4-959/1

4-959/1

Belgische Senaat

ZITTING 2007-2008

10 OKTOBER 2008


Wetsvoorstel tot wijziging van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, wat betreft de verdeling van de betrekkingen in de diensten waarvan de werkkring het ganse land bestrijkt

(Ingediend door de heer Yves Buysse c.s.)


TOELICHTING


Dit wetsvoorstel neemt, in geactualiseerde vorm, de tekst over van een voorstel dat reeds op 3 november 2004 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 3-891/1 - 2004/2005).

1. DE HUIDIGE WETTELIJKE REGELING

Momenteel wordt de verdeling van de betrekkingen in de diensten waarvan de werkkring het ganse land bestrijkt, op een dergelijke wijze geregeld dat het meerderheidsvolk in dit land systematisch wordt benadeeld ten voordele van het minderheidsvolk. Aan deze onrechtvaardigheid dient dringend een einde te worden gesteld, wat het opzet van dit wetsvoorstel is.

De verdeling van de overheidsbetrekkingen voor de diensten waarvan de werkkring het ganse land bestrijkt wordt geregeld door drie wetsbepalingen.

Artikel 43, § 3, van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken bepaalt dat voor iedere centrale dienst om de zes jaar een percentage betrekkingen aan het Nederlandse en Franse kader dient toegewezen te worden « met inachtneming, op alle trappen van de hiërarchie, van het wezenlijk belang dat de Nederlandse en Franse taalgebieden respectievelijk voor iedere dienst vertegenwoordigen ». Voor de managementfuncties, de staffuncties en de graden van rang 13 en hoger en voor gelijkwaardige graden alsook voor de klassen A3, A4 en A5, wordt evenwel in pariteit voorzien. Van deze regeling kan de Koning, bij een met redenen omkleed besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, afwijken voor centrale diensten « waarvan de bevoegdheden of de werkzaamheden de Nederlandse en Franse taalgebieden in ongelijke mate betreffen ».

Het bij wet van 12 juni 2002 ingevoegde artikel 43ter van dezelfde gecoördineerde wetten voorziet, met enkele bijkomende schakeringen, in een gelijkaardige regeling voor de centrale diensten van de gecentraliseerde federale overheidsdiensten, met uitzondering van de ministeries waarop de bepalingen van artikel 43 van toepassing blijven.

Ten slotte bestaat er een speciale regeling voor de buitenlandse diensten, waar de betrekkingen op alle trappen van de hiërarchie automatisch op paritaire basis worden verdeeld (art. 47, § 5, tweede lid).

Deze wettelijke regeling leidt tot onrechtvaardige en door niets te verantwoorden scheeftrekkingen in de verdeling van de betrekkingen tussen de twee grote volkeren in dit land. Het is inderdaad niet te verantwoorden dat het Vlaamse volk, dat ongeveer 60 % van de bevolking van dit land vormt, slechts 50 % van de hogere betrekkingen en de betrekkingen in buitenlandse diensten mag innemen.

Bovendien grijpen niet alleen op deze twee niveaus scheeftrekkingen plaats bij de verdeling van de betrekkingen in de centrale diensten. Ook bij de verdeling van de betrekkingen voor de lagere niveaus is dit het geval ingevolge de wijze waarop het begrip « wezenlijk belang » in de praktijk wordt ingevuld. Met een dergelijke omschrijving heeft de wetgever voor de verdeling van de betrekkingen immers een appreciatie criterium ingevoerd, waarbij heel wat speelruimte wordt opengelaten voor misbruiken en scheeftrekkingen. Deze laatste doen zich in de praktijk dan ook effectief voor.

Concreet wordt er bij de invulling van dit criterium voor de verdeling van de bewuste betrekkingen over de taalgroepen een onderscheid gemaakt tussen enerzijds uitvoeringstaken en anderzijds zaken van algemene aard en studie- en conceptietaken.

Bij uitvoeringstaken wordt voor de verdeelsleutel het aantal dossiers of zaken geteld dat in elk van beide talen worden afgehandeld. Indien correct toegepast, wat niet altijd het geval is, lijkt ons dit een aanvaardbaar criterium te zijn. Voor zaken van algemene aard en studie- en conceptietaken daarentegen wordt teruggegrepen naar het onbillijke criterium van de pariteit om het begrip « wezenlijk belang » een concrete invulling te geven. De bekomen resultaten worden vervolgens samengevoegd om tot een concrete verhouding te komen voor de verdeling van de betrekkingen over beide taalgroepen. Wegens de categorie « zaken van algemene aard en studie en conceptietaken », die voor sommige diensten verhoudingsgewijs vrij omvangrijk kan zijn, heeft er dus ook op het vlak van de lagere betrekkingen een scheeftrekking plaats ten nadele van het meerderheidsvolk in dit land.

