4-1165/1 | 4-1165/1 |
5 FEBRUARI 2009
Het arrest 102/2003 van 22 juli 2003 van het Grondwettelijk Hof heeft een aantal artikelen van het personeelsstatuut van de geïntegreerde politie vernietigd en heeft de aanzet gegeven tot statutaire aanpassingen.
Ten aanzien van de rechtspositie van het operationeel personeel van de politiediensten werden tal van wijzigingen aangebracht.
— Wet van 3 juli 2005 tot wijziging van bepaalde aspecten van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse bepalingen met betrekking tot de politiediensten.
Ongeveer tweeduizend driehonderd hoofdinspecteurs, houder van een brevet, konden hierdoor zonder bijkomende voorwaarden bevorderd worden tot commissaris; bepaalde officieren konden een theoretische wachttoelage inbrengen bij hun baremische inschaling; heel wat brevetten konden gevaloriseerd worden via een bevordering in het kader van de mobiliteit.
— Wet van 2 juni 2006 tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten wat betreft de benoeming in de graad van aanstelling van bepaalde personeelsleden van de algemene directie van de gerechtelijke politie.
Personeelsleden met een brevet van de bewakings- en opsporingsbrigade van de rijkswacht (BOB) konden hierdoor worden aangesteld in een hogere graad.
— Wet van 20 juni 2006 tot wijziging van bepaalde teksten betreffende de geïntegreerde politie.
Reorganiseerde de top en de centrale diensten van de federale politie en paste de loopbaan van mandaathouders aan.
— Wet van 15 mei 2007 op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten.
Door deze wet werden tientallen personeelsleden, onder meer van het Comité P en van de Algemene Inspectie, benoemd tot hoofdcommissaris zonder bijkomende opleidingsvoorwaarden.
Er moet evenwel worden vastgesteld dat, spijts verschillende arresten van het Grondwettelijk Hof, de wetgever nog niet alle onevenwichtige en discriminerende toestanden heeft rechtgezet.
Uit deze arresten (nrs. 102/2003, 180/2006, 12/2007, 27/2007, 94/2008, 153/2008) blijkt dat de verschillende politiekorpsen op een evenwichtige wijze dienden geïntegreerd te worden in een eengemaakte politie en dat de wetgever geacht wordt hierbij billijkheid en coherentie na te streven om ongelijke situaties te vermijden. (Parl. St., Kamer, 2006-2007, DOC 51-2947/003, p. 1-2).
De door de wetgever genomen maatregelen dienen redelijk en objectief verantwoord te zijn.
In de huidige situatie zijn de officieren uit de voormalige korpsen van rijkswacht, gemeentepolitie en gerechtelijke politie ingedeeld en ingeschaald in lagere of hogere officieren, te weten de respectieve graden van commissaris of hoofdcommissaris.
Zo zijn de commissaris-korpschef van een gemeente klasse 17 en een commissaris (niet-korpschef) van een gemeente klasse 20 ingedeeld bij de lagere officieren en kregen zij de « nieuwe » graad van commissaris.
Deze indeling en inschaling gebeurde naar verluidt op grond van een aantal criteria zoals de loonschaal, de klasse van gemeente, en de proportionaliteitsverhoudingen tussen de verschillende korpsen.
Officieren van de rijkswacht werden vanaf de graad van majoor ingedeeld bij de hogere officieren en kregen de nieuwe graad van hoofdcommissaris.
Uit een grondige vergelijking van de aangehaalde criteria blijkt dat de commissaris-korpschef klasse 17 en de commissaris klasse 20 dienden ingedeeld te worden bij de hogere officieren om volgende redenen :
1. hun oude loonschaal lag hoger dan die van majoor en stemde overeen met de loonschaal van luitenant-kolonel;
2. bij de gemeentepolitie was vanaf de klasse 17 een diploma niveau 1 vereist voor de functie van commissaris, zodat er een duidelijk onderscheid bestond tussen gemeenten klasse 12 t/m 16 en gemeenten klasse 17 t/m 22;
3. van de gemeentepolitie werden op 1 april 2001 op een totaal van 19 800 personeelsleden slechts 172 officieren ingeschaald als hoofdcommissaris, terwijl van de rijkswacht op een totaal van 15 500 personeelsleden 205 officieren werden ingeschaald als hoofdcommissaris.
