4-783/1 | 4-783/1 |
28 MEI 2008
Honger in de wereld is helaas reeds al te lang een realiteit in onze wereld.
Volgens de vereniging SOS Faim, lijden 852 miljoen mensen honger, vooral vrouwen en kinderen (1) .
Volgens het Wereldvoedselprogramma (WFP) sterven jaarlijks 25 000 mensen in de wereld aan ondervoeding (2) , van wie tussen 11 000 en 18 000 kinderen die sterven omdat ze onvoldoende gevoed werden !
De oorzaken van dat drama zijn ons bekend : ongelijke handel tussen Noord en Zuid, tanende investering door de ontwikkelingslanden, vaak onder druk van internationale instellingen, in de teelt van voedingsgewassen, natuurrampen, droogte, slecht bestuur, verkeerde investeringen in de ontwikkelingssamenwerking, enz.
De laatste jaren hebben de stijgingen van de voedselprijzen de crisis tastbaarder gemaakt en de uitbreiding van de voedselcrisis veroorzaakt.
Anders dan in ontwikkelde landen, waar het aandeel van de gezinsinkomens dat aan voeding wordt besteed tussen 10 en 20 % schommelt, bedraagt het in ontwikkelingslanden tussen 60 en 90 %.
In alle uithoeken van de wereld zijn hongerrellen uitgebroken : onder andere in Egypte, Haïti, Indonesië en in Afrika bezuiden de Sahara.
De oorzaken die worden aangehaald ter verklaring van de hoge vlucht van de grondstoffenprijzen kunnen tot drie factoren worden teruggebracht :
De belangrijkste oorzaak van die voedselcrisis is het ongebreidelde liberalisme dat zich op wereldschaal verspreidt. De liberalisering van de wereldhandel onder impuls van de Wereldhandelsorganisatie, de Wereldbank en het IMF heeft de landbouwproductie in het Zuiden diepgaand gedestabiliseerd. De ontwikkeling van exportteelten voor het « Noorden » heeft tot een massale desinvestering in de lokale productie geleid en tot de afhankelijkheid van import uit landen waar de productie gesubsidieerd wordt. De ontwikkelingslanden zijn niet in staat te voorzien in zowel hun eigen behoefte aan voedsel als in de groeiende behoefte van de opkomende landen, die met een pijlsnelle verstedelijking worden geconfronteerd. Het tekort aan voorraden heeft ipso facto geleid tot een stijging van de landbouwprijzen, als gevolg van de wet van vraag en aanbod.
— De klimaatverandering verergert de droogte en de overstromingen en veroorzaakt aldus de vernietiging van de oogsten. De financiële crisis ten slotte, zet de beleggingsfondsen ertoe aan hun speculatiekapitaal te beleggen op de « veilige markten » van de landbouwgrondstoffen. Sommige analisten wijzen ook op het effect van de ongebreidelde ontwikkeling van de biobrandstoffenteelt, die volgens hen met zich brengt dat de oppervlakte voor het verbouwen van voedingsgewassen afneemt en op die manier de speculatie op de graanmarkten nog scherper maakt. Tezelfdertijd doen de stijgende olieprijzen de energiefactuur oplopen.
— De ontwikkelde landen worden niet gespaard.
In ontwikkelde landen zoals België, kreunen de gezinnen die in een moeilijke precaire situatie zijn terechtgekomen of over een middelhoog inkomen beschikken onder de last van de scherpe prijsstijging van de voedingsproducten.
Het OIVO (Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties) tekende in België in twee jaar tijd de volgende prijsstijgingen op :
— bloem : + 39 %;
— bruin brood : + 13 %;
— halfvolle melk : + 36 %;
— aardappelen : + 13 %;
— eieren : + 33 %;
— biefstuk : + 10 %;
— fabrieksboter : + 25 %;
— GSM-gesprek : + 22 %;
— tomaten : + 22 %;
— sinaasappels : + 17 %;
— yoghurt : + 14 %.
Volgens een recente studie hebben de gezinnen met een laag inkomen op heel korte tijd gemiddeld 400 euro koopkracht verloren.
In die context en terwijl de hoogste internationale autoriteiten oproepen om te handelen en de armsten ter hulp te snellen, aarzelen speculanten niet om van de crisis te profiteren om zich te verrijken !
Er bestaan immers op de Belgische markt beleggingsproducten (van het Tak 23-type (3) ) waarvan het rendement gekoppeld is aan de prijsontwikkeling van een korf landbouwgrondstoffen (cacao, koffie, suiker, tarwe maïs en soja).
Kortom, hoe meer de prijs van die landbouwgrondstoffen stijgt, hoe rendabeler de belegging.
Erger nog, de reclame voor die producten stelt openlijk dat het mogelijk is voordeel te puren uit de prijsstijgingen van de voedingsproducten.
In een promotiefolder wordt zelfs gesteld dat de klimaatwijziging, de waterschaarste en de schaarste van landbouwgrond een opportuniteit zijn (4) !
Eigenlijk stelt men de Belgische spaarders voor zich te verrijken door de armsten van de planeet nog wat meer uit te hongeren.
Die situatie is gewoonweg onduldbaar.
Onderhavig wetsvoorstel strekt er bijgevolg toe de verspreiding en de verkoop van dergelijke beleggingsproducten te verbieden.
