4-64 | 4-64 |
M. le président. - M. Olivier Chastel, secrétaire d'État aux Affaires étrangères, chargé de la Préparation de la Présidence européenne, adjoint au ministre des Affaires étrangères, répondra.
De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Op 18 december 2008 stelde minister Onkelinx in deze vergadering dat ze inzake de organisatie van een algemene vaccinatie tegen baarmoederhalskanker een gedifferentieerde aanpak tussen de verschillende gemeenschappen mogelijk acht. Mijn grote bezorgdheid was toen dat dit niet op de lange baan mocht worden geschoven. Dat lijkt nu toch te gebeuren, zoals blijkt uit een artikel in Artsenkrant van 6 februari 2009. Vlaamse vertegenwoordigers kaartten dit op 14 januari immers aan op de interkabinettenwerkgroep van het Nationale Kankerplan. De minister besloot daarop dit voorstel door te sturen naar de juridische dienst van het RIZIV voor verder onderzoek.
In de Kamer gaf de minister toe dat het moeilijk was een precies tijdschema te geven. Na het interministerieel comité Volksgezondheid van 2 maart, waarop het voorstel opnieuw zou bekeken worden, zou het in de maanden erop in een koninklijk besluit gegoten worden. Het is te betreuren dat dit belangrijke dossier op de lange baan geschoven wordt.
Kan de minister garanderen dat de samenwerking met de Vlaamse Gemeenschap voor een algemene vaccinatie tegen baarmoederhalskanker er komt? Is de minister bereid desnoods met de Vlaamse Gemeenschap alleen in zee te gaan? Zo ja, is het dan nu reeds mogelijk om een concreet tijdschema te geven?
De heer Olivier Chastel, staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken, belast met de Voorbereiding van het Europese Voorzitterschap, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken. - Ik lees het antwoord van minister Onkelinx.
Tijdens de volgende interministeriële conferentie Volksgezondheid van 2 maart eerstkomende zal mijn administratie een voorstel voorleggen. Het definieert de algemene principes van de asymmetrische overeenkomsten met de gemeenschappen en de gewesten betreffende de financiering van de verstrekkingen opgenomen in de nomenclatuur in het kader van de preventiecampagnes, in het bijzonder de opsporings- en vaccinatiecampagnes.
Om deze algemene principes om te zetten in operationele voorstellen stel ik voor drie werkgroepen op te richten. Ze zouden verbonden worden met de interkabinettenwerkgroep Kankerplan van de interministeriële conferentie Volksgezondheid.
Een eerste werkgroep, voortkomend uit de interkabinettenwerkgroep Kankerplan en onder leiding van het Kankercentrum, zal aangevuld worden met een vertegenwoordiging van het comité van de verzekering voor de geneeskundige verzorging van het RIZIV, van de stichting Kankerregister en het e-healthplatform. Het doel van deze werkgroep is een generiek model van gegevensuitwisseling tussen de zorgverstrekkers, de actoren van de campagne, het Kankerregister en de betrokken openbare administraties te ontwikkelen, dat kan worden toegepast voor alle vaccinatie- of opsporingcampagnes.
De tweede werkgroep, voortkomend uit de interkabinettenwerkgroep `Kankerplan' en eveneens onder leiding van het Kankercentrum, zal overleggen met de bevoegde administraties van de Vlaamse Gemeenschap en van de GGC, het RIZIV, het Kankerregister en het e-healthplatform. Die werkgroep zal een ontwerp van overeenkomst uitwerken voor de deelname van het RIZIV aan de financiering van de HPV-vaccinatiecampagne voor meisjes van 12 jaar, die de Vlaamse Gemeenschap vanaf het schooljaar 2009-2010 wenst te organiseren.
Een derde werkgroep, op dezelfde leest geschoeid als de eerste, bestudeert de financiering door het RIZIV van de opsporing van colorectale kanker die de Franse Gemeenschap vanaf 2009 organiseert.
De twee laatstgenoemde werkgroepen zullen de nadelen onder de loep nemen die voor de verplichte verzekering geneeskundige verzorging voortvloeien uit de verschillende financieringswijze van de HPV-vaccinatie en van de testen voor de opsporing van colorectale kanker. Naast het RIZIV komen immers ook de Vlaamse Gemeenschap voor de HPV-vaccinatiecampagne en de Franse Gemeenschap in de opsporingscampagne van colorectale kanker tussen.
Als het interministerieel comité het voorstel goedkeurt en de drie werkgroepen gelanceerd worden, ben ik klaar om de nodige wettelijke, reglementaire en budgettaire maatregelen te nemen om een overeenkomst te sluiten met de Vlaamse Gemeenschap voor de HPV-vaccinatiecampagne vanaf het schooljaar 2009-2010.
De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Ik sta perplex bij dit complexe antwoord. Ik heb de indruk dat alleen de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker, één vaccinatie dus, wordt bedolven onder een tsunami van werkgroepen. Duidelijk is echter alleszins dat minister Fonck, zelf ook arts, niet gewonnen is voor een veralgemeende vaccinatie van de Franstalige meisjes, terwijl de Vlaamse regering er voor de Vlaamse meisjes wel voorstander van is.
De professoren Hoppenbrouwers, Van Damme en Van Ranst hebben die vaccinatie tot in de vulgariserende pers bepleit. De inspectie Volksgezondheid van de Vlaamse Gemeenschap is voor. Minister Vanackere, gewezen Vlaams minister van Welzijn, is voor. De Vlaamse regering, de Vlaamse overheid, het Vlaams parlement, zijn allemaal voorstander van vaccinatie.
De beslissing wordt echter doorgeschoven naar 2009-2010. Ik vrees dus dat het voorstel zal worden begraven in de werkgroepen nog voor dit het vooropgestelde traject zal hebben doorlopen. Dat betreur ik zeer.