghebbenden en haar vermogen om gekwalificeerd personeel aan te trekken.
De Europese regelgevende organen zijn traditioneel verantwoording verschuldigd aan de lidstaten, via de raad van bestuur. De controle van de lidstaten op de raad van bestuur onderscheidt een regelgevend orgaan van een uitvoerend orgaan (dat door de Europese Commissie wordt gecontroleerd). Naast haar aanwezigheid in de raad van bestuur speelt de Commissie nog een bijzondere rol in de regelgevende organen in het algemeen : ze heeft een buitengewone bevoegdheid in specifieke gebieden, zoals de goedkeuring van de middelen (financiële middelen en personeel) die aan het orgaan worden toegekend en ze moet ook zorgen voor de overeenstemming van het juridisch en operationeel kader van alle organen en de opvolging van de gemeenschappelijke beleidsdomeinen. De Commissie moet ook richtsnoeren geven voor het werkprogramma van de GSA.
In het ontwerp van wijziging vraagt de Commissie de helft van de stemmen in de raad van bestuur, waardoor het pariteitsbeginsel van de leden van de raad van bestuur wordt doorbroken. Die asymmetrie van stemmen geeft de Commissie nagenoeg de volledige controle over de GSA, wat de juridische hoedanigheid van het orgaan in het gedrang brengt en ernstige problemen kan teweegbrengen voor het optreden van de GSA en de rechtsgeldigheid van haar handelingen.
Het bijzonder stemrecht dat de Commissie vraagt, druist in tegen :
1. het juridisch kader van de Europese regelgevende organen en kan een precedent scheppen op een ogenblik dat de Commissie met het Europees Parlement en de Raad een interinstitutioneel debat aangaat over het toekomstig gemeenschappelijk kader voor de genoemde organen; en
2. de GNSS-verordening, die bepaalt dat « het publieke beheer van de programma's stoelt op het beginsel van een strikte bevoegdheidsverdeling tussen de door de Commissie vertegenwoordigde Gemeenschap, de (GSA) en ESA » (artikel 12.1).
Het ontwerp van wijziging richt het comité voor de veiligheidsaccreditatie van de Europese GNSS-systemen op binnen de GSA. Dat comité zou autonoom optreden en zou geen formele band hebben met de raad van bestuur. Bepaalde taken van het comité lijken in strijd te zijn met de opdracht van de GSA en het is niet duidelijk hoe de GSA en het comité hun respectieve activiteiten zullen coördineren.
Het comité zal worden voorgezeten door de Commissie, wat indruist tegen het bovengenoemde beginsel van bevoegdheidsverdeling. Het goede beheer vergt een strikte onafhankelijkheid van de accrediatieautoriteit ten opzichte van de programmabeheerder.
4. Besluit
Het ontwerp van wijziging is een stap naar het wegwerken van het gebrek aan samenhang dat ontstaan is door de inwerkingtreding van de GNSS-verordening en het in overeenstemming brengen van de GSA-verordening met de nieuwe beheersstructuur. Het ontwerp van wijziging moet de GSA evenwel een duidelijk en werkbaar mandaat, een opdracht en een verantwoordelijkheid geven. Het moet ook de juridische status van het agentschap bepalen en voorzien in een homogene beheersstructuur. Het ontwerp van wijziging moet worden verbeterd om tegemoet te komen aan de genoemde bedenkingen.
III. GEDACHTEWISSELING
1. Rol van de GSA in de toekenning van contracten
De heer Remo Pellichero, SABCA, vraagt of de GSA betrokken is bij de toekenning van de contracten in het kader van Galileo.
De heer Pedro Pedreira, GSA, antwoordt dat dit niet het geval is. Galileo functioneert nu in een openbare markt met regels die eigen zijn aan deze markt, aangevuld met reglementering die in het reglement van de GSA staan. De verantwoordelijke speler op de markt is ESA, die bij het toekennen van de contracten overleg pleegt met de Europese Commissie.
2. Termijnen en kosten voor de ontplooiing van Galileo
De heer Eric Beka, Belgisch Hoog Vertegenwoordiger voor het ruimtevaartbeleid, vraagt zich zoals velen af wanneer het Galileo-systeem operationeel zal zijn.
