4-617/1 | 4-617/1 |
6 MAART 2008
Door de wet van 26 maart 2007 houdende diverse bepalingen met het oog op de integratie van de kleine risico's in de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging voor de zelfstandigen, zullen ook de zelfstandigen vanaf 1 januari 2008 verzekerd zijn voor de kleine risico's.
Door artikel 27 van deze wet worden de bestaande voorrangsregels voor personen ten laste opgeheven. Enkel wanneer er tussen twee gerechtigden betwisting bestaat omtrent bij wie een kind moet aangesloten zijn als kind ten laste, wordt een specifieke voorrangsregel ingesteld.
Voor alle situaties waarin bepaald moet worden bij welke gerechtigde een persoon ten laste aangesloten wordt, geldt vanaf 2008 het principe van de vrije keuze. Dat wordt in de memorie van toelichting gemotiveerd vanuit de stelling dat de voorrangsregels vooral bedoeld waren om de aansluiting te regelen van rechthebbenden die achtereenvolgens of tegelijkertijd de hoedanigheid bezitten van rechthebbende in de algemene regeling en van rechthebbende in de regeling voor de zelfstandigen.
Via de voorrangsregels kon dan bepaald worden binnen welk stelsel de aansluiting en de afrekening van de geneeskundige verstrekkingen diende te gebeuren. Vermits er inzake geneeskundige verstrekkingen vanaf 2008 slechts één stelsel meer bestaat, waarin zowel de loontrekkenden als de zelfstandigen opgenomen zijn, was van men van mening dat dergelijke determinerende voorrangsregels niet meer nodig waren en dat voortaan bijgevolg enkel het principe van de vrije keuze gehanteerd kan worden.
Impact van de huidige voorrangsregels
De impact van de huidige voorrangsregels strekt echter verder dan het loutere bepalen van het stelsel waarbinnen de afrekening van de geneeskundige verstrekkingen dient te gebeuren. Ook wanneer binnen eenzelfde stelsel verschillende mogelijkheden bestonden om een persoon ten laste aan te sluiten, bepaalden de voorrangsregels bij welke gerechtigde dit diende te gebeuren.
Hiërarchie tussen de types van persoon ten laste
Binnen het artikel 125 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, werd een hiërarchie tussen de verscheidene types van personen ten laste vastgelegd. Door de bepaling van het artikel 27 van de wet van 26 maart 2007 kan die hiërarchieregel niet behouden blijven na 31 december 2007.
Iedereen die tegelijkertijd in aanmerking komt voor verscheidene types van personen ten laste, kan bijgevolg zelf vrij kiezen in welke hoedanigheid hij zich aansluit. Wie bijvoorbeeld jonger is dan 25 jaar en gehuwd is met een gerechtigde, kan zelf kiezen of hij aangesloten wordt als kind ten laste bij een ouder, of als echtgenoot ten laste bij de partner. Dat hij kan kiezen om aangesloten te blijven als kind ten laste bij de ouders, is moeilijk verzoenbaar met de sociale en burgerrechtelijke realiteit.
De innige band die tussen echtgenoten bestaat en de wederzijdse engagementen die het gevolg zijn van een burgerlijk huwelijk, maken het logischer dat men aangesloten is als persoon ten laste van de partner dan van de ouders. Teneinde de aansluitingen van personen ten laste ook in de toekomst zo logisch mogelijk te laten verlopen, stellen wij voor dat de hiërarchieregel vóór 1 januari 2008 hersteld wordt. Op die manier kan de continuïteit van de huidige toepassing, die op het terrein overigens tot nog toe geen problemen opleverde, behouden blijven.
De hiërarchie tussen de verschillende types is de volgende :
1. echtgenoot ten laste;
2. kind ten laste;
3. ascendent ten laste;
4. samenwonende ten laste.
Voorrangsregel
Binnen datzelfde artikel 125 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 wordt tevens een voorrangsregel bepaald die aangeeft bij wélke gerechtigde een persoon ten laste moet worden aangesloten wanneer na toepassing van de hiërarchieregel blijkt dat verscheidene gerechtigden in aanmerking komen.
Deze voorrangsregels hebben tot nog toe steeds gezorgd voor duidelijkheid en houvast, zowel in hoofde van de burger, als in hoofde van de verzekeringsinstellingen. Bovendien zorgen deze regels voor administratieve stabiliteit.
Voorrangsregels ook binnen hetzelfde stelsel van toepassing
Deze voorrangsregels hadden niet alleen hun nut om te bepalen binnen welk stelsel de afrekening van de geneeskundige verstrekkingen gebeurde, maar ook om te bepalen bij welke gerechtigde een persoon ten laste aangesloten wordt wanneer de gerechtigden binnen eenzelfde stelsel aangesloten zijn.
Negatieve effecten van de afschaffing van de voorrangsregel zijn :
Instabiliteit
Het instellen van de vrije keuze als uitgangspunt zal onvermijdelijk leiden tot minder standvastigheid in de aansluiting van de persoon ten laste. Een vrije keuze impliceert immers ook dat een keuze kan herzien worden.
Wanneer de betrokken gerechtigden niet bij dezelfde verzekeringsinstelling aangesloten zijn, zal een intermutualistische gegevensuitwisseling nodig zijn vooraleer de persoon ten laste kan genieten van alle rechten.
Rechtsonzekerheid
Het instellen van de vrije keuze in hoofde van de leden kan soms zelfs negatieve gevolgen kan hebben. Zolang immers geen keuze gemaakt is, kan in geen enkel geval overgegaan worden tot aansluiting. Indien er echter duidelijke voorrangsregels zouden gelden waaruit steeds blijkt bij welke gerechtigde een persoon ten laste aangesloten wordt, zou men kunnen overgaan tot de ambtshalve aansluiting van een pasgeborene.
