4-27

4-27

Sénat de Belgique

Annales

MERCREDI 30 AVRIL 2008 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Hugo Vandenberghe au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur et au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles sur «les tests de dépistage de drogues dans la circulation» (nº 4-254)

Demande d'explications de M. Yves Buysse au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur et au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles sur «les tests de dépistage de drogues dans la circulation» (nº 4-258)

M. le président. - Je vous propose de joindre ces demandes d'explications. (Assentiment)

M. Melchior Wathelet, secrétaire d'État au Budget, adjoint au premier ministre, et secrétaire d'État à la Politique des familles, adjoint à la ministre de l'Emploi, répondra.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V-N-VA). - De 18 politiezones en de wegpolitie van Limburg hielden tijdens het weekend van 19 en 20 april 2008 een grote SLIM-actie met gecombineerde controles op alcohol, drugs en snelheid. De Limburgse gouverneur, die een bezoek bracht aan een controlepost, waar zich toevallig ook Vlaams parlementslid Koninckx bevond, verklaarde dat de drugstests veel tijd in beslag nemen en drong daarom aan op een vereenvoudiging van de procedures bij drugstests.

Reeds op 9 december 2004 stelde ik een vraag om uitleg aan de toenmalige minister van Justitie over `de drugstests in het verkeer'. De minister antwoordde het volgende: `Ik ontken zeker niet dat de bestaande drugstests in het verkeer vrij omslachtig zijn en dus veel tijd vergen van de politiediensten. (...) Gelet op de genoemde nadelen wordt reeds jaren gezocht naar een goed alternatief. Momenteel zijn er geen cijfers beschikbaar over het aantal tests dat jaarlijks wordt afgenomen.'

Rijden onder invloed van drugs kan minstens even gevaarlijk, zo niet gevaarlijker zijn dan rijden onder invloed van alcohol. In het algemeen verzet ik me trouwens al zo lang ik lid ben van de Senaat tegen drugs.

Acht de vice-eersteminister het wenselijk de drugstests voor de controle van automobilisten aan te passen? Is er al een betrouwbaar alternatief voorhanden?

Zijn er cijfergegevens over het aantal tests dat jaarlijks wordt afgenomen, zoals aangekondigd in het antwoord op mijn vraag om uitleg van 9 december 2004? Zo ja, welke conclusies kan men uit deze cijfers trekken?

In het antwoord op mijn vorige vraag om uitleg was sprake van een duidelijke stijging van het aantal dossiers dat de politieparketten openden ten gevolge van positieve drugstests? Hoe zijn deze cijfers de voorbije drie jaar geëvolueerd?

De heer Yves Buysse (VB). - In 2004 wees gewezen collega senator Wim Verreycken er al op dat de drugstests in het verkeer erg tijdrovend en duur waren en dat daarom zelden bestuurders gecontroleerd werden op drugsgebruik. De procedure waarmee rijden onder invloed kan worden vastgesteld, wordt uitvoerig uit de doeken gedaan in de wet betreffende de politie over het wegverkeer. De drugstest bestaat in de eerste plaats uit het vaststellen, door middel van een gestandaardiseerde testbatterij, van uiterlijke tekenen van invloed van drugs. Bevestigt die test de uiterlijke tekenen, dan wordt een urinemonster afgenomen. De politiediensten, die de test uitvoeren, moeten de nodige maatregelen treffen inzake de materiële organisatie voor het afnemen van een dergelijke test en de nodige voorzorgen nemen inzake discretie en hygiëne. Toont de urinetest aan dat bepaalde stoffen inderdaad de rijvaardigheid beïnvloeden, dan moet de betrokkene een bloedproef ondergaan, die nadien in een erkend laboratorium wordt onderzocht.

Dit is een vrij omslachtige procedure, die reeds meermaals door voormalig gouverneur van Antwerpen, Camille Paulus, aan de kaak werd gesteld. In zijn afscheidsrede op 17 april jongstleden formuleerde hij het als volgt: `Zolang één drugscontrole drie kwartier duurt wanneer én een fysieke testbatterij én een urineproef én een bloedproef moeten worden afgenomen, zal de wetgeving op de strafbaarheid van drugs achter het stuur grotendeels dode letter blijven. Die politiediensten die desondanks hun verantwoordelijkheid nemen, bewonder ik ten zeerste, maar evenzeer begrijp ik dat de huidige procedure ook hen soms demotiveert. Onder meer in het kader van het Rositaproject van de federale politie wordt al ettelijke jaren onderzoek naar snelle drugstests verricht. Het is nu meer dan tijd om tot beslissingen te komen.' Tot een gelijkaardige conclusie kwam onlangs zijn Limburgse collega Steve Stevaert. Ook hij pleit voor een vereenvoudigde procedure, zodat met hetzelfde aantal agenten meer controles kunnen worden uitgevoerd.

In 2002 waren er minstens 220 letselongevallen, waarbij minstens één bestuurder onder invloed van drugs of geneesmiddelen betrokken was. In deze ongevallen vielen er 11 doden, 76 ernstig gewonden en 265 lichtgewonden. Drugs en veilig verkeer gaan dus geenszins samen.

