4-35 | 4-35 |
Mevrouw Anke Van dermeersch (VB). - Na Spanje en Frankrijk was gisteren ons land aan de beurt. De transport-, landbouw- en taxisector manifesteerden in onze hoofdstad tegen de hoge brandstofprijzen, die sinds begin dit jaar met 20% zijn gestegen. Volgens de secretaris-generaal van de transportfederatie UPTR staat het water de sector niet meer aan de lippen, maar is die stilaan `kopje onder aan het gaan'. Er zouden momenteel al honderden vervoerders aan de rand van het faillissement staan. Voor het merendeel van de transporteurs is het doorberekenen van de meerprijs geen optie, omdat dit in vele gevallen zou leiden tot het verliezen van hun opdrachtgevers en de vaste kosten verder moeten worden betaald. De sector eist daarom van de regering concrete maatregelen, zodat er opnieuw financiële ruimte wordt gecreëerd. Een automatische indexering van de transportprijzen is een mogelijkheid, net zoals het verlagen van de werkgeverslasten voor chauffeurs in wachttijden en het instellen van een wettelijk bepaalde maximumtermijn waarbinnen de facturen dienen te worden betaald.
Ook landbouwers en taxichauffeurs roepen de regering op dringend met maatregelen over de brug te komen, maar niet alleen vanuit de verschillende beroepsfederaties klinkt gemor. Ook voor de gewone burger wordt de situatie alarmerend door de uit de pan rijzende brandstofprijzen, zeker in tijden waarin hij een algemene daling van de koopkracht in zijn portemonnee voelt.
Een plausibele oplossing, die ook door onze partij wordt voorgesteld, bestaat erin het btw-tarief op brandstof te verlagen. Ik heb daarvoor een wetsvoorstel ingediend. In vele van de ons omringende landen wordt reeds een verlaagd btw-tarief toegepast, terwijl ons land nog altijd een heffing van 21% procent hanteert, zoals bij luxeproducten. Alleen is brandstof geen luxeproduct.
Staatssecretaris Schouppe gaf enkele dagen geleden echter te kennen dat een verlaging van de belasting op diesel uitgesloten is wegens budgettaire redenen. Dat vind ik jammer. Intussen komen de verschillende regeringspartijen met allerhande koopkracht- en KMO-plannen op de proppen, maar lijkt in de regering zelf bitter weinig te bewegen. Premier Leterme liet wel al weten de landbouwers tegemoet te willen komen door onder andere een onderzoek te doen naar de onrechtvaardige prijsvorming van landbouwproducten, waartegen gisteren ook werd geprotesteerd. Vandaag is een ontmoeting gepland tussen de eerste minister en de protesterende beroepscategorieën. Bovendien komen de vertegenwoordigers van de 27 Europese lidstaten vandaag bijeen om de hoge voedsel- en brandstofprijzen te bespreken. De Europese Commissie is van plan de lidstaten `de mogelijkheden te geven om de druk op de meest gevoelige domeinen voor de bevolking te verzachten, zij het onder voorwaarden'. Als het over btw gaat heeft Europa natuurlijk wel iets in de pap te brokken.
Wat zijn de resultaten van de gesprekken en onderhandelingen met de diverse sectoren naar aanleiding van de protesten van gisteren?
Wat zal de regering voorstellen om op korte termijn tegemoet te komen aan de hulpkreten van de diverse sectoren én van de man in de straat? Welke toezeggingen kunnen we concreet verwachten, in het bijzonder voor de transporteurs, de landbouwers en de taxichauffeurs?
Welk standpunt zal de regering op het Europees overleg vanavond over de hoge brandstofprijzen innemen?
Klopt het dat een belastingverlaging op brandstof voor de regering niet bespreekbaar is, terwijl dit in andere landen wel aan de orde is?
(M. Hugo Vandenberghe, premier vice-président, prend place au fauteuil présidentiel.)
De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister. - Wat de resultaten van de gesprekken en onderhandelingen betreft, kan ik u meedelen dat ik vorige dinsdag, samen met vertegenwoordigers van de beleidscellen van de verschillende betrokken ministers, de transportfederaties heb gehoord. Deze hebben hun eisen toegelicht en aan mij overhandigd. Deze worden momenteel binnen de regering onderzocht en vanavond om 17 uur zijn er opnieuw onderhandelingen met de transportfederaties.
De premier bevestigde gisteren dat de vragen van de transportsector en de landbouwsector worden bestudeerd. De overheidsfinanciën bieden evenwel niet veel ruimte en het Europees kader moet worden gerespecteerd.
Wat de hulpkreten van de sectoren en van de man in de straat betreft, kan de premier enkel herhalen wat hij de voorbije weken heeft gezegd: dankzij ons indexmechanisme wordt een belangrijk deel van het koopkrachtverlies goedgemaakt, niet alleen voor de werknemers uit de privésector, maar ook voor de ambtenaren en degenen die van een uitkering moeten leven. Voor de mensen die dat het meeste nodig hebben, worden op 1 juli een reeks maatregelen van kracht die de koopkracht met meer dan 250 miljoen euro verhogen. Het gaat onder meer over het optrekken van het belastingvrij minimum en de verhoging van de laagste pensioenen en tal van kleine uitkeringen.