Op die manier wordt vermeden dat een kind geen rechten heeft op terugbetaling van geneeskundige verstrekkingen zolang de ouders geen keuze maakten omtrent bij wie de aansluiting als persoon ten laste dient te gebeuren. Zeker voor de groep van sociaal kwetsbaren kan gevreesd worden dat nagelaten wordt binnen een redelijke termijn dergelijke keuze te maken, waardoor de rechten van het kind in het gedrang komen. Ook wanneer de gerechtigde niet bekwaam of bij machte is dergelijke keuze te maken, stelt zich een probleem.
Bedoeling van het wetsvoorstel
Om een zo groot mogelijke rechtszekerheid te bekomen en om de administratie zoveel als mogelijk te beperken, wordt voorgesteld om de hiërarchieregel te herstellen, en om bijkomend een voorrangsregel te voorzien.
Zowel artikel 126 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging, als artikel 125 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van die wet dienen te worden aangepast.
Daarin wordt de huidige hiërarchieregel bestendigd, en wordt een voorrangsregel ingevoegd waardoor :
— de persoon ten laste aangesloten wordt bij diegene waarmee hij samenwoont;
— de persoon ten laste die niet samenwoont met de gerechtigde aangesloten wordt bij de oudste gerechtigde;
— de persoon ten laste die samenwoont met meerdere gerechtigden waarbij hij aangesloten kan worden, aangesloten wordt bij de oudste gerechtigde. Voor kinderen ten laste moet vooraf ook nagegaan worden bij welke gerechtigde, bedoeld onder artikel 123, 3 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, het kind bij voorrang aangesloten wordt. In dat artikel wordt onder de littera a tot f opgesomd onder welke afstammings- of verwantschapscondities een kind kan aangesloten worden als kind ten laste. Daarbij is het logisch dat littera a (kind ten laste bij natuurlijke ouders) primeert op de andere litterae, waarbij littera f het minst prioritair is.
Die regel wordt toegepast nadat met respect voor de hiërarchieregel bepaald is in welke hoedanigheid van persoon ten laste betrokkene zich bij voorrang dient aan te sluiten. Tussen de verscheidene types van persoon ten laste geldt dan volgende hiërarchie :
1. echtgenoot ten laste;
2. kind ten laste;
3. ascendent ten laste;
4. samenwonende ten laste.
Deze voorrangsregels liggen in het verlengde van de huidige voorrangsregels, en bieden een oplossing voor nieuwsamengestelde gezinnen. Implementatie van deze regels zal niet leiden tot een globale herziening van de dossiers. Ook de uitzonderingen op de hiërarchieregel die reeds van toepassing zijn in het koninklijk besluit van 3 juli 1996 blijven ongewijzigd van toepassing.
| Nahima LANJRI Georges DALLEMAGNE Wouter BEKE Anne DELVAUX Dirk CLAES Marc ELSEN Els SCHELFHOUT Miet SMET. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Artikel 126 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 en gewijzigd bij de wet van 26 maart 2007, wordt vervangen als volgt :
« Art. 126. — De Koning bepaalt bij welke gerechtigde een persoon wordt aangesloten die in toepassing van artikel 32, eerste lid, 17º, 18º of 19º als persoon ten laste bij verschillende gerechtigden aangesloten kan zijn. ».
Art. 3
Artikel 125 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 wordt vervangen als volgt :
« § 1. Wanneer een persoon aanspraak kan maken op verscheidene hoedanigheden als persoon ten laste, dient de inschrijving te gebeuren met inachtname van deze volgorde :
1º artikel 123, 1;
2º artikel 123, 3;
3º artikel 123, 4;
4º artikel 123, 2.
In afwijking van het voorgaande lid kan de feitelijke of van tafel en bed gescheiden echtgenoot worden ingeschreven in de hoedanigheid van persoon ten laste onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 123, 2, en voorzover zijn echtgenoot niet eist dat hij met toepassing van artikel 123, 1, te zijnen laste wordt ingeschreven.
In afwijking van het eerste lid, kan een persoon die zowel de hoedanigheid van kind ten laste in de zin van artikel 123, 3, als van samenwonende persoon ten laste in de zin van artikel 123, 2, kan laten gelden, ingeschreven worden als samenwonende persoon ten laste, op voorwaarde evenwel dat de gerechtigde geen bloed- of aanverwant tot en met de derde graad is. Bij betwisting tussen de in aanmerking komende gerechtigden omtrent de vraag bij wie de betrokken persoon zal worden ingeschreven, wordt de betrokkene ingeschreven bij de titularis waarmee hij een feitelijk gezin vormt.
§ 2. Wanneer een persoon overeenkomstig § 1 kan aangesloten worden als persoon ten laste bij verscheidene gerechtigden, wordt hij bij voorrang aangesloten bij die gerechtigde waarmee hij samenwoont.
Wanneer na toepassing van de vorige bepalingen nog niet kan worden vastgesteld ten laste van welke gerechtigde de persoon ten laste wordt aangesloten, geschiedt de aansluiting als persoon ten laste bij de oudste gerechtigde.
Voor personen ten laste die aangesloten willen worden in toepassing van artikel 123, 3, wordt vooraf ook rekening gehouden met de rangorde voorzien in het artikel 123, 3. ».
Art. 4
De Koning kan de bepalingen die door artikel 3 worden gewijzigd, opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen.
Art. 5
Deze wet treedt in werking op 1 januari 2008.
8 februari 2008.
| Nahima LANJRI Georges DALLEMAGNE Wouter BEKE Anne DELVAUX Dirk CLAES Marc ELSEN Els SCHELFHOUT Miet SMET. |