4-1238/1

4-1238/1

Belgische Senaat

ZITTING 2008-2009

23 MAART 2009


Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet dat ertoe strekt de overmatige schuldenlast te bestrijden aan de hand van een efficiëntere regelgeving voor de geoorloofde en niet-geoorloofde debetstand op een bankrekening

(Ingediend door de dames Christiane Vienne en Joëlle Kapompolé)


TOELICHTING


Het voorliggend wetsvoorstel is gebaseerd op het werk van het platform « Dag zonder krediet » en zijn dossier : « Aanbevelingen voor een betere consumentenbescherming ». Dat platform bestaat uit Frans- en Nederlandstalige verenigingen en wil consumenten wijzen op de gevaren van makkelijk krediet dat tot overmatige schuldenlast kan leiden.

Het valt niet te ontkennen dat de koopkracht van de bevolking de afgelopen jaren sterk is gedaald. Het is bovendien zo dat de consument in een crisisperiode naar krediet grijpt om zijn dalende koopkracht te compenseren. De vrees bestaat dus dat het aantal personen met een overmatige schuldenlast nog zal toenemen tijdens deze crisis omdat meer mensen een lager inkomen hebben. Naast de grotere vraag naar krediet als betalingsmethode, stelt men vast dat de consument ook vaak naar krediet grijpt zonder de gevolgen ervan correct in te schatten. Dat is één van de elementen die aan de basis ligt van het fenomeen van de schuldenspiraal.

Er zijn uiteraard heel wat oorzaken die aan de basis liggen van een schuldenlast, maar het is onmogelijk ze allemaal tegelijk te behandelen. Dit wetsvoorstel strekt ertoe de geoorloofde debetstand op een bankrekening en de « niet-geoorloofde » overschrijdingen duidelijker te regelen (de stilzwijgend aanvaarde debetstand waarmee de consument over bedragen mag beschikken die de overeengekomen debetstand overschrijden).

De geoorloofde debetstand op een bankrekening

Rekeninghouders krijgen van banken regelmatig toestemming om in het rood te gaan. Die debetstand kan voor de klant interessant zijn omdat hij hierdoor enige manoeuvreerruimte krijgt, bijvoorbeeld bij een betalingsachterstand. Het is dus niet de bedoeling om de toegang tot die dienstverlening te beperken. Men merkt echter twee problemen op bij het aanbieden van die dienstverlening. Het eerste probleem betreft de aard zelf van de debetstand op een bankrekening. Die dienstverlening wordt door de banken voorgesteld als een « voordeel », als een « faciliteit », hoewel het een vorm van krediet is die — tegen bewezen kosten — niet verwaarloosbare gevolgen kan hebben voor de financiële situatie van de begunstigde. Het tweede probleem is de manier waarop dat « voordeel » wordt toegekend : de bank brengt de klant schriftelijk op de hoogte dat hij over die « faciliteit » kan beschikken en gaat ervan uit dat, zonder reactie van de klant, het contract gesloten is (en dat de mogelijkheid om in het rood te gaan van toepassing is).

Men kan er zich dus op geen enkele manier van vergewissen of de klant de voorwaarden van de nieuwe dienstverlening die hij voortaan kan genieten, goed begrepen en onthouden heeft. Aangezien er geen reactie van de klant wordt gevraagd, zal de klant weinig aandacht besteden aan de inhoud van de brief. Gelet op de geldende rentetarieven is bijzondere aandacht hier nochtans op zijn plaats. Er is weliswaar een voordeel maar daar hangt ook een prijskaartje aan ! Gaandeweg kan de consument steeds vaker in het rood staan. Hij gebruikt die debetstand immers om zijn koopkracht te vergroten en niet bij wijze van uitzondering of als tijdelijke oplossing.

De niet-geoorloofde debetstand op een bankrekening

Sommige banken aanvaarden stilzwijgend dat hun klanten regelmatig hun maximale geoorloofde debetstand op hun bankrekening overschrijden. Dat wordt de « niet-geoorloofde » debetstand op een bankrekening genoemd. Die overschrijding kan nuttig zijn wanneer de consument dringend en tijdelijk geld nodig heeft. Het is dus niet de bedoeling dit te verbieden of te bestraffen of de uitvoering ervan ingewikkelder te maken.

