4-34 | 4-34 |
M. le président. - M. Melchior Wathelet, secrétaire d'État au Budget, adjoint au premier ministre, et secrétaire d'État à la Politique des familles, adjoint à la ministre de l'Emploi, et en ce qui concerne les aspects du droit des personnes et de la famille, adjoint au ministre de la Justice, répondra.
De heer Karim Van Overmeire (VB). - De toetredingsonderhandelingen met Turkije zitten duidelijk in het slop. Momenteel zijn slechts zes van de 35 hoofdstukken geopend, wat betekent dat het land nog lang niet voldoet aan de toetredingsvoorwaarden. De voorzitter van de Europese Commissie, de heer Barroso, liet begin april, tijdens een bezoek aan Turkije, uitschijnen dat het land dringend werk moet maken van hervormingen op het vlak van de mensenrechten. Barroso tilt ook zwaar aan het mogelijke verbod van de regeringspartij AKP door het Turkse Grondwettelijke Hof. Een ander belangrijk obstakel voor de toetreding blijft de weigering van Turkije om zijn lucht- en zeehavens open te stellen voor Cypriotische vlieg- en vaartuigen, terwijl Cyprus een lidstaat is van de EU. Alleen al door dit probleem werden acht hoofdstukken inzake het tot stand brengen van de douane-unie tussen Turkije en de EU bevroren.
Het geduld van bepaalde EU-landen voor Turkije raakt langzaam op en Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk vragen zich steeds meer af of we niet moeten streven naar een geprivilegieerd partnerschap met Turkije in de plaats van een volwaardig lidmaatschap. Het wordt immers steeds duidelijker dat Turkije nooit in staat zal zijn aan alle voorwaarden te voldoen, ten minste als de Unie voor Turkije even streng zal zijn als voor alle andere kandidaat-lidstaten. Het is merkwaardig dat Turkije in sommige Europese kringen over een bijna onbeperkt krediet beschikt. Ik geef twee voorbeelden in dit verband.
Artikel 301 van de Turkse strafwet bepaalt dat het beledigen van de Turkse identiteit strafbaar is met drie jaar gevangenisstraf. Het beledigen van de Turkse identiteit is hetzelfde als kritiek hebben op het staatsnegationisme inzake de Armeense genocide of op de vervolging van de Koerden. De Europese Unie zegt dat die strafbaarstelling niet kan in een EU-lidstaat. Daarom werd een wetsontwerp ingediend waarbij niet langer het beledigen van de Turkse identiteit strafbaar is, maar het beledigen van de Turkse natie waarbij de gevangenisstraf twee jaar bedraagt in de plaats van drie. Zo een houding zou de Europese Unie toch van geen enkel land dulden!
Een ander voorbeeld is dat Turkije met 10.000 man Irak binnenvalt. De Europese Unie zegt dat die operatie niet te lang mag duren en dat Turkije geen disproportioneel geweld mag gebruiken. Indien Kroatië Bosnië zou binnenvallen, of indien de Macedoniërs Albanië zouden binnenvallen, zouden de reacties van een heel andere orde zijn. Het toetredingsproces zou onmiddellijk stopgezet worden en de toetreding zou voor jaren worden uitgesteld.
Toch zei de Europese commissaris voor Uitbreiding, Olli Rehn, een maand geleden nog dat hij het tempo van de toetredingsonderhandelingen met Turkije wil opdrijven, dat hij in juni al twee nieuwe hoofdstukken wil openen en dat bijkomende hoofdstukken, zoals dat van energie, in de tweede helft van 2008 moeten worden aangevat.
Deze acceleratie is, gelet op het feit dat Turkije nog op heel wat elementaire vlakken niet voldoet aan de noodzakelijke hervormingen, in tegenspraak met het onderhandelingsakkoord van 3 oktober 2005, waarin duidelijk wordt gestipuleerd dat de snelheid van het toetredingsproces afhankelijk wordt gemaakt van het hervormingsproces dat Turkije doorvoert.
Wat is het standpunt van de regering omtrent dat versnelde onderhandelingsproces, gezien er over erg belangrijke vraagstukken zoals inzake de Douane-Unie geen doorbraak komt?
De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Ik lees het antwoord van de minister.
