4-35

4-35

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 19 JUNI 2008 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van mevrouw Freya Piryns aan de staatssecretaris voor Mobiliteit over ęhet Observatorium voor de verkeersveiligheidĽ (nr. 4-371)

Mevrouw Freya Piryns (Groen!). - Gisteren opende de heer Schouppe het Observatorium voor de Verkeersveiligheid, een stuurcomitť dat onder de vleugels van het BIVV zal werken en waarin tal van actoren betrokken bij het verkeersbeleid een zitje hebben. Het Observatorium moet op basis van meetgegevens de verkeersveiligheid objectiveren en het beleid helpen sturen.

Uiteraard zullen weinigen het ermee oneens zijn dat een goed beleid wordt gestoeld op objectieve gegevens en een correct meetinstrumentarium. Er is een tijd van denken of meten en een tijd van doen. We beschikken al over voldoende kennis en we weten dat BelgiŽ het op het vlak van het aantal verkeersdoden slecht doet in vergelijking met andere Europese landen. De vooruitgang die we in het recente verleden hebben gemaakt, is in 2006 gestagneerd; vandaag de dag neemt het aantal slachtoffers zelfs opnieuw toe. BelgiŽ staat, in tegenstelling tot landen als Nederland en Zweden, nog veraf van een geÔntegreerde visie op verkeersveiligheid.

Het bestrijden van rijden onder invloed, snelheidsbeheersing en de promotie van het dragen van een gordel kunnen bezwaarlijk als nieuwe prioriteiten worden bestempeld.

Op een colloquium over het Belgisch beleid verkeersveiligheid dat ik recent heb georganiseerd, bleek onder andere dat kleine ingrepen op korte termijn het aantal verkeersdoden aanzienlijk kunnen verminderen. Bovendien werd duidelijk dat ons land nood heeft aan een tweede adem in dit beleidsdomein, in de vorm van een integrale visie op verkeersveiligheid of een zogenaamd `nul verkeersslachtoffersbeleid'.

Meent de staatssecretaris niet dat dringend extra maatregelen nodig zijn nu het aantal verkeersslachtoffers opnieuw toeneemt en we ver verwijderd zijn van de kwantitatieve doelstellingen van de eerste en tweede Staten-Generaal van de Verkeersveiligheid?

Welke concrete acties zijn gepland inzake snelheidshandhaving en de bevordering van de gordeldracht?

De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik ben het grotendeels eens met de analyse over de evolutie van de verkeersveiligheid en de weinig benijdenswaardige plaats van BelgiŽ in de Europese rangschikking inzake verkeersveiligheid. In 2006 telde ons land jammer genoeg nog 1069 verkeersdoden. Wellicht was er in 2007 een lichte stijging tot 1080. Om het aantal verkeersdoden te kunnen beperken tot 750, de doelstelling voor 2010, hadden we beter nu al onder de 1000 moeten eindigen.

Ik zou allereerst een kanttekening willen maken betreffende de verschillende evolutie in het Noorden en het Zuiden van het land. In het Vlaams Gewest zitten we min of meer op schema. In Vlaanderen is de periode 2000 tot 2006 het aantal verkeersdoden gedaald met 36%. In het Waals Gewest is slechts een daling van 11% genoteerd. Daar is volgens mij dus nog heel wat progressie mogelijk en ik denk ook dat de verantwoordelijken het daar zo stilaan hebben begrepen.

Aangezien in WalloniŽ ongevallen tweemaal zo dodelijk zijn als in Vlaanderen, er in bijna de helft van de ongevallen slechts ťťn weggebruiker bij betrokken is en het overtredingspercentage van de maximum toegelaten snelheid er eveneens tweemaal zo hoog is als in Vlaanderen, kunnen we stellen dat WalloniŽ met een ernstig snelheidsbeheersingsprobleem kampt. De Waalse overheid heeft trouwens aangekondigd voortaan ook te zullen investeren in de plaatsing van automatische snelheidscamera's.

Indien Vlaanderen en Brussel de reeds geleverde inspanningen voortzetten - de laatste loodjes kunnen natuurlijk het zwaarst wegen - en WalloniŽ werk maakt van een betere verkeersveiligheid, kunnen we blijven geloven in het behalen van de vooropgestelde doelstellingen.

In de problematiek van de verkeersonveiligheid zien we inderdaad terugkerende vaststellingen.

Maatregelen die de snelheid verlagen zijn dan ook noodzakelijk. Hadden we in 2006 de gemiddelde snelheid met 2 km/u verlaagd, dan hadden we volgens het BIVV 120 levens kunnen redden. Hadden we in 2006 allemaal de veiligheidsgordel omgedaan, dan zouden er 95 verkeersdoden minder te betreuren zijn geweest. Ook het rijden onder invloed blijft een heikel punt dat we nog beter onder controle moeten krijgen.

De spreker stelt dat er geen geÔntegreerd verkeersveiligheidsbeleid bestaat. De aanbevelingen van de Staten-Generaal voor de Verkeersveiligheid werden onderschreven door alle overheden van het land die op de terreinen waarvoor ze bevoegd zijn de nodige maatregelen moeten nemen teneinde de gemeenschappelijke doelstellingen te behalen. Die maatregelen hebben zowel betrekking op het gedrag via reglementering en communicatie als op de infrastructuur via de wegbeheerders en de handhaving via controles door de politie en de vervolging door de parketten.

Er is een Task Force Verkeersveiligheid opgericht waarvan de gewesten, de politie, Justitie, het BIVV en andere instanties deel uitmaken. De Task Force zal in het najaar voorstellen formuleren op korte en lange termijn.

Op korte termijn zal ze vooral inzetten op handhaving en communicatie met betrekking tot de snelheidsbeheersing, het rijden onder invloed, het dragen van de veiligheidsgordel en bepaalde ongevalsfenomenen, zoals ongevallen met motorrijders, voetgangers, fietsers, jonge onervaren bestuurders en met vrachtwagens.

Mevrouw Freya Piryns (Groen!). - Om te beginnen stemt het me licht hoopvol dat de staatssecretaris, met mij, de problematiek duidelijk erkent. Alleen stelt het antwoord dat hij daarop formuleert me iets minder tevreden. Met een geÔntegreerde visie op het verkeersveiligheidsbeleid bedoel ik dat alle overheden in het land, de federale en de gewestelijke, maar ook die van steden en gemeenten en provincies, allemaal moeten werken aan wat men in Nederland een `Duurzaam Veilig-visie' noemt. Daarbij wordt tegelijk ingezet op infrastructuur, de autobestuurder en de auto zelf. Dat is de enige manier om de doelstellingen te halen die al een tijdje geleden zijn geformuleerd.

Wanneer de minister dan aankondigt dat een taskforce zich over de problematiek zal buigen, maar pas in het najaar met nieuwe maatregelen op het vlak van handhaving zal komen, dan duurt het nog langer dan eerst gedacht. De staatssecretaris heft het thema over 15 juli heen, maar ik denk dat het veel sneller moet kunnen gaan.