4-57

4-57

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 8 JANUARI 2009 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Martine Taelman aan de minister van Justitie over ęgevangenisstraffen in het land van herkomstĽ (nr. 4-630)

De voorzitter. - De heer Bernard Clerfayt, staatssecretaris voor de Modernisering van de Federale Overheidsdienst FinanciŽn, de Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van FinanciŽn, antwoordt.

Mevrouw Martine Taelman (Open Vld). - In antwoord op mijn vraag om uitleg van 10 april 2008 liet de minister van Justitie weten dat er tot dan toe maar tien gevangenen onvrijwillig naar hun land van herkomst waren overgebracht om daar hun gevangenisstraf uit te zitten.

In een krantenartikel van 15 april 2008 beloofde de minister, via zijn woordvoerder, om de criteria aan te scherpen zodat meer gevangenen naar hun land van herkomst kunnen worden overgebracht. Uit zijn antwoord op een vraag om uitleg van collega Anke Van dermeersch van einde december 2008 maak ik echter op dat we ondertussen aan zestien veroordeelden zitten die hun straf in hun land van herkomst uitzitten. In negen maanden tijd zijn er dus maar zes gevangenen bijgekomen die onvrijwillig naar hun land van herkomst zijn overgebracht.

Zijn de criteria inzake gevonniste personen zonder echte band met ons land inmiddels aangescherpt, zodat die gevangenen naar hun land van herkomst kunnen worden overgebracht om daar hun straf uit te zitten? Zo ja, wanneer gebeurde dat? Zo neen, waarom gebeurde dat nog niet? Zo ja, welke zijn de nieuwe criteria?

Plant de minister initiatieven om de landen die het protocol van de Raad van Europa niet hebben geratificeerd, aan te zetten een bilateraal verdrag met ons land te sluiten, zodat ook gevangenen uit die landen kunnen worden overgebracht? Zo ja, welke stappen worden concreet gedaan?

Is de minister van plan om een bilateraal verdrag te onderhandelen met landen als Turkije en AlbaniŽ, waarvan een behoorlijk aantal gedetineerden in onze gevangenissen zitten? Zo ja, welke timing en stappen wil hij nemen? Zo neen, waarom neemt hij deze beleidsbeslissing niet?

De heer Bernard Clerfayt, staatssecretaris voor de Modernisering van de Federale Overheidsdienst FinanciŽn, de Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van FinanciŽn. - Ik lees het antwoord van minister De Clerck.

De criteria op basis waarvan een overbrenging zonder het akkoord van de gedetineerde mogelijk is, zijn vastgelegd in het Additioneel Protocol van 1997 bij de Conventie van de Raad van Europa. De procedures om in de praktijk tot een overbrenging over te gaan, nemen veel tijd in beslag omdat zowel in het land van veroordeling als in het land van herkomst van de gedetineerde een aantal onderzoeken moeten worden verricht, adviezen ingewonnen en beslissingen getroffen. Daarna volgt nog de fase van de praktische regelingen voor de feitelijke overdracht.

De periode tussen een eerste aanvraag voor overbrenging en de effectieve overdracht van de gedetineerde, is daardoor vrij lang. Ze varieert van land tot land en van geval tot geval, doch het is geen uitzondering wanneer een dossier negen tot tien maanden in beslag neemt alvorens alle procedurestappen volledig zijn doorlopen.

Mijn departement is op het ogenblik bezig om, in overleg met de betrokken externe instanties, zoals de DVZ en de Federale Politie, een aantal maatregelen uit te werken om die tijdspanne in te korten. Deze maatregelen kunnen echter alleen betrekking hebben op het Belgische deel van de procedures.

BelgiŽ kan uiteraard landen niet dwingen om tot het Additioneel Protocol voor verplichte overbrenging toe te treden, maar het maakt van zijn bilaterale contacten in de justitiŽle sector vrij stelselmatig gebruik om voor die ondertekeningen een lans te breken. Op het ogenblik wordt met AlbaniŽ concreet onderzocht hoe we een bilateraal akkoord over de overbrenging van gedetineerden zonder hun instemming kunnen afsluiten.

Hierover zijn trouwens ook op politiek niveau reeds contacten geweest. Een dergelijk bilateraal akkoord zal desgevallend duidelijk binnen de krijtlijnen en principes van de desbetreffende instrumenten van de Raad van Europa blijven.

BelgiŽ heeft ook interesse om met andere landen een overbrengingsakkoord te sluiten. Daarvoor wordt actief gezocht naar geÔnteresseerde kandidaat-landen. Die akkoorden hebben niet alleen tot doel een kader te scheppen om vreemde gedetineerden hun straf te laten uitzitten in hun land van herkomst, veeleer dan in BelgiŽ, mede met het oog op de verbeterde reÔntegratieperspectieven, maar ook om landgenoten die in het buitenland in de gevangenis zitten, de mogelijkheid te geven om de soms minder goede detentievoorwaarden in een buitenlandse gevangenis te ruilen voor een gevangenis in BelgiŽ.