Inzake maatregelen voor de landbouwsector, heeft de federale regering toegezegd drie werkgroepen in het leven te roepen.
De eerste staat onder het voorzitterschap van minister Van Quickenborne en beoogt een verhoogde transparantie in de prijsvorming binnen de voedselketen.
Een tweede staat onder het voorzitterschap van minister Laruelle en bestudeert een verlaging van de administratieve kosten en eventueel een vermindering van de bijdragen aan het Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid.
Een derde werkgroep, voorgezeten door minister Reynders, doet onderzoek naar een aangepast fiscaal stelsel waarbij een systeem, carry back/carry forward genaamd, zou kunnen worden uitgewerkt om te bekomen dat onvoorziene verliezen gecompenseerd kunnen worden met de verkregen winsten van bijvoorbeeld de drie vorige jaren.
De eerste twee werkgroepen kwamen reeds de voorbije dagen voor een eerste keer samen.
Op de vraag welk standpunt de regering deze ochtend op het Europees overleg heeft ingenomen, kan ik geen antwoord geven omdat het overleg pas vanavond plaatsheeft.
Wat een mogelijke belastingverlaging op brandstof betreft, deel ik mee dat een vermindering van btw enkel zou kunnen voor alle goederen en diensten, en niet enkel voor de transportsector. Een verlaging van 21% naar 20% zou de overheid 1,05 miljard euro kosten. Bovendien is dit enkel mogelijk door een aanpassing van de btw-richtlijn, wat unanimiteit van de 27 EU-leden veronderstelt.
We zullen afwachten welk gevolg zal worden gegeven aan de vraag van Frankrijk om een btw-verlaging.
De accijnzen op diesel moeten minimaal 302 euro per 1000 liter bedragen. Dit minimum wordt opgetrokken naar 330 euro per 1000 liter vanaf 2010. België heeft op dat vlak al een uitzondering gekregen. Het nieuwe minimum is in ons land pas geldig vanaf 1 januari 2012. De meest gebruikte diesel zit nog boven het minimum van 302 euro per 1000 liter, om een onderscheid te maken met de biodiesel waarvoor wel het minimum geldt. Het verschil is nu al onvoldoende om het gebruik van biodiesel te stimuleren. Voor biodiesel kan alleen Europa beslissen om de minimumaccijns naar beneden te halen, maar dit zal vermoedelijk niet gebeuren omdat de huidige richtlijn in de andere richting gaat.
Mevrouw Anke Van dermeersch (VB). - Ik dank de minister voor zijn uitgebreide en verhelderende antwoord.
Toch betreur ik dat hij zegt dat de overheidsfinanciën geen ruimte bieden. Natuurlijk had hij niet kunnen verwachten dat de prijs van de ruwe olie zo sterk zou stijgen, maar aan de andere kant jaagt dit ook de accijnzen op de brandstoffen enorm de hoogte in en moet er logisch gezien toch een beetje marge op de begroting ontstaan.
Ik betwijfel ook of het indexmechanisme een groot deel van het koopkrachtverlies opvangt, zoals hij zegt. In de indexkorf zitten immers geen brandstoffen. De man in de straat weet dat hij, ondanks de indexering, koopkracht verliest, omdat de index geen rekening houdt met de brandstofprijzen. Bovendien krijgen sommigen bij een indexering maar vier euro meer en anderen zelfs honderd euro minder, omdat ze in een hogere belastingsschijf terechtkomen en er plots meer loonbelasting wordt afgehouden. Ook die mensen moeten hun boodschappen blijven doen. Kortom, de indexaanpassingen zijn zeker geen sluitende bescherming tegen koopkrachtverlies.
Verheugend vind ik dan weer dat de minister aankondigt dat drie werkgroepen in het leven worden geroepen. De interessantste is de werkgroep die wordt voorgezeten door minister Reynders, waar het carry back/carry forward systeem ter sprake zal komen. Ik heb me trouwens altijd afgevraagd hoe dat gaat: als een transportfirma winst boekt, betaalt ze belastingen, maar als ze verlies maakt, hoort ze niets meer van de staat. Nu ik weet dat minister Reynders een werkgroep zal leiden, zal ik niet nalaten hem daar een vraag over te stellen.
Voorts zegt de minister dat een verlaging van de btw op brandstoffen van 21 naar 20% al 1,05 miljard euro kost. Dat is slecht nieuws, aangezien ik in mijn wetsvoorstel van 21 naar 6 procent wil gaan, omdat brandstoffen nu eenmaal geen luxeproduct zijn en stookolie voor de verwarming al helemaal niet. Ik blijf achter mijn idee staan, omdat er hoe dan ook iets zal moeten gebeuren, ook al moeten de 27 EU-lidstaten er allemaal mee akkoord gaan. Niet alleen België, ook Frankrijk en Spanje hebben al de nodige betogingen gekend. Overal verwachten mensen dat er iets gebeurt.