4-552/1

4-552/1

Belgische Senaat

ZITTING 2007-2008

12 FEBRUARI 2008


Voorstel van resolutie betreffende het sluiten van een juridisch bindend verdrag inzake de internationale handel in conventionele wapens

(Ingediend door de heer François Roelants du Vivier)


TOELICHTING


De illegale handel in lichte wapens en militair materieel, en het lakse toezicht op de uitvoer ervan door sommige Staten wakkeren overal ter wereld conflicten aan, die de duurzame economische ontwikkeling en de veiligheid van hele regio's ondermijnen. De internationale gemeenschap moet dit probleem aanpakken en een aangepast controle-instrument uitwerken.

Met een dergelijk internationaal instrument kunnen de nationale controlemaatregelen beter worden geharmoniseerd, wat de vrede en de veiligheid zal bevorderen. Het zal zeer nuttig zijn om de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in te perken. Het is de bedoeling dat het in de hele wereld van kracht is, en zal dus door de voornaamste invoerders en uitvoerders van wapens moeten worden aangenomen.

Een belangrijke stap in die richting was de goedkeuring op 6 december 2006 van resolutie 61/89 door de algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

Deze resolutie vraagt de Secretaris-Generaal om de standpunten van de VN-lidstaten in te winnen over de haalbaarheid, de werkingssfeer van en de ontwerpcriteria voor een alomvattend en juridisch bindend instrument dat gemeenschappelijke internationale normen vaststelt voor de invoer, de uitvoer en de overdracht van conventionele wapens (standpunten gebundeld in stukken A/62/278, delen I en II).

In overeenstemming met deze resolutie heeft de Secretaris-Generaal een groep deskundigen benoemd die 28 landen vertegenwoordigen. Deze groep zal de haalbaarheid, de werkingssfeer en de ontwerpcriteria voor een dergelijk alomvattend verdrag over de wapenhandel moeten bestuderen. Drie vergaderingen zijn reeds gepland voor het eerste semester van 2008. Het deskundigenverslag zal voorgesteld worden tijdens de 63e zitting van de algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Deze raadplegingen moeten de grondslag vormen van de toekomstige onderhandelingen over de wapenhandel.

De Gedragscode van de Europese Unie inzake de wapenuitvoer — die juridisch niet bindend is — is het meest verregaande internationale instrument voor het toezicht op de wapenuitvoer. De lessen die men getrokken heeft uit de interpretatie en de uitvoering van deze Gedragscode — in het bijzonder wat de criteria duurzame ontwikkeling en mensenrechten betreft — kunnen als leidraad dienen voor het nieuwe verdrag.

Tijdens de onderhandelingen zal België uiterst streng en veeleisend moeten zijn wat betreft de bestaande controlemechanismen en in het bijzonder moeten letten op de controle van de tussenpersonen, de naleving van embargo's en een grotere transparantie en parlementair toezicht op de uitvoer.

François ROELANTS du VIVIER.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. Overwegende dat het ontbreken van gemeenschappelijke internationale normen voor de invoer, de uitvoer en de overdracht van conventionele wapens een factor is die bijdraagt tot conflicten, tot verplaatsingen van bevolkingsgroepen, tot criminaliteit en terrorisme, en dus afbreuk doet aan de vrede, verzoening, veiligheid, stabiliteit en duurzame ontwikkeling;

B. Overwegende dat de werkingssfeer van het verdrag in detail moet worden aangegeven, en zowel de categorieën wapens van het VN-Register van conventionele wapens moet bevatten, als handvuurwapens en lichte wapens (SALW), munitie en draagbare luchtafweersystemen (Manpads), alsook de methodes voor het vervaardigen van de uitrusting;

C. Overwegende dat het verdrag een gedetailleerde lijst moet bevatten van criteria voor de besluitvorming over de uitvoer van wapens, zoals de naleving van wapenembargo's, in stand houden van de regionale stabiliteit, voorkomen van binnenlandse of regionale conflicten, voorkomen dat militair materieel naar ongewenste bestemmingen wordt omgeleid;

