4-78

4-78

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 28 MEI 2009 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Freya Piryns aan de minister van Migratie- en Asielbeleid over ęvluchtelingen die sterven onderweg naar EuropaĽ (nr. 4-798)

De voorzitter. - De heer Guido De Padt, minister van Binnenlandse Zaken, antwoordt.

Mevrouw Freya Piryns (Groen!). - De organisatie Kif Kif plaatste samen met Vluchtelingenwerk Vlaanderen en de gevluchte kunstenaar Kito Sino dinsdag jongstleden een meterslang kunstwerk op het Brusselse Schumanplein om aandacht te vragen voor de maar liefst 13 250 vluchtelingen die de afgelopen 15 jaar stierven aan de grenzen met Europa. Die mensen verdienen inderdaad onze aandacht, want 13 250 is een cijfer waar ik alvast erg van geschrokken ben en dat ons tot nadenken moet stemmen. Velen van die mensen zijn op de vlucht voor oorlog en vervolging, in de meest mensonwaardige en penibele omstandigheden, die ze vaak met hun leven bekopen. Wekelijks lezen we berichten over bootvluchtelingen die sterven op de Middellandse Zee. En wie de overtocht wel haalt, krijgt vaak niet eens de mogelijkheid om in Europa bescherming te vragen en te krijgen. Een triest voorbeeld hiervan vormen de 230 bootvluchtelingen die op 6 mei 2009 door ItaliŽ naar LibiŽ werden teruggestuurd, zonder dat hun asielaanvraag zelfs maar werd onderzocht. Volgens de organisaties die het kunstwerk plaatsten, is dat een flagrante schending van de mensenrechten waarop Europa nauwelijks heeft gereageerd.

Aan de vooravond van de Europese verkiezingen schuiven de organisaties dan ook een politiek eisenpakket naar voren. Ik weet wel dat het een Europees eisenpakket is, maar onze eigen minister van Migratie- en Asielbeleid kan en moet toch via de Europese Ministerraad een belangrijke rol spelen en daarom wil ik hun eisen aan haar voorleggen. De vraag hierbij is uiteraard in welke mate en op welke manier de minister de eisen steunt en zal trachten te verwezenlijken.

De eerste eis die de vluchtelingenorganisaties naar voren schuiven, is dat Europa een toegangspoort moet blijven bieden aan vluchtelingen waarlangs ze veilig kunnen binnenkomen en bescherming kunnen krijgen.

Ten tweede investeert Europa almaar meer in de controle en versterking van de buitengrenzen, maar garandeert het daarbij niet dat mensen op de vlucht ook altijd toegang hebben tot een asielprocedure. Men moet er dan ook voor zorgen dat mensen die nood hebben aan bescherming, die bescherming in alle omstandigheden kunnen vragen en ook krijgen.

Ten derde is het een feit dat de lidstaten aan de grenzen van Europa door hun ligging meer asielzoekers ontvangen. De verantwoordelijkheid voor die asielzoekers moet eerlijk over alle lidstaten van Europa worden verdeeld. Hierbij moeten we benadrukken dat alle lidstaten hun verplichtingen onder internationaal en Europees recht moeten nakomen.

Ten slotte krijgen mensen op de vlucht die erin slagen Europa te bereiken, te maken met asielsystemen die erg verschillen van lidstaat tot lidstaat. In het ene land hebben ze tot tachtig procent kans op bescherming, in het andere land nul procent. Er moet dan ook een einde worden gemaakt aan die gevaarlijke asielloterij en er moet een echt gemeenschappelijk Europees asielstelsel worden ingevoerd met dezelfde hoge standaarden in elke lidstaat.

Graag kreeg ik de reactie van de minister van Migratie- en Asielbeleid op dit eisenpakket.

De heer Guido De Padt, minister van Binnenlandse Zaken. - Ik lees het antwoord van minister Turtelboom.

De vier eisen die mevrouw Piryns hier naar voren brengt, zijn geen nieuwe eisen en over de principes die eraan ten grondslag liggen is men het ook binnen de Europese Unie ten gronde eens. Alleen vraagt het omzetten van de principes in beleidslijnen en acties op het terrein tijd terwijl de realiteit razendsnel evolueert. Het geval met de teruggestuurde bootvluchtelingen toont echter aan dat de klok tikt en dat de situatie in het Middellandse Zeegebied steeds verontrustender wordt.