De heer Pedro Pedreira, GSA, stelt dat men officieel nog steeds uitgaat van een datum van ontplooiing op het einde van 2013. Dit is echter een weinig betrouwbare veronderstelling geworden. Om een realistische datum te identificeren, moet men wachten op het sluiten van de nodige contracten. Op dit ogenblik is ESA in volle onderhandeling met 2 kandidaat-contractanten voor Galileo. ESA en de Europese Commissie streven ernaar deze onderhandelingen af te ronden tegen eind 2009. Dit lijkt een beetje te ambitieus. Een finalisering in de eerste helft van 2010 lijkt realistischer. Pas op dat ogenblik zal men vervolgens een datum kunnen vastleggen waarop de onderdelen en dergelijke moeten worden afgeleverd. In het verleden is becijferd dat een volle ontplooiing van het systeem vanaf het sluiten van de contracten een 48 tot 50 maanden zal duren. Deze periode wordt thans als referentie gebruikt.
De heer René Warnon, Federaal Wetenschapsbeleid, informeert of de deadline voor de lancering van de eerse 4 satellieten nog steeds ligt in 2010.
De heer Pedro Pedreira, GSA, is ook hier niet zo optimistischeer Een afronding van deze fase zal eerder in 2011 liggen, dus ongeveer een jaar vertraging. Oorspronkelijk was voorzien dat er 4 satellieten zouden worden gelanceerd tegen het einde van 2010. Men is er nog steeds van overtuigd dat er lanceringen zullen plaatsvinden in 2010, maar alle 4 de satellieten lanceren lijkt wat te optimistischeer Men moet overigens nog opmerken dat de 4 satellieten niet allemaal tegelijk met één lancering zullen vertrekken.
De heer Jean Horanieh, Thales Alenia Space, benadrukt dat er naast het probleem van de termijnen ook een probleem is van de kosten. Heeft het werken met verschillende leveranciers voor de satellieten beide zaken niet verergerd ? Had men niet beter kunnen werken met één fabricant ?
De heer Pedro Pedreira, GSA, looft de spreker met deze zeer rationele vraag. Vooreerst moet worden gesteld dat er nog geen beslissing is gevallen over het aantal leveranciers waarmee men wil werken. Daarenboven is dit als principe verdedigbaar : zo benadrukt men immers dat dit geen afgesloten markt is, maar dat er concurrentie mogelijk is. De Europese Commissie zal natuurlijk niet veranderen van industriële partner(s) wanneer men tevreden is over het geleverde werk, maar het is een stok achter de deur als men kan zeggen dat men geen exclusiviteit heeft over Galileo.
Meer algemeen moet men natuurlijk erkennen dat Galileo een uniek project is dat uiterst complex is geworden door de evolutie ervan, deels onder gesloten contract met ESA, deels in een commercieel systeem voor de exploitatie. De Europese Raad heeft op een gegeven ogenblik gesteld dat men niet tevreden was over de ontwikkeling van Galileo. De boodschap was duidelijk : eerdere beslissingen kunnen worden teruggedraaid indien men ontevreden is. Men heeft geopteerd voor een gemeenschapsmarkt waarbij het systeem zal functioneren op basis van concurrentie op een vrije markt met de regels die gelden voor een dergelijke markt. Het kan zijn dat de concurrentie de zaken verder heeft gecompliceerd en eventueel voor vertraging heeft gezorgd, maar het signaal moest gegeven worden.
Mevrouw Monique Wagner, Federaal Wetenschapsbeleid, wil nog opmerken dat er naast politieke problemen op Europees niveau, ook meningsverschillen bestaan tussen de lidstaten zelf, getuige bijvoorbeeld het bestaan van drie controlecentra voor 30 satellieten.
De heer Pedro Pedreira, GSA, verwijst naar het verslag van de Europese Rekenkamer van einde 2008 dat al deze problemen treffend analyseert en identificeert. Jammer genoeg is men opnieuw bezig met het begaan van dezelfde fouten. Maar om met een ietwat cynische noot af te sluiten, er is beterschap : Galileo heeft 3 centra, EGNOS had er 4.
Mevrouw Dominique Tilmans, Senator, heeft vragen bij de technologische voorsprong die Galileo heeft (had) op de andere bestaande satellietnavigatiesystemen. Zullen de vertragingen er niet toe leiden dat deze voorsprong verdwenen zal zijn wanneer Galileo operationeel wordt ?
De heer Pedro Pedreira, GSA, erkent dat de opgelopen vertraging nefast kan zijn voor de voorsprong en het innovatief karakter van Galileo. In 2004 had Galileo een enorm innovatief karakter. Dit uitte zich vooral op het vlak van commerciële toepassingen. Daarom ook besliste de Europese Raad om Galileo een uitermate commercieel karakter te geven. In 2009 zorgt vooral de ontwikkeling van de GPS van de derde generatie ervoor dat deze voorsprong langzaam maar zeker verdwijnt.
