4-77

4-77

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 14 MEI 2009 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Freya Piryns aan de minister van Migratie- en Asielbeleid over ęasielaanvragen op basis van seksuele geaardheidĽ (nr. 4-785)

Mevrouw Freya Piryns (Groen!). - Zaterdag 16 mei eerstkomende wordt naar jaarlijkse gewoonte in Brussel de Gay Pride georganiseerd, een dag waarop holebiorganisaties op straat komen om hun eisen onder de aandacht te brengen. Dit jaar vragen ze terecht aandacht voor de internationale holebi- en transgenderrechten. BelgiŽ speelt reeds jaren een voortrekkersrol om de maatschappelijke positie van holebi's in ons land gevoelig te verbeteren. Uit studies van de voorbije maanden blijkt echter dat heel wat jongeren het nog steeds moeilijk hebben met het aanvaarden van holebi's in onze maatschappij. Om holebi's echt gelijke kansen te bieden in onze maatschappij en holebiseksualiteit als maatschappelijk gegeven volkomen aanvaard te maken is er nog werk aan de winkel.

Collega Martine Taelman nam het initiatief om hierover naar aanleiding van de Yogyakartaprincipes een resolutie in te dienen in de Senaat. Ik hoop dat deze resolutie snel haar weg vindt naar de commissie en snel goedgekeurd kan worden.

Tegelijk wil ik de eis van de Holebifederatie Vlaanderen en haar Franstalige tegenhanger Arc-en-Ciel Wallonie voor extra aandacht voor holebirechten en transgenderrechten op internationaal niveau onderschrijven. BelgiŽ dient in zijn buitenlands beleid eenzelfde voortrekkersrol te spelen met betrekking tot gelijke rechten voor holebi's. Vandaag is homoseksualiteit nog steeds in meer dan 77 landen strafbaar. Nog vorige maand werd in Burundi een wet goedgekeurd die homoseksualiteit wettelijk verbiedt. In zeven landen staat zelfs de doodstraf op dit `misdrijf'.

Een direct gevolg van dat beleid is dat heel wat mensen hun land van herkomst dienen te ontvluchten enkel en alleen wegens hun seksuele geaardheid. Ons land dient daar in zijn asielbeleid dan ook rekening mee te houden. Zo is het wegens het taboe dat in de landen van herkomst vaak heerst, niet vanzelfsprekend om in een eerste gesprek met de DVZ onmiddellijk te verklaren dat seksuele geaardheid de reden is van een asielaanvraag.

Sommige vzw's houden zich bezig met de specifieke problemen waarmee mensen die asiel aanvragen wegens hun seksuele geaardheid worden geconfronteerd. Zo is het voor holebi's in de open en gesloten centra vaak niet gemakkelijk om uiting te geven aan hun seksuele geaardheid en worden zij er vaak met taboes geconfronteerd.

(Voorzitter: de heer Armand De Decker.)

Heeft de minister in haar beleid specifiek oog voor deze uiterst kwetsbare groep? Welke stappen zal zij concreet doen om hun situatie in de centra en bij de dienst Vreemdelingenzaken te verbeteren?

Gaat zij hierbij uit van de Yogyakartaprincipes? Die principes zijn op Vlaams niveau goedgekeurd, maar nog niet op federaal niveau.

Hoeveel mensen vroegen in respectievelijk 2006, 2007 en 2008 asiel aan op basis van hun seksuele geaardheid? Hoeveel van die asielaanvragen werden goedgekeurd?

Is er in onze open en gesloten asielcentra aandacht voor de precaire situatie die de seksuele geaardheid van bewoners mee kan brengen? Is hierover overleg met de minister van Maatschappelijk Integratie? Worden er rond dit thema specifieke opleidingen aan het personeel gegeven?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Migratie- en Asielbeleid. - De minister van Migratie- en Asielbeleid is niet bevoegd voor het beleid van een onafhankelijke instantie, in casu het commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen. De commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen heeft de behandeling van asielaanvragen op basis van seksuele geaardheid uitvoerig uiteengezet in de nota Voorstelling van de behandeling van asielaanvragen door het CGVS. Met het oog op de evaluatie van de asielprocedure heeft hij die nota in maart 2009 aan de Senaatscommissie voor de Binnenlandse Zaken overgezonden. Ik wil nog even de belangrijkste elementen ervan aanhalen:

Het Belgische beleid is conform de internationale verdragen en richtlijnen, meer bepaald de Europese kwalificatierichtlijn van 29 april 2004 over minimumnormen, die op 10 oktober 2006 in de Belgische vreemdelingenwet werd omgezet.

Het CGVS heeft een bijzondere aanpak ontwikkeld voor zogenaamde kwetsbare groepen, zoals niet-begeleide minderjarige jongeren en personen die om gendergebonden redenen worden vervolgd. Zo kunnen die asielzoekers op voorhand hun voorkeur opgeven wat betreft het geslacht van de tolk en de persoon door wie hij of zij gehoord wensen te worden. Bovendien heeft het CGVS een specifieke richtlijn voor de behandeling van asielaanvragen op grond van homoseksualiteit en een interne richtlijn met betrekking tot het concept `behoren tot een bepaalde sociale groep'. Op basis van dat concept kunnen personen die in hun land van herkomst vervolging riskeren wegens hun seksuele geaardheid, als vluchteling erkend worden.

Iedere aanvraag wordt individueel onderzocht. Hierbij houdt men zowel met de objectieve situatie in het land van herkomst als met de specifieke situatie van de betrokken persoon rekening.

Zoals reeds aangegeven, is het Belgische beleid conform de Europese richtlijn en ook de Yogyakartaprincipes.

In 2006 vroegen 116 personen om asiel op basis van hun seksuele geaardheid, van wie 33 als vluchteling werden erkend. In 2007 deden 188 personen een dergelijke aanvraag, van wie 60 als vluchteling werden erkend. In 2008 waren er 226 dergelijke aanvragers van wie 93 als vluchteling werden erkend en 3 subsidiaire bescherming kregen.

In de gesloten centra wordt geen informatie bijgehouden over de seksuele geaardheid van bewoners of hieraan gelinkte aspecten. Dergelijke informatiegaring is immers in strijd met het recht op privacy van de bewoners. Bij transseksuelen en travestieten is de seksuele geaardheid echter overduidelijk. In die gevallen worden niet automatisch maatregelen genomen, tenzij de aanwezigheid van betrokkene in de leefgroep problemen doet rijzen.

Mevrouw Freya Piryns (Groen!). - De principes waarop het CGVS zich baseert, zijn uiteraard conform de geldende internationale regels. BelgiŽ heeft ter zake overigens altijd een voortrekkersrol gespeeld. Het probleem ligt vooral bij de angst van aanvragers om voor hun geaardheid uit te komen. Precies daarom dring ik erop aan dat het CGVS bijzondere aandacht voor de problematiek heeft. Heel wat asielzoekers die vervolging riskeren vanwege hun seksuele geaardheid, dissen immers een ander verhaal op.

Ik kom geregeld in gesloten centra en stel vast dat mensen er vaak wegens hun geaardheid worden uitgesloten en daardoor ernstige problemen ondervinden. Het zou niet meer dan normaal zijn als daaraan meer aandacht werd besteed en het personeel hierover eventueel een opleiding kreeg. De grootste omzichtigheid blijft geboden.