4-36 | 4-36 |
De heer Hugo Coveliers (VB). - Het Comité I heeft zijn jaarverslag 2007 ingediend. Dat moeten we via de pers vernemen. De samenstelling van de begeleidingscommissie is immers niet bepaald een toonbeeld van democratie, maar doet veeleer denken aan sovjettijden waar enkel de meerderheid in dergelijke commissies zitting had. Anno 2008 is dat in België nog steeds het geval: alleen de meerderheid heeft afgevaardigden in de commissies die de inlichtingendiensten begeleiden. Wie niet tot die happy few behoort, kijkt dus met des te meer achterdocht naar hun rapporten.
Uit dat rapport zou blijken, aldus een krantenartikel, dat zowel de Veiligheid van de Staat als de militaire inlichtingendienst een gebrekkig zicht hebben op de strategieën van islamitische extremisten. Ze hebben wel een idee van de impact van die groepen en ze hebben zelfs hun informanten, zoals is gebleken bij een recente aanhouding in Casablanca en het commentaar daarover in een aantal Amerikaanse tijdschriften, maar over de strategieën hebben ze blijkbaar niet de minste informatie en ze weten ook niet welke kant dat uitgaat.
Een ander probleem is dat er een groot gebrek is aan personeel dat Arabisch spreekt, onder meer bij één van de provinciale antennes in een gebied waar vrij veel Arabischsprekende mensen wonen en waar elke vrijdag niet onbelangrijke verklaringen worden afgelegd in het Arabisch. Sommigen durven dat zelfs niet te bekennen uit vrees voor represailles.
Een derde bekommernis die blijkt uit het rapport is het gebrek aan goede samenwerking met buitenlandse inlichtingendiensten. We kennen allemaal de problematiek van de derde dienst, die een administrateur-generaal van de Veiligheid van de Staat niet zo lang geleden deed sneuvelen. Een aantal inlichtingendiensten verschaffen informatie met dien verstande dat het over exclusieve informatie gaat, voor eigen gebruik, die in geen enkel geval publiek mag worden gemaakt.
Zowat alle parlementaire commissies in de westerse wereld bevestigen dat die bepaling weliswaar begrijpelijk is, maar de controle wel bemoeilijkt.
De oprichting van OCAD is verdedigbaar, maar men moet er dan ook voor zorgen dat dit orgaan over alle elementen beschikt om een correcte dreigingsanalyses te kunnen maken. Wie met beperkte informatie een dreigingsanalyse moet opstellen, zal zich vaak vergissen. Een communicatienetwerk voor OCAD is dan ook noodzakelijk.
Welke maatregelen zal de minister nemen om de inlichtingendiensten - ook de militaire - in staat te stellen radicaal-islamitische strategieën beter in kaart te brengen?
Wat zijn de - hoe dan ook beperkte - mogelijkheden om personeel in dienst te nemen dat de Arabische taal machtig is? Hoe zullen die mensen en hun familie worden beschermd want van zodra hun identiteit bekend wordt, lopen de betrokkenen en hun familie blijkbaar gevaar.
In Brussel zijn niet alleen vrijwel alle buitenlandse inlichtingendiensten actief, maar ook zeer veel private inlichtingendiensten. Hoe lang moeten we nog wachten op een gedragscode om ook die diensten te verplichten zich aan bepaalde afspraken te houden?
De heer Jo Vandeurzen, vice-eersteminister en minister van Justitie en Institutionele Hervormingen. - De voorzitter van het Comité I heeft mij het jaarlijkse activiteitenverslag voor het jaar 2007 bezorgd overeenkomstig artikel 35, 1º, van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op de politie- en inlichtingendiensten. De wet bepaalt dat het jaarverslag tevens aan de voorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de Senaat wordt overgezonden.
Ik heb dat jaarverslag uiteraard grondig gelezen. Echter, overeenkomstig artikel 66bis, §3, 1º, van dezelfde wet wordt het jaarverslag van het vast Comité I vóór de publicatie door de vaste commissie onderzocht. Het verslag moet dus vertrouwelijk blijven zolang de begeleidingscommissie het jaarverslag onderzoekt.
Dat is vervelend omdat ik zo misschien de indruk wek dat ik geen antwoord wil geven op de vragen van de heer Coveliers. Ik moet echter de wettelijke procedures naleven. Ik kan dan ook niet ingaan op de inhoud van het jaarverslag.
De leden van de begeleidingscommissies moeten overigens de vertrouwelijke aard van de feiten, de handelingen en de inlichtingen die ze wegens hun functie krijgen, in acht nemen. Dat staat in artikel 66bis, §5, van de wet.
Ik ben bereid het debat aan te gaan zodra dat wettelijk mogelijk is. De heer Coveliers weet dat de strijd tegen het terrorisme een prioriteit is voor de Veiligheid van de Staat en de ADIV. Wetgevende initiatieven die reeds tijdens de vorige regeerperiode in de Senaat zijn besproken, worden ook verder afgerond. Ik denk hierbij aan de zogenaamde BIM-wet. De voorbereidende werkzaamheden schieten goed op en ik hoop dat de Senaat een nieuw wettelijk kader kan uitwerken. Dat is echt nodig. Verder moet er, ingevolge een arrest van het Grondwettelijk Hof nog worden gewerkt aan de BOM-wet. Ook de onderzoeksmethodes naar internetcriminaliteit moeten worden aangepast.
Over de personeelsproblematiek zal worden gedebatteerd bij de opmaak van de begroting 2009, maar ik heb nog niet de gelegenheid gehad deze specifieke kwestie te bespreken met de administratie.
Ik realiseer me dat belangrijke onderwerpen een debat verdienen, maar ik hoop dat de Senaat er begrip voor heeft dat ik aan sommige aangelegenheden prioriteit moet verlenen, in dit geval aan het onderzoek in de commissie.
De heer Hugo Coveliers (VB). - Het zal u allicht verbazen, maar ik heb er begrip voor dat de minister het moeilijk heeft. Het is niet omdat iemand de pers heeft getipt dat hij de wet mag overtreden.
Het systeem moet echter wel veranderen. Nu hebben alleen leden van de meerderheid zitting in de begeleidingscommissie. Dat was zo in de Sovjet-Unie, maar in Rusland is dat niet meer het geval en in Oekraïne is de voorzitter van de begeleidingscommissie van de inlichtingendiensten per definitie een lid van de oppositie.
De voorzitter. - Uw fractie is toch vertegenwoordigd in het Comité P.
De heer Hugo Coveliers (VB). - Het Comité I begeleidt de inlichtingendiensten, het Comité P de politie.
De voorzitter. - Hier gaat het over een verslag dat aan het Comité P werd bezorgd en daar is uw partij vertegenwoordigd.
De heer Hugo Coveliers (VB). - Mijnheer de voorzitter, u strooit zout op de ondemocratische wonde. In de Kamer werd de diversiteit wel gerespecteerd, maar in de Senaat worden op sektarische wijze alleen leden van de meerderheid in de begeleidingscommissie opgenomen. Daarvoor heeft men overigens allerlei reglementen moeten omzeilen en daar moet men nu de gevolgen van dragen. Telkens wanneer ik het nodig acht, zal ik hierover het woord vragen in de plenaire vergadering. In de commissie kan ik dat immers niet, aangezien mijn partij daar niet vertegenwoordigd is.
Ik herhaal dat ik begrip heb voor het standpunt van de minister en ik hoop dat we hierover snel van gedachten kunnen wisselen.