4-1244/1

4-1244/1

Belgische Senaat

ZITTING 2008-2009

24 MAART 2009


Wetsvoorstel betreffende de bekendmaking van het woonverbod en de uitsluiting tot eerherstel van veroordeelde pedofielen

(Ingediend door mevrouw Anke Van dermeersch en de heer Hugo Coveliers)


TOELICHTING


In 2008 ontstond er ophef in het Limburgse Hechtel toen een veroordeelde pedofiel na zijn vrijlating opnieuw zijn intrek wou nemen in zijn oude wijk, de buurt waar nog steeds tal van zijn slachtoffers wonen.

De argumentatie van de verdediging van de veroordeelde dat de feiten dateren van eind jaren '80, dat het oorspronkelijke woonverbod van vijf jaar is verlopen, dat de slachtoffers vergoed zijn en dat de man een behandeling heeft ondergaan, doet geen afbreuk aan het menselijk leed dat zijn slachtoffers hebben ondergaan. Bij zijn veroordeling in 2001 heeft hij overigens slechts vier jaar — waarvan één effectief — gekregen.

De slachtoffers van een pedofiel hebben dikwijls een levenslang trauma opgelopen en voor hen is een nieuwe confrontatie met de dader, ook al is het jaren later, enorm zwaar en zeer moeilijk.

Vandaag bestaat er echter geen wettelijke mogelijkheid om een levenslang woonverbod uit te spreken en kunnen veroordeelde pedofielen zich na hun vrijlating zonder enig probleem opnieuw in hun oude woonplaats vestigen, te midden van hun vroegere slachtoffer(s). Deze mogelijkheid moet hen ontnomen kunnen worden door de rechter die de straf uitspreekt, zodat de kans op een nieuwe confrontatie tussen het slachtoffer en de dader tot een minimum beperkt wordt.

De buurtbewoners in Hechtel kregen het nieuws toevallig te horen. Het zou nuttig zijn een standaard bekendmakingsprocedé in te voeren. Telkens wanneer een veroordeelde pedofiel ergens wil verblijven of zich vestigen dient naast de lokale politie ook de buurt op de hoogte gebracht te worden.

Het principe van bekendmaking bestaat al in het buitenland, zo bijvoorbeeld in de Verenigde Staten waar men openbare (dus niet alleen voor de directe omgeving) « sex offender registers » hanteert. Daar vormt de zogenaamde Megan's law de grondslag voor verscheidene bekendmakingswetten. Die wet uit 1997 ontleent haar naam aan Megan Kanka. Zij werd op jonge leeftijd verkracht en nadien vermoord door haar buurman die al eerder voor een zedendelict veroordeeld werd. Men was toen van oordeel dat dit voorkomen had kunnen worden indien de buurt had geweten dat er in hun midden een veroordeelde pedofiel woonde.

De meeste Amerikaanse staten hebben nu openbare registers waar iedereen kan nagaan of er een veroordeelde seksdelinquent in hun nabijheid woont. De registers verschillen van staat tot staat. Die van Virginia bijvoorbeeld kan op het internet geraadpleegd worden en is zeer uitgebreid. Het bevat onder meer volgende gegevens van de delinquenten : de naam, een foto, woonplaats en werkplaats, leeftijd, uiterlijke kenmerken, de aard van de veroordeling en de rechterlijke beslissingen.

Volgens onderhavig voorstel dient de veroordeelde pedofiel zich na zijn vrijlating te laten registreren bij de politie van de gemeente waar hij zijn intrek neemt en dit op straffe van nieuwe opsluiting. Daarna kan de politie op haar beurt de nabije buurt — dit betekent binnen een straal van één kilometer — op de hoogte stellen. Dit stelt ouders in staat om extra waakzaam te zijn en hun kinderen uit de buurt van de veroordeelde pedofiel te houden. De openbare veiligheid heeft de hoogste prioriteit.

Het huidige strafbeleid jegens seksuele delinquenten en pedofielen in het bijzonder is al jaren veel te laks. Een strengere en meer efficiënte aanpak is noodzakelijk.