Van de drie mogelijke concurrenten KOMPAS, Glonass en GPS, is er eigenlijk maar één die een reëel gevaar kan zijn : GPS III. Technologisch zijn zij het meest concurrentieel aan Galileo, aangezien zij reeds vele jaren ervaring hebben met satellietnavigatie. De anderen zijn nieuw, net zoals Galileo overigens. Op het vlak van nauwkeurigheid is er geen verschil : 60 satellieten zijn nauwkeuriger dan 30, maar dat geldt voor elk systeem. Een groot verschil zal echter liggen in de diensten die GPS III en Galileo zullen aanbieden. Galileo heeft hierin grote ambities. Zo zal het in de sector van de luchvaartnavigatie als eerste een systeem aanbieden waarbij de signaalsterkte wordt weergegeven. Zodoende weet elk vliegtuig in welke mate het kan vertrouwen op het systeem. Het is duidelijk dat Galileo op het vlak van commerciële toepassingen het verschik kan maken, maar dan moet er nog veel gebeuren.
Mevrouw Dominique Tilmans, Senator, vraagt of deze situatie niet zal leiden tot een moordende concurrentie tussen GPS en Galileo.
De heer Pedro Pedreira, GSA, antwoordt dat dit grotendeels zal worden opgevangen door het feit dat beide systemen complementair zijn en niet elkaar kunnen vervangen. De signalen zijn gecoördineerd, mogelijke ontvangers kunnen beide signalen lezen. Op politiek vlak is dit echter moeilijker te aanvaarden, omdat daar juist de ambitie speelt om een hoge visibiliteit aan het Europees systeem te geven. Daarom moet Galileo er snel komen, en moet het performant zijn en blijven.
3. Veiligheidsaspecten van Galileo
De heer Brice Lançon, SAFRAN, legt uit dat men in de Europese Unie thans bezig is met de finalisering van een defensiepakket voor de Europese Unie. Men is in het stadium van de goedkeuring aanbeland. In dit pakket zit ondermeer een voorstel van richtlijn aangaande de publieke markten inzake defensie. Het is duidelijk dat dit voorstel dient om deze gevoelige markten te beschermen. Als dusdanig is een richtlijn dwingend voor de lidstaten en hun openbare aankopen. Een project als Galileo zou ook voldoen aan de voorwaarden voor toepassing van deze richtlijn. Is de Europese Unie of de Europese Commissie echter gebonden aan de naleving van deze richtlijn, of is deze enkel van toepassing op de lidstaten ?
De heer Pedro Pedreira, GSA, geeft toe dat hij dit voorstel van richtlijn onvoldoende kent. Hij kan wel benadrukken dat veiligheid een topprioriteit is in het debat rond Galileo. Bij het bepalen van het kader waarbinnen de Galileo-markt kan functioneren, heeft dit een grote rol gespeeld. Dit is overigens één van de redenen waarom industriële spelers uit bijvoorbeeld deVerenigde Staten en China niet konden deelnemen aan de openbare aanbestedingen voor deze markt. Het betreft dus een zeer gedetailleerd en nauwkeurig uitgewerkt luik in het Galileo-project waar veel controle over is.
De heer Brice Lançon, SAFRAN, wil weten of het hier dan gaat om een regeling ad hoc. Bestaat er een equivalent voor de voorgestelde richtlijn die van toepassing is op markten die bestuurd worden door de Europese Instellingen ?
De heer Pedro Pedreira, GSA, kan hier niet op antwoorden maar benadrukt dat veiligheid een topprioriteit is.
4. Satellieten van het Galileo-netwerk
De heer René Warnon, Federaal Wetenschapsbeleid, vraagt wat de situatie is rond Giove A.1, die als backup moest dienen voor Giove A, en waarvan de bouw 2 jaar geleden begon.
De heer Pedro Pedreira, GSA, benadrukt dat Giove A prima heeft gewerkt en al haar doelstellingen heeft bereikt. Giove A is gelanceerd in 2006 om de noodzakelijke frequenties voor de werking van Galileo te vrijwaren. Dit is gelukt. Hoewel enige vertraging opgelopen, vervult Giove B eveneens prima haar taken. ESA is er dan ook zeker van dat er geen redenen zijn voor bezorgdheid betreffende de werking van beide satellieten en het behoud van de betrokken frequenties.
5. Controle over GSA
De heer Patrick Rudloff, EADS — Astrium, refereert naar de « Galileo Interinstitutional Panel » (GIP) die is opgericht in het Europees Parlement en een aantal Europese parlementsleden omvat. De GIP heeft als doel om de verdere uitvoering van Galileo te monitoren. Heeft de GIP weet van de bezorgheid en onrust van de GSA over haar reglementswijziging ?
