4-6COM

4-6COM

Verenigde commissies

Handelingen

DONDERDAG 13 DECEMBER 2007 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Marleen Temmerman aan de minister van Buitenlandse Zaken en aan de minister van Middenstand en Landbouw, belast met Ontwikkelingssamenwerking over «seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in de Belgische ontwikkelingssamenwerking en verkrachtingen als oorlogswapen in Oost-Congo» (nr. 4-40)

De voorzitter. - De heer Bruno Tuybens, staatssecretaris voor Overheidsbedrijven, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken, antwoordt.

Mevrouw Marleen Temmerman (sp.a-spirit). - We blijven onheilspellende berichten ontvangen over het gebruik van seksueel geweld als oorlogswapen in Oost-Congo. De positie van vrouwen in oorlogsgebieden is vaak penibel. Het gebruik van geweld - vooral seksueel geweld - als oorlogswapen vraagt een multidisciplinaire aanpak en concrete acties op het terrein. In Nederland is zopas een nationaal actieplan voor de aanpak van geweld tegen vrouwen en de verbetering van de positie van vrouwen in oorlogsgebieden goedgekeurd. Dat plan is ondertekend door de overheid, ontwikkelingsorganisaties en kennisinstellingen. Voor de uitvoering van het plan werd een budget van vier miljoen euro uitgetrokken.

Het is wenselijk in België een gelijkaardig actieplan op te zetten. Wegens onze bijzondere aandacht voor Centraal-Afrika lijkt het me een goed idee om in elk geval voor dat gebied dringend noodkredieten vrij te maken. Met die middelen kunnen op korte termijn efficiënte maatregelen worden uitgewerkt, bijvoorbeeld hulp aan misbruikte vrouwen, die niet alleen zijn verkracht, maar op een gruwelijke manier werden gemutileerd. Dat geld kan dienen om het oorlogsgeweld beter in kaart te brengen, strategieën te bedenken zoals het inzetten van vrouwelijke militairen en hulpverleners om over compromissen te onderhandelen, bewustmakingscampagnes te voeren, lokale gezondheidsvoorzieningen te versterken enzovoort. Ook de straffeloosheid moet worden aangepakt en juridische vervolging van daders moet mogelijk worden gemaakt. Verkrachting wordt stilaan als normaal beschouwd en wordt ook overgenomen door de burgers. Vrouwen, en vooral zeer kwetsbare vrouwen, zijn daar uiteraard het slachtoffer van.

Kan de minister een stand van zaken geven van de politieke situatie met betrekking tot het thema van de verkrachtingen als oorlogswapen, specifiek in Oost-Congo?

Werd op de voorbije Afrika-Europatop in Lissabon met de betrokken Centraal-Afrikaanse leiders gesproken over dat probleem? Welke strategieën werden concreet voorgesteld?

Overweegt de minister, naar Nederlands voorbeeld, een Belgisch actieplan voor de aanpak van geweld tegen vrouwen en de verbetering van de positie van vrouwen in oorlogsgebieden? Het vrijmaken van noodkredieten is dringend.

Aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking wil ik vragen naar de opvolging van de beleidsnota die op 17 april 2007 in het parlement werd goedgekeurd. Het is een van de meest vooruitstrevende beleidsnota's in Europa op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Die beleidsnota heeft tot doel de standpunten en basisprincipes van de Belgische ontwikkelingssamenwerking op dit gebied kenbaar te maken. De nota vermeldt dat `rekening zal gehouden worden met seksuele en reproductieve rechten bij noodsituaties'. Hoe zal België de beleidsnota op het vlak van noodhulp toepassen? Hoe zal België praktisch optreden en aan genoemde rechten de nodige aandacht schenken? België engageert zich in de nota om zijn beleid te laten aansluiten bij het beleid van de Europese Unie en de internationale gemeenschap. Zal België proberen de EU- en VN-instanties over te halen om seksuele en reproductieve gezondheid en rechten hoog op de agenda te plaatsen? Zo ja, hoe is de minister van plan dat te doen? Op dit ogenblik worden seksuele en reproductieve rechten niet vermeld in het Koninklijk Besluit van 19 november 1996 in verband met noodhulp en hulp voor rehabilitatie op korte termijn ten gunste van ontwikkelingslanden. Zal de minister dat beleid herzien in de toekomst zodat die rechten volwaardig in het koninklijk besluit worden opgenomen?

De heer Bruno Tuybens, staatssecretaris voor Overheidsbedrijven, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken. - Ik lees het antwoord van de minister.

Door de grote schaal waarop seksueel geweld wordt gepleegd, is de toestand voor vrouwen in Oost-Congo ronduit alarmerend. Seksueel geweld wordt als oorlogswapen gebruikt en wel op een bijzonder barbaarse manier. Zowel leden van het Congolese leger, de Congolese politie, verschillende milities, als gewone burgers vergrijpen zich aan vrouwen.

Dat ook gewone burgers zich schuldig maken aan seksueel geweld is een zorgwekkende tendens. Seksueel geweld duurt blijkbaar voort na het beëindigen van het conflict.