Dit voorstel beoogt alvast volgende zaken in te voeren :

1. de rechterlijke mogelijkheid om een pedofiel een levenslang verbod op vestiging of verblijf in de buurt van zijn slachtoffers op te leggen;

2. de verplichting voor de veroordeelde pedofiel om zich bij zijn definitieve vrijlating te melden bij de lokale politie van de buurt waar hij wil verblijven of zich vestigen;

3. de bekendmaking door de politie aan de buurtbewoners waar een vrijgelaten pedofiel zich, al dan niet tijdelijk, wil vestigen of verblijven;

4. veroordeelde pedofielen niet langer in aanmerking voor eerherstel laten komen.

Anke VAN DERMEERSCH
Hugo COVELIERS.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In het Strafwetboek wordt een artikel 389/1 ingevoegd, luidende :

« Art. 389/1. — § 1. Voor feiten bedoeld in de artikelen 372 tot 378 en 379 tot 386ter van het Strafwetboek, indien ze gepleegd werden op minderjarigen of met hun deelneming, kan de rechter de schuldige het verbod opleggen om zich in dezelfde gemeente als die van zijn slachtoffer en of een buurgemeente te huisvesten of er te verblijven.

§ 2. Het verbod gaat in op de dag van de veroordeling met uitstel of op de dag dat de veroordeelde zijn gevangenisstraf heeft ondergaan of dat zijn straf verjaard is ingeval hiervoor geen uitstel is verleend en, ingeval van vervroegde invrijheidstelling, op de dag van zijn invrijheidstelling voor zover die niet herroepen wordt.

§ 3. Elke inbreuk op de beschikking van het vonnis of arrest dat een verbod, zoals bedoeld in paragraaf 1 oplegt, wordt gestraft met gevangenisstraf van een tot drie jaar en met een geldboete van tweehonderd euro tot tweeduizend euro of met één van die straffen alleen. ».

Art. 3

In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 389/2 ingevoegd, luidende :

« Art. 389/2. Bij veroordelingen op grond van de artikelen 372 tot 378 en 379 tot 386ter van het Strafwetboek indien ze gepleegd werden op minderjarigen of met hun deelneming, moet de veroordeelde zich op de dag van de veroordeling met uitstel of op de dag dat de veroordeelde zijn gevangenisstraf heeft ondergaan of dat zijn straf verjaard is ingeval hiervoor geen uitstel is verleend en, ingeval van vervroegde invrijheidstelling, op de dag van zijn invrijheidstelling voor zover die niet herroepen wordt, melden bij de lokale politie van de gemeente waar hij zich zal vestigen of gaat verblijven.

Hij die zich niet houdt aan bovenstaande bepaling wordt gestraft met een gevangenisstraf van een tot drie jaar en met een geldboete van tweehonderd euro tot tweeduizend euro of met één van die straffen alleen. ».

Art. 4

In de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt wordt een artikel 21/1 ingevoegd, luidende :

« Art. 21/1. De politiediensten brengen de bewoners in een straal van één kilometer van de woonst of de verblijfplaats van een veroordeelde als bedoeld in artikel 389/2 van het Strafwetboek, op de hoogte. ».

Art. 5

Artikel 621 van het Wetboek van strafvordering, vervangen bij de wet van 12 juli 1984 en gewijzigd bij de wetten van 9 januari 1991 en 8 augustus 1997, wordt aangevuld met een derde lid, luidende :

« Bovenstaande bepalingen zijn niet van toepassing op veroordelingen op grond van de artikelen 372 tot 378 en 379 tot 386ter van het Strafwetboek indien ze gepleegd werden op minderjarigen of met hun deelneming. ».

Art. 6

In artikel 629, laatste lid, derde zin, van hetzelfde Wetboek wordt het zinsdeel « of voor feiten bedoeld bij de artikelen 379 tot 386ter van hetzelfde Wetboek indien ze gepleegd werden op minderjarigen of met hun deelneming, » opgeheven.

18 maart 2009.

Anke VAN DERMEERSCH
Hugo COVELIERS.