De indiener van dit wetsvoorstel wil eraan herinneren dat het recht op aangepaste voeding opgenomen is in het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (artikel 11), dat door België geratificeerd werd. In 2002 definieerde de bijzonder Rapporteur van de Verenigde Naties betreffende het recht op voeding het recht op aangepaste voeding als volgt :
« Right to adequate food is a human right, inherent in all people, to have regular, permanent and unrestricted access, either directly or by means of financial purchases, to quantitatively and qualitatively adequate and sufficient food corresponding to the cultural traditions of people to which the consumer belongs, and which ensures a physical and mental, individual and collective fulfilling and dignified life free of fear »..
Die definitie bevat alle normatieve bestanddelen die gedetailleerd worden gedefinieerd in General Comment 12 over het Internationaal Verdrag inzake de economische, sociale en culturele rechten :
« The right to adequate food is realized when every man, woman and child, alone or in community with others, has the physical and economic access at all times to adequate food or means for its procurement ».
In 2004 nam de Council van de FAO na twee jaar van debatten en onderhandelingen bij consensus de « Voluntary Guidelines to Support the Progressive Realization of the Right to Adequate Food in the Context of National Food Security » aan. De « Voluntary Guidelines » zijn niet bindend, steunen op het internationaal recht en geven richtlijnen over de tenuitvoerlegging van de bestaande verplichtingen. Ze zijn bestemd voor de Staten die Partij zijn in het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten en voor de Staten die het in de toekomst zullen ratificeren. Ze zijn er echter ook voor de individuen of organisaties die zich inzetten voor een betere tenuitvoerlegging van het recht op voeding op nationaal niveau (http://www.fao.org/righttofood/principles_en.htm).
Een opvallende richtlijn is die over de markten :
« 4.1 States should, in accordance with their national law and priorities, as well as their international commitments, improve the functioning of their markets, in particular their agricultural and food markets, in order to promote both economic growth and sustainable development, inter alia, by mobilizing domestic savings, both public and private, by developing appropriate credit policies, by generating sustainable adequate levels of national productive investment through credits in concessional terms and by increasing human capacity.
4.3 States should encourage the development of corporate social responsibility and the commitment of all market players and civil society towards the progressive realization of the right of individuals to adequate food in the context of national food security. » (ftp ://ftp.fao.org/docrep/fao/meeting/009/y9825e/y9825e01.pdf)
Dit wetsvoorstel is rechtstreeks ingegeven door die internationale richtlijnen van de FAO.
Artikel 2
Dit artikel strekt om het aanbod en de verspreiding te verbieden van financiële beleggingsproducten met als enig doel te speculeren op de stijging van de voedselprijzen en er voordeel uit te halen.
Het is niet de bedoeling de financiering te beletten van reële en rechtstreekse investeringen in de landbouwsector, noch verrichtingen van bepaalde economische spelers in de landbouw (bijvoorbeeld producenten van grondstoffen) om zich tegen prijsschommelingen in te dekken en zich te wapenen tegen prijsschommelingen van de voedingsgrondstoffen (bijvoorbeeld tussen het tijdstip van de oogst en het tijdstip van de verkoop).
Artikel 3
Dit artikel voorziet in een strafbepaling, met een verwijzing naar de bepalingen van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.
| Philippe MAHOUX. |
| Olga ZRIHEN. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Het aanbieden, verspreiden of promoten in België van financiële instrumenten in de zin van artikel 2 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten is verboden, ongeacht de aard ervan en inclusief de spaarverzekeringen en met name de verzekeringsproducten die gekoppeld zijn aan beleggingsfondsen, wanneer het rendement ervan geheel of gedeeltelijk rechtstreeks gekoppeld is aan speculatie op koersstijgingen van de voedingsgrondstoffen.
Art. 3
Elke overtreding van deze wet zal worden gestraft met de straffen waarin artikel 41 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten voorziet.
8 mei 2008.
| Philippe MAHOUX. Olga ZRIHEN. |
(1) (ftp://ftp.umh.ac.be/pub/ftp_lingtd/SOS.pdf).
(2) http://www.wfp.org/french/?NodeID=2.
(3) Tak 23 : het gaat om verzekeringscontracten die aan beleggingsfondsen gekoppeld zijn. De premie of het kapitaal wordt belegd in één of meer beleggingsfondsen. Het is niet meer de verzekeraar, maar de belegger die een risico neemt. In ruil krijgt hij het volledige rendement van zijn belegging. De verzekeraar van zijn kant gaat geen resultaatsverbintenis aan, maar een inspanningsverbintenis : de fondsen beheren als een « goed huisvader ». Er is een risico, maar dat wordt beperkt door de diversificatie van de beleggingen en de spreiding van dat risico, met name door in verscheidene landen te beleggen. Het uiteindelijke rendement van de « Tak 23 » hangt dus af van de financiële markten (aandelen, obligaties en/of liquideiten) waarin de fondsen belegd werden. Hoe meer kans op een hoog rendement (bijvoorbeeld omdat het om een belegging in aandelen gaat), hoe hoger het bijhorend risico. De belegger kan het succes van zijn belegging gemakkelijk volgen, aangezien de kranten maandelijks en elk kwartaal de opbrengsten van de Tak 23-fondsen per categorie van identieke fondsen publiceren. Op de gekapitaliseerde meerwaarden moet noch roerende voorheffing, noch personenbelasting worden betaald. Er moet alleen een verzekeringstaks van 1,1 % op de verrichte stortingen worden betaald.In beginsel gaat het om een verzekering : ze zal haar rol vervullen, te weten : de belegger garanderen dat het kapitaal zal worden uitbetaald aan de begunstigde(n).
(4) http://kbc-pdf.kbc.be/NG/feed/am/funds/FA/FA_BE0948059788_fr.pdf