4-60 | 4-60 |
De heer Karim Van Overmeire (VB). - Onlangs bracht de Turkse premier Erdoğan een driedaags bezoek aan Brussel. Daarbij stonden onder meer ontmoetingen met José Manuel Barroso, Javier Solana en Olli Rehn op de agenda. Het was het eerste bezoek van premier Erdoğan aan Brussel sinds de Europese Unie in december 2004 het licht op groen zette voor de toetredingsonderhandelingen.
Elke objectieve toeschouwer moet vaststellen dat er sinds december 2004 weinig vooruitgang is geboekt. Slechts tien van de 35 hoofdstukken zijn geopend - twee pas op 17 december - en slechts één hoofdstuk is voorlopig afgesloten. De noodzakelijke hervormingen zitten in het slop. Het momentum om die hervormingen te realiseren, lijkt te zijn verdwenen. Het wederzijdse vertrouwen tussen Turkije en de Europese Unie is zoek.
Premier Erdoğan noemde de toetreding van Turkije tot de Europese Unie een `topprioriteit voor de Turkse regering' en voor het eerst heeft de Turkse regering ook een voltijdse onderhandelaar aangesteld, namelijk de heer Egemen Bağış. Het is echter maar de vraag of dit voldoende is. `Brussels wants deeds, not words', `geen woorden, maar daden', of `les paroles c'est bien, les actes c'est mieux'.
Waarnemers noemen 2009 een belangrijk of zelfs beslissend jaar voor de Europese ambities van Turkije.
Aan excuses is er geen gebrek. Het gebrek aan vooruitgang wordt toegeschreven aan de seculiere oppositie in Turkije, de `uitbreidingsmoeheid' van de Europese Unie, het feit dat de Unie met twee maten zou meten of aan de houding van de Grieks-Cyprioten. Zowel de parlementsverkiezingen als de presidentsverkiezingen werden als excuus ingeroepen en zoals u weet, zijn er in Turkije in maart lokale verkiezingen.
Het standpunt van mijn fractie is duidelijk. Wij zijn fundamenteel gekant tegen een volwaardig EU-lidmaatschap van Turkije omdat dit lidmaatschap nu eenmaal voorbehouden is aan Europese landen en Turkije in onze ogen geen Europees land is. De weigering om Cyprus te erkennen of om Cypriotische schepen en vliegtuigen op het Turkse grondgebied toe te laten, de mensenrechtensituatie, de louter cosmetische aanpassing van het beruchte artikel 301, de Koerdische kwestie, komen daar als extra argumenten bovenop. De mogelijke toetreding van een moslimland met 70 miljoen inwoners dat, zoals iedereen kan vaststellen, langzaam maar zeker wegglijdt van de erfenis van Kemal Atatürk naar een islamfundamentalisme en islamisme, wordt zeker niet gedragen door de meerderheid van de bevolking van de huidige 27 EU-lidstaten.
Het is bovendien opvallend dat Turkije, in plaats van zoals alle vorige kandidaat-lidstaten enige bescheidenheid aan de dag te leggen, voortdurend zijn toevlucht neemt tot chantage. Zo werd onlangs nog, zij het niet in de officiële onderhandelingen met de vertegenwoordigers van de Europese Unie, maar in de gesprekken in de marge daarvan, de Turkse medewerking aan de Nabuccopijplijn in twijfel getrokken. `Turkije zal een eervolle lidstaat van de Europese Unie worden en niet de zieke man van Europa', zegt Erdoğan. Het wordt misschien wel niet de zieke man van Europa, maar wel een lidstaat die de andere voortdurend chanteert. Als Turkije in het toetredingsproces al chanteert, hoe zal het dan zijn wanneer het land ooit tot de Unie toetreedt? Zullen we dan niet voortdurend met chantage worden geconfronteerd?
Hoe schat de Belgische regering de situatie in? Hoe evalueert ze de inspanningen die Turkije sinds december 2004 heeft gedaan?
Hoe lang kunnen de onderhandelingen met Turkije nog aanslepen zonder dat er een significante vooruitgang wordt geboekt? Wordt een deadline in het vooruitzicht gesteld of zal Turkije over vijf, tien, vijftien, of twintig jaar nog altijd formeel kandidaat-lidstaat zijn?