Bij de actuele verdeling van de betrekkingen in de diensten waarvan de werkkring het ganse land bestrijkt, is er dus een aantal mechanismen ingebouwd waarbij het minderheidsvolk systematisch wordt bevoordeeld en het meerderheidsvolk systematisch benadeeld. Daardoor gaan duizenden banen verloren voor het meerderheidsvolk in dit land. Volgens berekeningen die door een indiener van dit voorstel in 2005 werden gemaakt, zou het in dat jaar om niet minder dan 20 000 betrekkingen gaan. Een andere, meer rechtvaardige regeling dringt zich dus op, zolang dit land nog bestaat.

2. EEN NIEUWE VERDEELSLEUTEL : DE BEVOLKINGSCIJFERS

Teneinde over te gaan tot een billijke en rechtvaardige verdeling van de betrekkingen in de diensten waarvan de werkkring het ganse land bestrijkt, wordt geopteerd voor het objectieve criterium van de bevolking en dit voor alle trappen van de hiërarchie. De drie actuele verdelingscriteria in de wet worden dus teruggebracht tot één enkel. Om de tien jaar dient een algemene herziening van de verdeling van de betrekkingen plaats te grijpen op basis van de recentste volkstellingen.

Voor bepaalde diensten, waarvan de werkzaamheden uitsluitend of hoofdzakelijk slechts één enkele taalgemeenschap aanbelangen, zou het evenwel tot disfuncties kunnen leiden indien ook daar het bevolkingscriterium zou worden gehanteerd voor de verdeling van de betrekkingen. Dit wetsvoorstel voorziet dan ook, net zoals de huidige wettelijke regeling, in de mogelijkheid dat de Koning van het algemeen voorgeschreven verdelingscriterium afwijkt bij een met redenen omkleed besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. In tegenstelling echter tot de huidige regeling, die beperkt blijft tot de hogere graden, wordt deze mogelijkheid in dit wetsvoorstel veralgemeend, wat noodzakelijk is gezien de veralgemening van de bevolkingscijfers als criterium voor de verdeling van de betrekkingen.

3. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 2

1º Met de voorgestelde wetswijziging wordt het huidige systeem van de verdeling van de betrekkingen voor de lagere graden afgeschaft en vervangen door een nieuw systeem waarbij de betrekkingen worden verdeeld volgens de meer billijke en rechtvaardige verdeelsleutel van de bevolkingscijfers van respectievelijk de Nederlands- en de Franstaligen in dit land. Aangezien de Brusselse bevolking bij gebrek aan betrouwbare gegevens taalkundig niet kan worden opgesplitst per taalgroep, wordt voor Brussel-Hoofdstad een vaste verdeelsleutel gebruikt. Daarbij wordt een derde van de Brusselse bevolking bij het bevolkingscijfer van het Nederlandse taalgebied geteld en twee derde bij het bevolkingscijfer van het Franse taalgebied.

Aangezien een herziening van de taalkaders gekoppeld wordt aan de bevolkingscijfers, naar analogie met de regeling die conform artikel 63, § 3, van de Grondwet voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers is uitgewerkt, heeft een zesjarige herziening van de taalkaders nog weinig zin. Het is daarentegen in het licht van deze nieuwe koppeling logisch een herziening van de taalkaders te koppelen aan de volkstellingen, die in principe om de tien jaar gehouden moeten worden.

Ook wordt de mogelijkheid geschrapt om de huidige termijn van zes jaar voor de vaststelling van de taalkaders te verlengen ingeval er geen wijzigingen zijn opgetreden in het percentage betrekkingen dat aan het Nederlandse en het Franse taalkader werd toegekend. Het is immers weinig waarschijnlijk dat er met de nieuwe termijn van tien jaar en met het nieuwe afwegingscriterium van de bevolking geen wijzigingen zouden optreden in de percentageberekening van de betrekkingen die aan het Nederlandse en het Franse taalkader moeten worden toegekend.

Ten slotte wordt de actuele verdeling van de hogere betrekkingen volgens de regel van de pariteit afgeschaft en dit zowel voor de eentalige als voor de tweetalige kaders. Het voorstel schaft daarmee meteen het onderscheid af dat in de huidige wet bestaat tussen enerzijds de hogere betrekkingen (graden van rang 13 en hoger en de graden die gelijkwaardig zijn, managementsfuncties, staffuncties en de klassen A3, A4 en A5) en de lagere betrekkingen. Zij stelt het bevolkingscijfer voorop als verdelingscriterium voor alle betrekkingen en alle trappen van de hiërarchie.

2º Zie het laatste lid van de toelichting onder 1º.

