4-59

4-59

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 15 JANUARI 2009 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Freya Piryns aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden over ęhet tekort aan opvangplaatsen voor asielzoekersĽ (nr. 4-570)

Mevrouw Freya Piryns (Groen!). - Tegenover minister Turtelboom heb ik me al meer dan eens geŽxcuseerd omdat ik steeds weer dezelfde vragen moet stellen. Vandaag sta ik hier opnieuw, dit keer tegenover de minister van Maatschappelijke Integratie, om een probleem aan te kaarten waarvoor ik al enkele maanden geleden aandacht vroeg, maar waarvoor er nog steeds geen oplossing is.

Het spijt me heel erg dat ik hier weer maar eens over dezelfde problemen ga vertellen. En ik hoop dat ik niet de enige ben die spijt heeft, want de wantoestanden die ik hier moet aanklagen zijn een land als BelgiŽ absoluut onwaardig.

Bijna drie maanden geleden al luidde Fedasil de alarmbel omdat zijn opvangcentra vol zaten en hij de nieuwe asielzoekers niet meer kon opvangen. De dienst deed wat hij kon om binnen de centra voor extra opvangcapaciteit te zorgen en er werden een aantal `noodopvangplaatsen' gecreŽerd. Die noodopvangplaatsen moesten onderdak bieden aan asielzoekers die niet onmiddellijk ergens anders terecht konden, en wel voor maximaal tien dagen.

We zijn nu enkele maanden verder. We staan geen stap verder: de opvangcentra zitten nog steeds overvol en de levensomstandigheden in de noodopvangplaatsen zijn meer dan schrijnend. Gezinnen zitten opeengepakt in kleine appartementen die eigenlijk voor afbraak bestemd waren. Mensen zouden daar niet moeten in wonen. Waterleiding, elektriciteit en sanitair laten te wensen over. Er is geen mogelijkheid om zelf te koken. En dan hebben die gezinnen nog geluk, bij manier van spreken, want alleenstaande asielzoekers krijgen enkel 's avonds een bed om te slapen, maar worden 's morgens weer op straat gezet. En dat bij de lage temperaturen die we de afgelopen weken hebben meegemaakt! Hoewel de noodopvang voor maximaal tien dagen gold, zit een derde van de mensen er al meer dan een maand.

Maar misschien wel het ergste is het gebrek aan begeleiding. In een asielcentrum wordt elke asielzoeker begeleid door een maatschappelijk werker, die zijn dossier volgt. In de noodopvang krijgen asielzoekers nauwelijks begeleiding. Zo lopen die mensen soms zelfs hun gesprek met het commissariaat-generaal mis, omdat de uitnodiging gewoon niet aankomt - niemand weet naar welk adres men de brief moet sturen - of omdat ze hem niet kunnen lezen. Zo wordt hun aanvraag automatisch geweigerd, zonder enige kans op een gesprek.

De rechten van die asielzoekers, die uiteindelijk alleen maar op zoek zijn naar een beter leven, worden zwaar geschonden terwijl de minister al maanden wist dat het probleem zich zou voordoen. Hoe lang nog blijft de minister toekijken zonder het probleem ten gronde aan te pakken?

Welke maatregelen worden er op het ogenblik genomen om de ergste wantoestanden - het veel te lange verblijf in de noodopvangplaatsen - te verhelpen? Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat er weer plaats komt in de opvangcentra voor alle mensen die daar recht op hebben? Hoe wil de minister in de toekomst wantoestanden voorkomen?

Het gaat niet meer op dat men ad hoc blijft zoeken naar extra opvangplaatsen en daarom heb ik nog een bijkomende, veel ruimere vraag. Toen de wet betreffende de opvang van asielzoekers in 2006 werd opgesteld, werd een evaluatie beloofd na een jaar. Dat jaar is inmiddels al lang voorbij. Wanneer zal de minister de evaluatie in het parlement komen toelichten? We moeten ons daar immers dringend over buigen.

Zou het niet goed zijn dat een parlementsafvaardiging een open centrum en liefst ook een gesloten centrum bezoekt, hoewel de minister voor die laatste niet bevoegd is? Het is misschien nuttig dat de parlementsleden ter plaatse kunnen vaststellen hoe schrijnend de toestand is en op welke schandalige manier BelgiŽ omgaat met asielzoekers die nog in procedures zitten.