Hoe schat de regering de kans in dat Turkije de 35 hoofdstukken alsnog binnen een redelijke termijn kan afsluiten?
Hoe staat onze regering tegenover de dreigementen van Turkije om zijn houding over de Nabuccogasleiding te herzien?
De heer Karel De Gucht, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken. - Het voorbije jaar was inderdaad een ontgoochelend jaar voor het onderhandelingsproces met Turkije. Op het einde van 2008 stond de teller op tien geopende hoofdstukken op een totaal van 35 en was slechts één hoofdstuk voorlopig gesloten. In de meest recente bijeenkomst van 8 december 2008 hebben de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU `hun teleurstelling uitgesproken over het feit dat Turkije het voorbije jaar slechts een beperkte voortgang heeft geboekt, vooral op het gebied van de politieke hervormingen'. Tegelijk hebben ze Turkije opgeroepen om `met spoed' vooruitgang te boeken.
Een onderhandelingsproces over de toetreding tot de EU is steeds open-ended. Er wordt niet gewerkt met deadlines en er is ook geen resultaatsverbintenis. Van belang zijn wel de kwaliteit van het onderhandelingsproces, dat gebaseerd is op strikte voorwaarden, en de bereidheid en bekwaamheid van de kandidaat-lidstaat om de verplichtingen die het EU-lidmaatschap met zich brengt, te vervullen, zowel inzake de naleving van de Kopenhagencriteria als de overname en implementatie van het volledige acquis communautaire.
In zijn betrekkingen met Turkije wijst België er systematisch op dat de deur van de EU open blijft omdat het vooruitzicht van toetreding de beste stimulans blijft om werk te maken van de noodzakelijke hervormingen, maar ook dat het tempo van de onderhandelingen blijft afhangen van de voortgang die Ankara boekt in het vervullen van de voorwaarden.
Inzake de Turkse houding tegenover het Nabuccoproject wijs ik er tenslotte op dat premier Erdoğan in zijn onderhoud met Commissievoorzitter Barroso van maandag jongstleden nog heeft onderstreept dat zijn land ten volle bereid is om mee te werken aan de realisatie van dit project. Dezelfde boodschap heb ik gekregen van minister van Staat en EU-hoofdonderhandelaar Bağış, die ik eergisteren nog heb ontmoet. Nabucco is voor Turkije zowel een strategisch als een lucratief project. Enerzijds zal het niet alleen verschillende EU-lidstaten, maar ook Turkije zelf in staat stellen de gasbevoorrading te diversifiëren en, anderzijds, zal het voor Turkije omvangrijke inkomsten in de vorm van transit fees genereren. Van de totale lengte van vijfduizend kilometer bevinden er zich immers drieduizend op Turks grondgebied.
De heer Karim Van Overmeire (VB). - De Turkse regering spreekt over de Nabuccopijplijn toch duidelijk met twee tongen, want in de officiële gesprekken stelt ze zich mild en constructief op, maar daarbuiten hanteert ze een taalgebruik dat ik alleen maar pure chantage kan noemen.
Voor het overige neem ik er akte van dat minister De Gucht de Turkse inspanningen van het voorbije jaar ronduit ontgoochelend noemt. Aangezien de Turkse regering de Europese Unie verwijt dat ze voor de toetreding twee maten hanteert, wijs ik erop dat slechts weinig kandidaat-lidstaten zoveel krediet hebben gekregen als Turkije. Elk ander land dat zich op dezelfde manier zou opstellen en dat even weinig vooruitgang zou boeken, zou al lang het signaal hebben gekregen dat het lidmaatschap voor de EU niet meer hoeft.
De minister heeft uiteraard gelijk wanneer hij zegt dat de onderhandelingen open-ended zijn, maar wanneer op een bepaald ogenblik blijkt dat een kandidaat-lidstaat onvoldoende inspanningen levert of niet in staat blijkt te zijn aan de EU-criteria te voldoen, moet men toch tot een conclusie komen. Doet men dat niet, dan is die kandidaat-lidstaat over tien, twintig of dertig jaar nog altijd kandidaat-lidstaat. Dat is geen ideale situatie.