De manier waarop die mogelijkheid wordt aangeboden zorgt voor ernstige moeilijkheden. Enerzijds schat de consument zelden de draagwijdte van die « faciliteit » in. De bank reageert over het algemeen immers niet bij een kredietoverschrijding. Hierdoor beseft de consument niet dat hij er regelmatig een beroep op doet totdat zijn rekening steeds vroeger in de maand een negatief saldo vertoont. Helaas is het dan vaak te laat want de consument zit dan in de greep van de schuldenspiraal. Anderzijds valt de debetstand op een bankrekening niet binnen het toepassingsgebied van de wet op het consumentenkrediet omdat er geen enkel contract werd gesloten en het bedrag lager is dan 1250 euro. De kredietgever moet bijgevolg de consument niet op de hoogte brengen van de kredietoverschrijding, het gangbare debetrentetarief of de niet-geoorloofde kredietoverschrijding. Hij moet een dergelijke overschrijding bovendien niet voorkomen noch tijdig contact opnemen met de klant om een geschikt kredietmiddel te vinden voor zijn financiële situatie.

Het voorliggend wetsvoorstel strekt er dus toe een oplossing te vinden voor al die problemen door de wet op het consumentenkrediet te verbeteren. Er worden drie maatregelen voorgesteld om dit kredietsysteem beter te omlijnen. Zo wordt het publiek beter beschermd en zal het niet regelmatig teruggrijpen naar krediet. Het kan kredietnemers immers in een overmatige schuldenlast dompelen. Ten eerste moet het toekennen van een debetstand op een bankrekening gepaard gaan met een schriftelijke, nadrukkelijke en voorafgaandelijk van de rekeninghouder uitgaande vraag. Het principe van de automatische toekenning wanneer de klant niet reageert, wordt dus verboden. Vervolgens moeten de banken de consument duidelijk informeren over de « geoorloofde » en « niet-geoorloofde » debetstanden op een bankrekening (kosten, gevolgen bij een niet-terugbetaling, « opzeggingsmogelijkheid », ...). Ten slotte moet het toepassingsgebied van de wet op het consumentenkrediet worden uitgebreid tot het krediet dat wordt verstrekt in het kader van een overschrijding van de (geoorloofde) debetstand op een bankrekening.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 2

De opheffing van 1º en 3º van artikel 3, § 1, strekt ertoe het aantal gevallen dat niet onder de toepassing van de wet valt, terug te dringen. De kredietovereenkomsten waarbij consumenten het krediet moeten terugbetalen binnen een termijn van minder dan drie maanden en de kredietopeningen die binnen een termijn van drie maanden moeten worden terugbetaald en waarbij het bedrag kleiner is dan 1 250 euro, zullen voortaan onder de beschermende maatregelen van de wet op het consumentenkrediet vallen.

Artikel 3, 1º

De bank zorgt er op technisch vlak voor dat de consument het bedrag van het initieel krediet kan overschrijden. Er is dus geen enkele reden waarom de consument automatisch meer zou betalen dan wat in het begin werd bepaald. Het is dus de kredietgever die ervoor moet zorgen dat de consument niet meer kan uitgeven dan wat formeel geoorloofd is. Kredietinstellingen zullen nieuwe technische instrumenten moeten inzetten om de kredietlijn te blokkeren zodra die opgebruikt is.

Artikelen 3, 2º, en 4

Als de mogelijkheid wordt afgeschaft om automatisch de initieel geoorloofde debetstand te overschrijden, hebben artikel 60bis, § 2 en artikel 60ter geen reden van bestaan meer.

Christiane VIENNE.
Joëlle KAPOMPOLÉ.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Het 1º en 3º van artikel 3, § 1, van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet worden opgeheven.

Art. 3

In artikel 60bis van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1º in paragraaf 1, ingevoegd bij de wet van 24 maart 2003, worden het tweede en het derde lid vervangen als volgt :

« Zodra het maximumbedrag is bereikt, moet de kredietgever de kredietopnemingen opschorten en de consument op de hoogte brengen. »;

2º paragraaf 2 wordt opgeheven.

Art. 4

Artikel 60ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 24 maart 2003, wordt opgeheven.

Art. 5

Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de zesde maand volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

20 februari 2009.

Christiane VIENNE.
Joëlle KAPOMPOLÉ.