Mevrouw Marie Arena, minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden. - We werken met Fedasil inderdaad al maanden aan maatregelen die de negatieve effecten moeten wegwerken.

De centra met structurele plaatsen kampen met een tijdelijke overcapaciteit, waarbij alle plaatsen maximaal worden gebruikt.

Er is eind augustus een circulaire verstuurd met het verzoek om al wie een verblijfstatuut heeft als erkende vluchteling, als geregulariseerde of als subsidiair beschermde versneld naar huisvesting buiten het centrum te begeleiden.

Om dat te realiseren, werd voorzien in begeleidende maatregelen voor de OCMW's. Er kwam een wettelijke aanpassing die het OCMW dat een aanvraag voor een huurwaarborg krijgt van iemand die de opvangstructuur verlaat, voortaan bevoegd maakt. De OCMW's krijgen extra middelen om de huurwaarborg te helpen betalen.

Code 207 werd opgeschort voor mensen die vijf jaar in de procedure zitten of vier jaar voor mensen met schoolgaande kinderen. Ook die groep zal de opvang versneld verlaten.

Er werden 419 plaatsen gecreŽerd in nacht- en noodopvang. Dat is echter niet hetzelfde als structurele opvang. Het gaat om noodopvang in de zin van een antwoord bieden op dringende noden, wat gelet op de winterperiode absoluut noodzakelijk is. Die opvang loopt tot einde maart. Dat soort opvang mag niet vergeleken worden met de kwaliteitsvolle opvang die in de structurele opvang wordt geboden. Het is echter roeien met de riemen die we hebben. Gelukkig zijn er instanties zoals Fedasil, het Rode Kruis, de OCMW's en organisaties zoals CASU die zich extra inspannen om de directe noden te lenigen.

Bovendien wordt volop gewerkt aan het creŽren van bijkomende tijdelijke plaatsen. Het is de bedoeling om op heel korte termijn nogmaals 500 plaatsen te creŽren die een kwaliteitsvolle opvang kunnen bieden en een meer stabiele situatie kunnen creŽren voor de mensen die nu op noodopvang zijn aangewezen. Er wordt overleg gepleegd over mogelijke plaatsen in Vlaanderen en WalloniŽ.

Gelet op de prognoses die wijzen op een toename van de vraag voor de rest van het jaar valt echter te vrezen dat ook dat niet voldoende zal zijn. Er wordt geschat dat er tegen het einde van dit jaar 17 300 plaatsen nodig zullen zijn. Nu zijn er 16 500 beschikbaar. Ik zal de regering dan ook vragen om 1 700 extra plaatsen in te richten. Dat houdt ook in dat het moratorium op plaatsen binnen de Initiatieven voor Lokale Opvang die door de OCMW's worden beheerd, zou worden opgeheven. Momenteel staat dit geblokkeerd op 7 450 plaatsen.

Mevrouw Piryns suggereerde het bezoek van een parlementsafvaardiging aan een open centrum. Die centra zijn open voor iedereen, dus ook voor de parlementsleden.

Mevrouw Freya Piryns (Groen!). - Ik twijfel er niet aan dat ze van goede wil is en dat ze misschien af en toe ook wel eens wakker ligt van het lot van die mensen. De toestand waarin wij nu asielzoekers opvangen is schandalig en schrijnend. Er zijn asielzoekers die alleen maar een slaapplaats krijgen en overdag op de straat worden gezet. De minister zegt dat ze te weinig plaatsen heeft, maar dat wist ze in september ook al. Ik heb amper iets nieuws gehoord, buiten de 500 bijkomende noodplaatsen die ze nu nog eens aankondigt. Ik denk dat Fedasil echt niet weet wat te doen. Ik vind de situatie alleszins schandalig en dat de regering meer moet doen dan telkens weer een prognose afwachten om dan weer te moeten vaststellen dat er te weinig plaatsen zijn. Als de minister nu weet dat er voor het hele jaar te weinig plaatsen zullen zijn, denk ik dat ze sneller zal moeten handelen dan ze vandaag van plan is.

Er moest na een jaar een evaluatie worden gemaakt van de wet op de opvang van asielzoekers. De wet dateert van 2006 en het is nu al 2009, dus we zijn al over tijd. Daarom vraag ik nogmaals wanneer we die evaluatie kunnen verwachten, zodat we ze ten gronde in het parlement kunnen bespreken?