De heer Pedro Pedreira, GSA, benadrukt dat de GSA zich niet formeel kan richten tot het Europees Parlement in het algemeen en de GIP in het bijzonder. Dit zou misschien wel een goed idee kunnen zijn, temeer daar het Europees Parlement optreedt als budgetaire overheid. Informeel zijn een aantal leden van de GIP echter wel op de hoogte van de opmerkingen van de GSA en volgen zij deze zaak.
6. Toegevoegde waarde van Galileo voor Europa
De heer Pol Van Den Driessche, Senator, stelt dat België net zoals zovele andere landen, grote budgetaire problemen heeft. In een tijd van besparingen, moeten er argumenten gevonden worden om de mensen te overtuigen om te blijven investeren in Galileo. Als politicus is het belangrijk deze argumenten te kennen om de collega's en de burgers te overtuigen dat dit een goede zaak is. Welke gronden kunnen worden aangehaald om te blijven investeren ?
De heer Pedro Pedreira, GSA, vindt dit een cruciale vraag die in het verleden wat is verwaarloosd. Er zijn drie aspecten verbonden aan het antwoord.
• politieke argument : de Europese onafhankelijkheid
GPS heeft een enorme invloed op het leven van elke dag. Het luchtverkeer, vrachtvervoer, mobiele netwerken, electriciteitsnetten, ... deze functioneren allemaal op het ritme van de tijdsbepaling gebruikt door GPS. Nog niet zo lang geleden werden de financiële markten ernstig verstoord door een defect in deze tijdsbepaling. Een volledig afhankelijkheid van één (Amerikaans militair) systeem is te gevaarlijk.
• strategische argument : de Europese defensie
Galileo is een burgerlijk systeem dat beheerd wordt door de civiele maatschappij. Maar zal dit zo blijven ? En zullen de Europese militairen geen voorkeur willen geven aan een Europees systeem dat ze kunnen gebruiken net als elke andere burger ?
• economische argument : probleem van kwantificering
Op dit ogenblik spreekt men van een investering van 3 à 4 miljard euro in Galileo. Wat is de toegevoegde waarde indien men weet dat de Europese industrie nu reeds zonder extra investeringen een derde van de markt van GPS-ontvangers bezet ? Het antwoord is eenvoudig : deze markt is nog allerminst verzadigd. Daarenboven draagt investeren in Galileo bij tot de realisatie van de Strategie van Lissabon en het omvormen van Europa tot een echte kennismaatschappij.
Hoe kwantificeert men dit alles voor de publieke sector ? Vooreerst zijn er natuurlijk de extra fiscale inkomsten die men haalt uit een bloeiende en groeiende industriële sector.
Wat de indirecte gevolgen betreft, heeft de GSA begin 2008 becijferd dat Galileo 60 miljard euro genereert in de komende 20 jaar. Dit is een som die er niet zou zijn indien men enkel zou voortbouwen op de bestaande GPS- en andere systemen. Dit bedrag is louter te danken aan Galileo. Men is intussen bezig met het verder verfijnen van deze studie, wat aan het einde van dit jaar afgerond zal zijn. De eerste voorlopige conclusies bevestigen dat deze 60 miljard euro eerder aan de lage kant liggen.
7. Samenwerking met China en Israël
Mevrouw Monique Wagner, Federaal Wetenschapsbeleid, wil weten waar men staat met de gesprekken met China en Israël. Beide landen hebben deelgenomen aan de « Galileo Joint Undertaking ». Hoe zal dit nu gebeuren ?
De heer Pedro Pedreira, GSA, antwoordt dat men met beide landen niet duidelijk heeft onderhandeld. Men heeft onvoldoende de gevolgen ingeschat. China zou 200 miljoen euro investeren in Galileo. Er werd een contract opgesteld dat echter niet werd gehonoreerd. Vorig jaar heeft China voor zichzelf de conclusie getrokken dat het onder de huidige regelgeving onmogelijk zou zijn om in te schrijven op de voorziene aanbestedingen. Dit heeft geleid tot grote diplomatieke en politieke problemen.
Er zijn thans nieuwe onderhandelingen gaande tussen de Europese Commissie en China. Deze verlopen moeizaam. De rol van de GSA is hierin beperkt tot het uitvoeren van een mogelijk samenwerkingsakkoord in een kader dat nog dient te worden vastgelegd door de politici. Vermoedelijk zal dit gebeuren tijden de Europees — Chinese Top die aan het einde van dit jaar gepland staat. Intussen lopen de huidige samenwerkingsprojecten af en worden zij voorlopig niet vernieuwd.