3º tot 5º In de sinds 21 april 2006 van kracht zijnde regeling laat de wetgever toe dat de Koning, bij een met redenen omkleed besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voor de hogere betrekkingen (graden van rang 13 en hoger en graden die gelijkwaardig zijn, managementsfuncties, staffuncties en de klassen A3, A4 en A5) afwijkt van de opgelegde pariteit. Daarmee heeft de wetgever een zekere soepelheid ingebouwd om te voorkomen dat er in bepaalde specifieke gevallen ingevolge de opgelegde pariteit een te grote kloof zou ontstaan tussen het effectieve werkvolume van de respectieve taalgroepen, enerzijds, en het ter beschikking staande personeel, anderzijds.

Het verdient aanbeveling deze soepelheid te behouden en zelfs uit te breiden in het nieuwe verdelingssysteem van de betrekkingen dat door deze wetswijziging wordt ingevoerd.

Het werkvolume van sommige diensten kan inderdaad ingevolge bijzondere omstandigheden dermate op één taalgemeenschap zijn toegespitst, dat een verdeling van de betrekkingen volgens de bevolkingscijfers niet meer relevant is en zelfs tot ernstige verstoring van de dienstverlening zou kunnen leiden. Een typisch voorbeeld hiervan is de dienst Maritiem Vervoer van de federale overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, waarvan het werkvolume zich haast uitsluitend in het Nederlandstalige landsgedeelte situeert. Het moet in dergelijke gevallen dan ook mogelijk zijn een ad-hocverdeling van de betrekkingen in te voeren. Een gemotiveerde afwijking van de door dit wetsvoorstel ingevoerde verdeelsleutel voor de toewijzing van de betrekkingen aan de beide taalgemeenschappen moet dus mogelijk blijven.

Om te vermijden dat dit systeem zou worden misbruikt om te sterk van de algemene regel af te wijken, werd de geldigheid van een dergelijk besluit beperkt tot maximaal vier jaar, waarna het evenwel bij een nieuw met redenen omkleed besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, kan worden verlengd.

Artikel 3

1º tot 3º De pariteit voor de managementfuncties, ingevoerd in het kader van de Copernicushervorming, wordt met deze wetswijziging opgeheven. Ook het lichten van de betrekkingen van de leden van de cel beleidsvoorbereiding uit de verdeling van de betrekkingen over twee taalkaders, ingevoerd met de programmawet van 8 augustus 2003, wordt ongedaan gemaakt. Wat de horizontale verdeling van de betrekkingen van voorzitter van de directiecomités betreft, wordt eveneens het bevolkingscijfer als verdelingscriterium ingevoerd.

Voor het overige kan worden verwezen naar de toelichting bij artikel 2, 1º en 2º.

4º Aangezien de voorgestelde regeling de zesjaarlijkse herziening van de taalkaders vervangt door een tienjaarlijkse herziening, dienen deze termijnen te worden aangepast voor wat de adviserende bevoegdheid van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht dienaangaande betreft.

5º tot 7º Zie de toelichting bij artikel 2, 1º tot 4º.

Artikel 4

Voor de buitenlandse diensten voorziet de huidige wetgeving in een verdeling van alle betrekkingen volgens de regel van de pariteit. De voorgestelde wetswijziging voert het bevolkingsaandeel in als verdeelsleutel.

Artikel 5

Het realiseren van deze wet zal voor sommige diensten een aantal verschuivingen met zich brengen. Om te vermijden dat een abrupt invoeren ervan tot onaanvaardbare verstoringen in de administratie en de dienstverlening zou leiden, wordt in een overgangsperiode van tien jaar voorzien alvorens zij volledig moet zijn gerealiseerd.

Wel wordt bepaald dat elke wijziging in de personeelsformatie vanaf het van kracht worden van deze wet in de zin van de nieuwe verdeling van de betrekkingen moet gaan en dat elke maatregel die mogelijk is om de doelstellingen van deze wet te realiseren, ook moet worden genomen.

Yves BUYSSE
Joris VAN HAUTHEM
Nele JANSEGERS.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In artikel 43, § 3, van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 4 april 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1º het eerste lid wordt vervangen als volgt :

« De Koning bepaalt, voor een duur van ten hoogste tien jaar, voor iedere centrale dienst, het percentage betrekkingen dat aan het Nederlandse en aan het Franse kader dient toegewezen te worden met inachtneming, op alle trappen van de hiërarchie, van de bevolkingscijfers, zoals vastgesteld door een volkstelling of door enig ander middel, bepaald door de wet. Het percentage betrekkingen dat aan het Nederlandse kader dient toegewezen te worden, wordt vastgesteld op basis van het bevolkingscijfer van het Nederlandse taalgebied, vermeerderd met een derde van het bevolkingscijfer van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad. Het percentage betrekkingen dat aan het Franse kader dient toegewezen te worden, wordt vastgesteld op basis van het bevolkingscijfer van het Franse taalgebied, vermeerderd met twee derden van het bevolkingscijfer van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad »;

2º in het tweede lid wordt de laatste zin opgeheven;