Het besluit om op 17 juni 2008 de onderhandelingen over hoofdstuk 6 (bedrijfsrecht) en hoofdstuk 7 (intellectueel eigendomsrecht) aan te vatten, is niet ingegeven door de wens om het tempo van de toetredingsonderhandelingen met Turkije te versnellen, maar vloeit voort uit het besluit van de Raad Algemene Zaken van 10 december 2007 om bij de toetredingsonderhandelingen met kandidaat-lidstaten hoofdstukken waarvoor de technische voorbereidingen voltooid zijn, te openen in overeenstemming met de vastgelegde procedures en de onderhandelingskaders.
COREPER besloot op 25 juni 2007 dat de technische onderhandelingen over hoofdstuk 6 (bedrijfsrecht) geopend konden worden indien Turkije aan de Commissie een omvattende strategie zou presenteren, waarin alle noodzakelijke legislatieve amendementen op het gebied van bedrijfsrecht en financiële rapportering van bedrijfsresultaten werden opgenomen evenals gepaste mechanismen voor de afdwingbaarheid van die regelgeving. De strategie moest verder streefdata bevatten en maatregelen voor institutionele capaciteitsopbouw.
COREPER besloot op 4 april 2007 dat de technische onderhandelingen over hoofdstuk 7 (intellectueel eigendomsrecht) geopend konden worden indien Turkije aan de Commissie een gedetailleerd actieplan, met deadlines en tussenstappen, zou voorleggen voor de opbouw van de nodige capaciteit om het communautair acquis op het gebied van intellectueel eigendomsrecht toe te passen en de toepassing afdwingbaar te maken.
Op basis van rapporten van de Commissie is de Raad unaniem tot het besluit gekomen dat Turkije aan beide openingsijkpunten heeft voldaan. Daarmee zijn de technische voorbereidingen voor die hoofdstukken voltooid. Beide hoofdstukken kunnen daarom geopend worden op de volgende toetredingsconferentie, die door zal gaan in Luxemburg op 17 juni 2008.
Na kennisname van de onderhandelingspositie van Turkije met betrekking tot die twee hoofdstukken zal de Raad op basis van een voorstel van de Commissie bepalen aan welke sluitingsijkpunten Turkije moet voldoen, voordat de technische onderhandelingen over deze hoofdstukken voorlopig kunnen afgesloten worden. Eén sluitingsijkpunt staat voor beide hoofdstukken nu al vast: de Raad Algemene Zaken van 10 december 2006 heeft immers besloten dat geen enkel hoofdstuk kan worden afgesloten zolang Turkije het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst van Ankara niet volledig en op niet-discriminerende wijze toepast, en zolang niet alle belemmeringen voor het vrije verkeer van goederen, inclusief beperkingen op middelen van vervoer, worden opgeheven.
De heer Karim Van Overmeire (VB). - De uitleg van de minister is uiteraard een technische uitleg, die echter blijk geeft van een bepaalde strategie. De senatoren moeten goed beseffen waarmee ze inzake Turkije bezig zijn. Er zijn 35 vooral technische hoofdstukken. Andere landen moeten eerst een aantal voorwaarden inzake mensenrechten vervullen alvorens de technische hoofdstukken kunnen worden aangevat. Voor Turkije knijpt men een oogje dicht wat de mensenrechten betreft en begint men met de technische hoofdstukken. Na enkele jaren zal worden vastgesteld dat Turkije aan de technische voorwaarden voldoet en zal het onmogelijk zijn het Turkse lidmaatschap alleen om politieke redenen tegen te houden.
Ik stel de situatie van Turkije tegenover die van Servië waarvoor eerst de uitlevering wordt geëist van een aantal oorlogsmisdadigers voordat met onderhandelingen kan worden begonnen. Ik vind het merkwaardig dat Turkije oneindig veel krediet blijft krijgen in Europese kringen.
Als men zich afvraagt waarom een groot deel van de bevolking zo kritisch staat tegenover de Europese Unie, dan is dat omdat mensen in dossiers zoals dat van Turkije, in het ootje worden genomen. Een groot deel van de bevolking is tegen de toetreding gekant, maar merkt dat de EU-machthebbers het Turkse lidmaatschap blijven verdedigen. Turkije moet en zal lid worden van de Europese Unie. Helaas wordt hierdoor de geloofwaardigheid van de Europese Unie ernstig ondermijnd.