De situatie met Israël is helemaal anders. Dit is een natie waarmee steeds vriendelijke contacten zijn geweest. Zij hebben geen plannen voor de uitbouw van een concurrentieel systeem zoals het Chinese KOMPAS-systeem. En ten slotte hebben zij een zeer performante industrie die als onderaannemer van de Europese grote industriële groepen zeer zeker mee betrokken zullen worden bij de uitwerking van Galileo.
8. Zetel en uitbouw van een « Galileo Security Monitoring Centre »
De heer Eric Beka, Belgisch Hoog Vertegenwoordiger voor het ruimtevaartbeleid, vraagt of er reeds een beslissing is genomen inzake het « Galileo Security Monitoring Centre » (GSMC).
De heer Pedro Pedreira, GSA, meent dat dit ook voor België van belang is, aangezien dit ook mede de locatie van de zetel van de GSA aangaat. In de richtlijnen die de Europese Commissie dienaangaande heeft opgesteld, moet het GSMC in 2011 operationeel zijn. Om dit te realiseren, moet het centrum fysisch klaar zijn, hetgeen inhoudt dat er personeel moet worden aangeworven vanaf begin 2010, en dat de aanbestedingen voor de bouw van het centrum, de toewijzing van de site, ... eveneens begin 2010 moeten worden uitgeschreven. Hier wringt echter het schoentje. Het GSMC was nooit voorzien in het concept van ESA dat oorspronkelijk voor Galileo was uitgewerkt. Dit zou worden opgericht door een privé-partner. Men moet daarom eerst afwachten op welke manier ESA zich hierin zal engageren.
9. Toekomstige arbeidskrachten voor Galileo
De heer René Warnon, Federaal Wetenschapsbeleid, is ervan overtuigd dat Galileo zal zorgen voor een groot aantal nieuwe hooggekwalificeerde arbeidskrachten. Daarvoor moeten er wel goede afgestudeerden zijn. Heeft de GSA op dit vlak reeds initiatieven genomen ?
De heer Pedro Pedreira, GSA, geeft toe dat de GSA op het vlak van de promotie van Galileo naar de betrokken studierichtingen toe, nog niet veel gedaan heeft. Dit hoort jammer genoeg ook niet tot haar taken. Nochtans is dit cruciaal voor het succes van Galileo en de vele toepassingen ervan. Wel heeft de GSA reeds een aantal lessenreeksen gesteund (qua experten of studiemateriaal) en heeft de GSA gezorgd voor het toevoegen van een luik « educatie op het vlak van satellietnavigatie » in het 7e Europese kaderprogramma. Maar er kan nog veel meer gebeuren door een veelheid van actoren : Commissie, ESA, industrie, ....
10. Problemen inzake intellectuele eigendom bij de aanbestedingen voor Galileo
De heer Peter Grognard, Septentrio Satellite Navigation, heeft onlangs vastgesteld bij de opmaak van biedingen op de aanbestedingen die worden gedaan in het kader van Galileo, dat er gevaar dreigt dat sommige gevoelige informatie in handen dreigt te komen van de concurrentie. Het is immers zo dat men bij de opmaak van dergelijke biedingen, vaak informatie moet geven aan consortia bestaande uit bedrijven die concurrenten zijn op de markt. Aan wie moet men dit melden ?
De heer Pedro Pedreira, GSA, zal deze zaak verder bekijken en contact opnemen. Hij heeft begrip voor de situatie, en gaat ervan uit dat de Europese Commissie en ESA de instanties zijn die hier de nodige maatregelen zullen moeten nemen.
11. Gelijkenissen tussen Galileo en GMES
De heer Brice Lançon, SAFRAN, vraagt of de heer Pedreira gaan goede raad kan geven aan de verantwoordelijken van het GMES-programma bij de ontwikkeling van dit andere cruciale ruimtevaartprogramma voor Europa.
De heer Pedro Pedreira, GSA, bevestigt dat hij aan de mensen van GMES heeft voorgesteld om hierover eens rond de tafel te zitten. De GSA heeft immers veel ervaring met het begeleiden van dergelijke complexe programma's waarbij een coördinatie tussen ESA en de Europese Commissie cruciaal is, en ook intern in de Europese Commissie het een en ander kan worden verbeterd. Het feit dat in deze laatste instelling twee aparte directoraten-generaal bevoegd zijn voor Galileo en GMES, bevordert een goed management allerminst. Uit het avontuur van Galileo kunnen zeker lessen worden getrokken voor het welslagen van GMES.
| De voorzitter-rapporteur, |
| François ROELANTS du VIVIER. |