3º in het zesde lid worden tussen de woorden « met redenen omkleed besluit, » en de woorden « van de regel » de woorden « voor een duur van ten hoogste vier jaar, » ingevoegd;

4º in hetzelfde lid worden de woorden « tweede volzin » geschrapt;

5º hetzelfde lid wordt aangevuld als volgt :

« Die termijn kan evenwel telkens met vier jaar worden verlengd bij een nieuw met redenen omkleed besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. »

Art. 3

In artikel 43ter van dezelfde wetten, ingevoegd bij wet van 12 juni 2002 en laatst gewijzigd bij wet van 20 juli 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1º in paragraaf 3, eerste lid, wordt het zinsdeel « , de betrekking van voorzitter van het directiecomité uitgezonderd, wanneer het aantal van de betrekkingen die overeenstemmen met managementfuncties en de betrekkingen die hieraan gelijkwaardig zijn, oneven is, en uitgezonderd de betrekkingen van de leden van de cel beleidsvoorbereiding, » opgeheven;

2º paragraaf 4, eerste en tweede lid, wordt vervangen als volgt :

« De Koning bepaalt, voor een duur van ten hoogste tien jaar, voor iedere centrale dienst, het percentage betrekkingen dat aan het Nederlandse en aan het Franse kader dient toegewezen te worden met inachtneming, op elke trap, van de bevolkingscijfers zoals vastgesteld door een volkstelling of door enig ander middel, bepaald door de wet. Het percentage betrekkingen dat aan het Nederlandse kader dient toegewezen te worden, wordt vastgesteld op basis van het bevolkingscijfer van het Nederlandse taalgebied, vermeerderd met een derde van het bevolkingscijfer van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad. Het percentage betrekkingen dat aan het Franse kader dient toegewezen te worden, wordt vastgesteld op basis van het bevolkingscijfer van het Franse taalgebied, vermeerderd met twee derden van het bevolkingscijfer van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad.

Bovendien worden alle betrekkingen van voorzitter van het directiecomité toegewezen aan het Nederlandse en Franse taalkader volgens de in het eerste lid bepaalde criteria »;

3º het derde en het vierde lid van dezelfde paragraaf worden opgeheven;

4º in het zevende lid van dezelfde paragraaf, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden « zesde » en « zes » respectievelijk vervangen door de woorden « tiende » en « tien »;

5º in het achtste lid van dezelfde paragraaf, dat het zesde lid wordt, worden tussen de woorden « in de Ministerraad » en de woorden « van de regel » de woorden « voor een duur van ten hoogste vier jaar, » ingevoegd;

6º in hetzelfde lid worden de woorden « die overeenstemmen met managementfuncties en de betrekkingen die hieraan gelijkwaardig zijn, » opgeheven;

7º hetzelfde lid wordt aangevuld als volgt :

« Die termijn kan evenwel telkens met vier jaar worden verlengd bij een nieuw met redenen omkleed besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. »

Art. 4

In artikel 47, § 5, tweede lid, van dezelfde wetten worden de woorden « in gelijke mate verdeeld over de Nederlandse en de Franse taalrollen » vervangen door de woorden : « verdeeld in verhouding tot de bevolkingscijfers zoals vastgesteld door een volkstelling of door enig ander middel, bepaald door de wet. Het percentage betrekkingen dat aan het Nederlandse kader dient toegewezen te worden, wordt vastgesteld op basis van het bevolkingscijfer van het Nederlandse taalgebied, vermeerderd met een derde van het bevolkingscijfer van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad. Het percentage betrekkingen dat aan het Franse kader dient toegewezen te worden, wordt vastgesteld op basis van het bevolkingscijfer van het Franse taalgebied, vermeerderd met twee derden van het bevolkingscijfer van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad ».

Art. 5

De bij deze wet ingevoerde verdeling moet uiterlijk tien jaar na de inwerkingtreding ervan volledig verwezenlijkt zijn.

Vanaf haar inwerkingtreding wordt de wet voor alle diensten en voor elke trap van de hiërarchie binnen deze diensten zo spoedig mogelijk verwezenlijkt door natuurlijke afvloeiingen en door ontslagen van contractuele ambtenaren van de taalrol die volgens de criteria van deze wet oververtegenwoordigd zijn en aanwervingen van ambtenaren van de taalrol die volgens dezelfde criteria ondervertegenwoordigd zijn.

Wanneer en tot zolang de ambtenaren van een taalrol in een dienst of een trap van de hiërarchie oververtegenwoordigd zijn, mogen in die dienst of trap geen aanwervingen of bevorderingen plaatsgrijpen van ambtenaren die tot diezelfde taalrol behoren.

Art. 6

Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

7 oktober 2008.

Yves BUYSSE
Joris VAN HAUTHEM
Nele JANSEGERS.