4-59

4-59

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 15 JANVIER 2009 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Louis Ide à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur «le cadastre des professions médicales» (nº 4-645)

M. le président. - M. Carl Devlies, secrétaire d'État à la Coordination de la lutte contre la fraude, adjoint au premier ministre, et secrétaire d'État, adjoint au ministre de la Justice, répondra.

De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - De planning van de medische beroepen heeft veel repercussies, zowel op sociaal, medisch als financieel vlak. Daarom is het een goede zaak dat er nu een kadaster wordt ontwikkeld van de medische beroepen.

De minister heeft mijn vraag daaromtrent vorige week trouwens al gedeeltelijk beantwoord bij monde van staatssecretaris Delizée.

Op basis van zo'n kadaster kan men beter plannen voor de opleiding. Men kan kijken hoeveel artsen van welk type men nodig heeft.

In de beleidsnota van de minister kunnen we hierover het volgende lezen: `Het kadaster van de geneeskundige beroepen zal begin 2009 klaar zijn. De analyse van de gegevens van dat kadaster door de planningscommissie en de behoeften die objectief op het terrein werden vastgesteld, moeten het mogelijk maken om het systeem van de contingentering van de artsen en van de tandartsen te herzien. Een dergelijke herziening zal na overleg met de gemeenschappen gebeuren.'

Die passage stemde me tevreden. We zijn nu begin 2009 en ik vraag me af hoever het staat met de ontwikkeling van dat kadaster.

Wat is de stand van zaken in de ontwikkeling van het kadaster van de medische beroepen?

Kan de minister mij een ontwerp van kadaster bezorgen, in de vorm waarin het vandaag is uitgewerkt?

De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Ik lees het antwoord van minister Onkelinx.

Het kadaster van de medische beroepen is een dynamisch instrument dat een bepaald aantal gegevens oplijst, zoals de naam, het beroepsadres, het diplomajaar en het RIZIV-nummer van elke gezondheidswerker. Dat kadaster is thans uitgewerkt in geïnformatiseerde vorm en er wordt elk jaar een publicatie van uitgegeven met als titel `Gezondheidswerkers in België - Jaarlijkse statistieken'. De laatste uitgave die tot ieders beschikking is dateert van juni 2008.

Ik heb aan de administratie Volksgezondheid gevraagd het invoeren van de verschillende toepassingen van het kadaster te versnellen, het te laten aansluiten bij de prestatiecijfers van het RIZIV en analytische studies te programmeren in de loop van 2009.

De cijfers voor de verpleegkundigen, de kinesisten en de huisartsen zouden in maart of april van dit jaar moeten bekend zijn.

Voor de gespecialiseerde artsen moet men enkele maanden meer tellen, maar bepaalde studies zijn reeds bezig, in het bijzonder in het kader van specialiteiten waarvoor een zeker tekort schijnt te zijn, zoals de pediatrie.

Alle resultaten zullen worden bezorgd aan de planningscommissie en door haar worden geanalyseerd. Op basis van die resultaten zal er een realistische planning opgesteld worden. Het is essentieel eraan te herinneren dat de contingentering slechts een van de facetten is van de planning en dat die het allereerst mogelijk moet maken een evenwicht te vinden tussen het aanbod en de vraag binnen het systeem van de gezondheidszorg.

De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Ik heb wel een antwoord gekregen op mijn eerste vraag, maar niet op mijn vraag naar het ontwerp van kadaster. Ik besef wel dat dit mogelijk persoonsgegevens kan bevatten, maar die kan men anonimiseren.

Overigens is een kadaster met alleen maar een beroepsadres, naam en RIZIV-nummer nog geen kadaster zolang dat niet wordt gekoppeld aan prestaties.

Ik vraag naar het ontwerp van kadaster, omdat ik daar als parlementslid een kritische blik op wil werpen. Dat hoort ook bij mijn controlerecht als parlementslid. Als ik bijvoorbeeld hoor dat de minister spreekt over een tekort aan pediaters, dan kan dat slaan op pediaters verbonden aan een ziekenhuis of op pediaters die extra muros werken. Daarom wil ik graag al de voorlopige stand van dat kadaster inzien.

M. le président. - Le droit de contrôle parlementaire dans le cadre de la séparation des pouvoirs ne porte pas sur les projets qu'élabore le pouvoir exécutif. Celui-ci doit seulement se justifier pour ses décisions. Dans une demande d'explications formelle, il n'est donc pas usuel de demander à l'exécutif des éclaircissements sur un projet ou avant-projet. Peut-être pouvez-vous inscrire le cadastre des professions médicales à l'ordre du jour de la commission des Affaires sociales. Il intéressera sans doute aussi d'autres membres de la commission.

De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Ik sluit me aan bij de suggestie van de voorzitter. Ik heb het antwoord van de minister volledig naar voor gebracht. Over het tweede deel van de vraag was het antwoord wellicht beperkt. Het is aan te bevelen het voorstel van de voorzitter te volgen.

De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Ik kan daarmee akkoord gaan, maar de statistische gegevens van de gezondheidswerkers worden nu al meegedeeld, in beperkte vorm. Ik vraag dus gewoon iets uitgebreidere informatie. Ik veronderstel dat de artsen-senatoren daar ook in geïnteresseerd zijn. De gegevens moeten inderdaad kritisch worden bekeken, zodat geen fouten worden gemaakt.

Het stoort me wel enigszins dat sommige verenigingen onofficiële documenten in hun bezit hebben, waar parlementsleden moeilijk de hand op kunnen leggen.