D. Overwegende dat het verdrag juridisch bindend moet zijn;

E. Gelet op het VN-Actieprogramma ter bestrijding van de illegale handel in lichte wapens;

F. Overwegende dat het verdrag de Staten niet zal beletten om wapens te kopen voor legitieme verdedigingsdoeleinden (een recht dat erkend wordt door artikel 51 van het Handvest van de VN) of voor de bescherming van hun burgers;

G. Overwegende dat de Staten verantwoordelijk zijn voor wapenoverdracht die onder hun jurisdictie valt en dat zij de regels daarover moeten opstellen;

H. Overwegende dat de Staten een mechanisme moeten afspreken voor de follow-up en de tenuitvoerlegging, met snelle, onpartijdige en transparante onderzoeken in geval van vermoedelijke schending van een verdrag over de wapenhandel, en met passende sancties voor de overtreders;

I. Overwegende dat het verdrag bindende maatregelen moet bevatten over de markering en de traceerbaarheid van wapens en munitie en over het toezicht op de tussenhandel in wapens;

J. Gelet op de besluiten van de Raad algemene Zaken van 10 december 2007;

K. Gelet op de resolutie van het Europees Parlement van 21 juni 2007;

L. Gelet op resolutie A/RES/61/89, op 6 december 2006 aangenomen door de algemene Vergadering van de Verenigde Naties;

Vraagt de regering :

1. de gepaste diplomatieke initiatieven te nemen om buiten de 27 landen van de Europese Unie bij andere landen en regionale organisaties de politieke wil te doen ontstaan om binnen de Verenigde Naties een juridisch bindend internationaal verdrag betreffende de wapenhandel op te stellen;

2. de werkzaamheden te steunen van de groep regeringsdeskundigen, waarvan 7 van de 28 leden afkomstig zijn van de Europese Unie; het totstandkomen van een gemeenschappelijk Europees standpunt binnen deze groep te bevorderen;

3. steun te verlenen aan de invoering in het verdrag inzake de wapenhandel van de bestaande verplichtingen van het internationale recht betreffende wapenoverdracht, inzonderheid op het vlak van de mensenrechten en het humanitair recht;

4. steun te verlenen aan de invoering in het verdrag inzake de wapenhandel van de uitwisseling van informatie over wapenoverdracht, met inbegrip van informatie over de eindgebruikers, dankzij een verbetering van het VN-register van conventionele wapens;

5. steun te verlenen aan de invoering in het verdrag inzake de wapenhandel van de definitie van een efficiënt controlemechanisme dat de deelnemende landen ertoe brengt strenge wetten en administratieve procedures aan te nemen, en dat gepaard gaat met de opleiding van regeringsdeskundigen voor de douane;

6. ervoor te zorgen dat in het verdrag activiteiten worden opgenomen zoals de tussenhandel (resolutie 60/81 van 11 januari 2006 van de Vergadering van de Verenigde Naties), de doorvoer en het overladen;

7. zich te baseren op het instrument van de Verenigde Naties inzake de markering en de traceerbaarheid van wapens om de aangewezen maatregelen in het Verdrag te laten opnemen;

8. in het Verdrag transparantiemaatregelen te laten opnemen (jaarlijkse bekendmaking van de nationale verslagen, opgenomen in een universeel VN-register);

9. steun te verlenen aan de internationale samenwerking die gericht is op het bestrijden van de handel in wapens en munitie die in strijd is met door de VN-Veiligheidsraad opgelegde wapenembargo's;

10. binnen de Europese Unie steun te verlenen aan de omzetting in nationaal recht van de bepalingen van Gemeenschappelijk Standpunt 2003/468/GBVB van de Raad van 23 juni 2003 over het toezicht op de tussenhandel in wapens; in de Europese Unie het standpunt te verdedigen dat de Gedragscode inzake de wapenuitvoer bindend moet zijn.

24 december 2007.

François ROELANTS du VIVIER.