In een streven naar evenwichtige, billijke en coherente behandeling kan worden aangehaald dat deze twee categorieën van commissarissen van ex-gemeentepolitie ook nooit de mogelijkheid hebben gehad hun wachttoelage volledig te benutten bij de baremische inschaling.
Volgens de artikelen 9 en 35 van de wet van 3 juli 2005, die een inschaling mét een theoretische forfaitaire wachttoelage in het leven riep voor leden van de voormalige rijkswacht en gerechtelijke politie, had een volledige inschaling met wachttoelage nochtans de bedoeling moeten zijn. (Parl. St., Kamer, 2004-2005, DOC 51-1680/001, p. 9-11).
Dat de commissaris-korpschef klasse 17 en de commissaris klasse 20 ingedeeld horen te worden bij de hoofdcommissarissen blijkt ook uit het koninklijk besluit van 27 januari 2008 tot goedkeuring van het reglement betreffende het verlenen van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de leden van de geïntegreerde politiediensten.
Bijlage 2 van dit koninklijk besluit, punt 4A, vermeldt formeel dat de commissaris die na 1 april 2001 de schaal O4bis of O4bis ir heeft bekomen, de onderscheiding bekomt die toegekend wordt aan de hoofdcommissaris O5 en O6.
Om discriminerende toestanden te verhelpen en een evenwichtige en billijke inschaling te bekomen wordt voorgesteld om de wet te wijzigen.
| Dirk CLAES Philippe MOUREAUX Marc ELSEN. |
Algemene bepaling
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Wijzigingen van deel XII van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten, bekrachtigd bij artikel 131 van de wet van 30 december 2001
Art. 2
In tabel D1 van bijlage 11 RPPol worden volgende wijzigingen aangebracht :
1º in de 3e kolom wordt punt 3.21 vervangen als volgt :
« 3.21 Commissaris van politie (korpschef) klasse 12 — 16 (24) »;
2º in de 4e kolom wordt onder punt 3.21 geschrapt :
« PB 25 : 1 301 674 — 1 903 660 (3)
PB 33 : 1 316 621 — 1 938 309 (3)
AP 6.10 : 1 316 621 — 1 938 309 (4)
AP 6.11 : 1 398 707 — 2 065 562 (5)
AP 6.12 : 1 483 970 — 2 186 450 (5) »;
3º in de 3e kolom wordt punt 3.22 vervangen als volgt :
« 3.22 Commissaris van politie (niet korpschef) klasse 19 (24) »;
4º in de 4e kolom wordt onder punt 3.22 geschrapt :
« PB 25 : 1 301 674 — 1 903 660 (3)
AP 6.2 : 1 301 674 — 1 903 660 (4)(5) ».
Art. 3
In tabel D2 van bijlage 11 RPPol worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1º in de 3e kolom wordt punt 3.6 vervangen als volgt :
« Commissaris van politie (korpschef) klasse 17 — 18 (24) »;
2º in de 4e kolom wordt onder punt 3.6 toegevoegd :
« PB 25 : 1 301 674 — 1 903 660 (3)
PB 33 : 1 316 621 — 1 938 309 (3)
AP 6.10 : 1 316 621 — 1 938 309 (4)
AP 6.11 : 1 398 707 — 2 065 562 (5)
AP 6.12 : 1 483 970 — 2 186 450 (5) »;
3º in de 3e kolom wordt punt 3.7 vervangen als volgt :
« Commissaris van politie (niet-korpschef) klasse 20 — 21 (24) »;
4º in de 4e kolom wordt onder punt 3.7 toegevoegd :
« PB 25 : 1 301 674 — 1 903 660 (3)
AP 6.2 : 1 301 674 — 1 903 660 (4)(5) ».
9 december 2008.
| Dirk CLAES Philippe MOUREAUX Marc ELSEN. |