Wat is momenteel de stand van zaken omtrent de overschakeling op alternatieven ter controle van drugs in het verkeer, zoals de speekseltests?

Hoeveel testbatterijen, urinestalen en bloedproeven werden in het kader van drugscontroles in het verkeer afgelopen jaar afgenomen? Acht de minister dit voldoende? Hoeveel daarvan waren uiteindelijk positief?

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk. - Ik lees het antwoord van de vice-eersteminister.

De huidige procedure voor drugscontroles is inderdaad tijdsintensief en bestaat uit drie stappen: de testbatterij, de urinetest en de bloedproef. Uit de praktijk blijkt dat met een goede opleiding van de politieagenten en een frequenter gebruik van de tests die tijd kan worden verminderd. Het voordeel van de bestaande procedure is de zeer grote betrouwbaarheid ervan.

De vraag naar efficiëntere snellere drugstests is dan ook terecht, doch deze dienen ook betrouwbaar te zijn.

In het kader van de internationale studies Rosita I en II van de EU, waarin ook het NICC vertegenwoordigd was, werd in zes Europese landen en vier Amerikaanse staten gedurende 3 jaar in reële omstandigheden onderzoek gedaan naar de speekseltests in het kader van rijden onder invloed van drugs.

Uit het eindverslag van 2006 blijkt dat de speekseltests momenteel onvoldoende betrouwbaar zijn. Ze geven nog te veel vals-positieve en vals-negatieve resultaten. Nu al naar deze tests overstappen zou tot gevolg hebben dat onschuldige bestuurders valselijk positief testen, met alle gevolgen van dien, zoals het inhouden van het rijbewijs of het achterlaten van het voertuig. Omgekeerd kunnen bestuurders die wel onder invloed van drugs rijden, valselijk negatief testen, wat het ontradende effect van de controles helemaal teniet doet en ernstige gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid.

In 2006 werden ook de resultaten van het ROPS-project (Rijden Onder invloed van Psychoactieve Stoffen) gepubliceerd door de Programmatorische Overheidsdienst Wetenschapsbeleid. Hierin kwam men tot dezelfde bevindingen.

Momenteel worden de resultaten afgewacht van het Europese DRUID-project (Driving under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines). Er zal veel aandacht gaan naar het deel waarbij op grote schaal de bruikbaarheid van speekseltests door elf politieteams van Europa wordt geëvalueerd en waarbij onder andere in België de correlatie met bloedresultaten wordt gelegd. De komende maanden worden nog een aantal tests op het terrein uitgevoerd.

Momenteel bestaat nog geen alternatieve, efficiënte en betrouwbare controleprocedure voor rijden onder invloed van drugs.

Intussen kan wel onderzocht worden hoe we de huidige controleprocedure sneller kunnen doen verlopen door enkele kleine aanpassingen aan deze procedure aan te brengen. Bij een bekentenis zou bijvoorbeeld een bloedproef alleen kunnen volstaan.

Beide senatoren vroegen naar de cijfers inzake rijden onder invloed van drugs. Ik kan hun de cijfers geven die mij werden bezorgd door de federale wegpolitie, waar men sinds de tweede helft van 2002 deze gegevens bijhoudt. Uit deze cijfers blijkt dat het aantal testbatterijen in 2007 in vergelijking met 2002 bijna verdrievoudigd is. De doelstellingen inzake het aantal uit te voeren testbatterijen, zoals geformuleerd in het actieplan Verkeer van de federale wegpolitie, werden vanaf 2004 elk jaar opnieuw behaald en zelfs elke keer overtroffen. Het percentage urinestalen ten opzichte van het aantal testbatterijen is gedaald.

De resultaten van de uitgevoerde bloedproeven worden niet gecentraliseerd.

Het NICC, waar vermoedelijk het grootste deel van de bloedanalyses wordt uitgevoerd, deelde wel cijfers mee, waaruit het aantal positieve resultaten per jaar kan worden afgeleid.

Ten slotte was er een vraag over de frappante stijging van het aantal dossiers over positieve drugstests dat de politie en de parketten opmaakten. Deze cijfers konden binnen het korte tijdsbestek niet worden geleverd.

Ik zal de minister vragen ook deze gegevens te bezorgen zodra ze beschikbaar zijn.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V-N-VA). - Het probleem werd reeds in 2004 gesignaleerd en nu, bijna het midden van 2008, is er nog geen sluitende oplossing. Misschien ligt het probleem op wetenschappelijk vlak. Ik dring erop aan dat de mogelijkheid wordt nagegaan om meer doorgevoerd wetenschappelijk onderzoek te voeren naar de actualisering van drugtests.

De heer Yves Buysse (VB). - Het onderzoek is er inderdaad niet op vooruit gegaan. Nu verstopt de minister zich een beetje achter het Europees onderzoek, waarvan we de resultaten nog moeten afwachten. Als die resultaten er over enkele maanden zijn, is dat positief, maar als het uitblijven van die resultaten een reden is om de volgende jaren niets te ondernemen, stellen we ons daar vragen bij.