Een echte Europese aanpak, gebaseerd op solidariteit tussen de lidstaten is dan ook nodig. Die aanpak moet wel de internationale verplichtingen van de EU respecteren en de verschillende aspecten van het fenomeen dekken. Er zijn initiatieven nodig, zowel op het vlak van asiel, als op dat van buitengrenzen, illegale immigratie en terugkeer. Die initiatieven moeten bovendien deel uitmaken van een totaalaanpak van migratie.

Daarom zal de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken of JBZ op 4 juni samenkomen om hierover te discussiŽren en te bekijken welke maatregelen mogelijk zijn om zowel de bescherming van de asielzoekers te verhogen als de druk op de mediterrane landen beter aan te pakken.

Inzake de bescherming stellen we inderdaad te veel divergenties tussen de lidstaten vast, zowel op het vlak van opvang als op het vlak van erkenning.

Ik ben dus verheugd dat er een fundamenteel debat op de volgende JBZ zal worden gehouden. Europa moet weten welke asielpolitiek het wil, ofwel 27 nationale systemen ofwel een echte harmonisering voor een betere bescherming.

Persoonlijk hoop ik dat de tweede fase van het asielregime een aanleiding zal zijn voor meer Europa. Wij willen eenzelfde hoge graad van bescherming en evenwichtige erkenningscijfers over heel Europa.

We rekenen eveneens veel op de oprichting van een efficiŽnt ondersteuningsbureau voor asiel dat via operationele samenwerking de toenadering zal versnellen en vergemakkelijken.

Inzake de problematiek van de illegale immigratie in het Middellandse Zeegebied is het inderdaad zo dat de druk op de zuidelijke staten zeer groot is. Daarom moeten wij ons solidair tonen met die eerstelijnslanden. Daarvoor zijn meerdere mogelijkheden, zoals Frontex, Europese fondsen, opschorting Dublintransfers, snelle interventieteams, intra-EU-relocatie van vluchtelingen. Al die mogelijkheden zullen op de volgende JBZ besproken worden.

Dat mag echter de problemen die de staten in de tweede lijn, zoals BelgiŽ, met illegale immigratie hebben, niet verhullen. Dus solidariteit met de eerstelijnslanden, maar zonder ze te deresponsabiliseren. Ook die landen moeten hun verantwoordelijkheden aan de grenzen nemen.

Onder de illegale migranten zijn er zeker asielaanvragers en we moeten onze verplichting tot niet-terugdrijving respecteren, maar er zijn ook economische migranten die geen asiel aanvragen. Een evenwichtige politiek impliceert daarom de nodige investeringen in betere controle en versterking van de buitengrenzen en een efficiŽnt terugkeerbeleid.

BelgiŽ zal daarnaast vooral ook de nadruk leggen op meer samenwerking met de landen van oorsprong en transit. We moeten zeker in de eerste plaats werken aan die dimensie van de globale aanpak en dat betekent een betere controle van hun buitengrenzen, respect voor internationale conventies en het zeerecht en vooral het instellen van asielprocedures die naam waardig.

Mevrouw Freya Piryns (Groen!). - Het verheugt me natuurlijk dat minister Turtelboom de eisen van de vluchtelingenorganisaties lijkt de steunen en dat ze de wantoestanden die ze aan de kaak stellen, erkent.

Ze heeft ook gelijk als ze zegt dat de grenslanden hun verantwoordelijkheid moeten opnemen, maar ook zijzelf heeft een verantwoordelijkheid. Als de toestanden die ik beschreven heb en waarover de minister zegt geschokt te zijn, voortduren en als bootvluchtelingen zonder enige procedure worden teruggestuurd, dan moet BelgiŽ dit duidelijker afkeuren en die grenslanden in alle scherpte laten horen dat zoiets voor ons niet kan.

Verder moeten we zelfkritisch blijven nadenken over de manier waarop wij omgaan met vluchtelingen die vanuit die grenslanden uiteindelijk toch naar BelgiŽ komen, de zogenaamde Dublin II-gevallen. Heel wat rapporten melden dat in Griekenland mensenrechten met voeten worden getreden. Daarom dring ik erop aan dat wij niet zomaar, in het kader van Dublin II, mensen naar dat land terugsturen voordat er op Europees niveau voor wordt gezorgd dat ook dat soort landen verantwoordelijkheid neemt.