Ons land schenkt zowel aandacht aan preventie als aan de opvang van de slachtoffers over het hele Congolese grondgebied. Ons land pleit voor een totaalaanpak: het wangedrag van het leger en de milities mag niet ongestraft blijven en de positie van de vrouw in de Congolese maatschappij moet worden versterkt. Alle nationale en internationale actoren dienen coherent op te treden.

In het strategische partnerschap en het actieplan die op de jongste EU-Afrikatop in Lissabon werden goedgekeurd, staat respect voor de mensenrechten en voor de rechten van de vrouw centraal. Speciale aandacht gaat naar conflictsituaties en broze staten waar geweld en seksueel geweld tegen vrouwen worden gebanaliseerd. Het strategische partnerschap en het eerste actieplan voorzien in een aantal maatregelen om die banalisering tegen te gaan.

België pleit voor een meer gerichte aanpak van de problematiek. Ons land deed dat onder meer in de marge van de Algemene Vergadering van de VN-Veiligheidsraad eind oktober. We hebben er opgeroepen om resolutie 1325 `Vrouwen, Vrede en Veiligheid' toe te passen. Ons land steunt de analyse en de aanbevelingen die mevrouw Ertürk als speciale VN-rapporteur inzake seksueel geweld tegen vrouwen na haar bezoek aan de DRC in juli 2007 heeft geformuleerd.

België verwelkomt de recent opgerichte interne VN-taskforce die de problematiek van het seksuele geweld tegen vrouwen in de DRC van nabij zal volgen. Mede onder druk van ons land zal die problematiek ook integraal deel uitmaken van het nieuwe MONUC-mandaat. Tijdens de discussies in de VN zal ons land erop toezien dat de problematiek niet alleen in het mandaat van de missie wordt opgenomen, maar dat de missie haar aandacht ervoor ook daadwerkelijk verhoogt.

Het algemene thema van de verbetering van de rechten van de vrouw komt terug in alle hoofdstukken aan het REJUSCO-programma, waaraan België voor 2007 een extra budget van 2,4 miljoen euro heeft toegekend.

België laat bovendien geen kans onbenut om er bij de Congolese autoriteiten op aan te dringen duidelijke signalen te geven en de strijd tegen de straffeloosheid daadwerkelijk te voeren, ook ten aanzien van de eigen militairen.

Ten slotte komen ook de naleving van het internationale humanitaire recht en de mensenrechten aan bod in de opleiding die Congolese officieren ontvangen in het kader van het militaire partnerschap van ons land met de DRC.

Met betrekking tot de vragen over de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in de Belgische ontwikkelingssamenwerking kan de minister niet vooruitlopen op de toekomstige begrotingen voor ontwikkelingsbeleid, maar houdt zij er wel rekening mee dat ons land zich ertoe heeft verbonden tegen 2010 de begroting ontwikkelingssamenwerking op te trekken tot 0,7% van het bnp. In dat verband mogen we er dus van uitgaan dat ook de begroting voor de bevordering van de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) proportioneel zal stijgen.

Zo is besloten de Belgische bijdrage aan de bestrijding van HIV/AIDS tegen 2010 jaarlijks tot 30 miljoen euro op te trekken. Als de ministerraad en het parlement de begroting goedkeuren zal België zich de komende maanden geregeld actief moeten inzetten in de strijd tegen seksueel geweld.

Die verbintenis zou de vorm krijgen van financiële steun aan de aanbeveling Brussels Call for Action die 21 punten bevat om het gebruik van seksueel geweld tijdens en na conflicten te bestrijden.

Het departement vraagt aan de organisaties belast met noodhulp, rehabilitatie en conflictpreventie in de door ons land gefinancierde programma's meer rekening te houden met vrouwen en kinderen. Vooral bij de onmiddellijke hulpverlening in het kader van natuurrampen worden die aspecten onder druk van de bijzonder moeilijke omstandigheden soms gemakkelijk over het hoofd gezien. Ook bij de hulpverlening aan vluchtelingen en ontheemden, al dan niet in kampsituaties, dient hieraan meer aandacht te worden besteed.

België zal in zijn programma's van noodhulp, rehabilitatiehulp en conflictpreventie een curatieve, preventieve en reproductieve gezondheidszorg in zijn humanitaire hulp integreren, het personeel voor vredesmissies en humanitaire acties vorming geven over SRGR en voorzien in zorg en begeleiding voor slachtoffers van seksueel geweld. De problematiek van geweldpleging tegen vrouwen en meisjes in het kader van complexe noodtoestanden en gewapende conflicten krijgt eveneens bijzondere aandacht.

In het raam van onze noodhulp is ons land van plan in de toekomst naast opvang en hulp aan de slachtoffers ook meer aandacht te besteden aan programma's met betrekking tot preventie. Concreet moedigt het departement de ngo's van Noord en Zuid die opkomen voor seksuele reproductieve gezondheid en rechten nu al aan activiteiten te ontwikkelen in de lokale gemeenschappen in moeilijke gebieden zoals Oost-Congo.

Als niet-permanent lid van de VN-Veiligheidsraad in 2007 en 2008 waakt België erover dat tijdens en na gewapende conflicten en humanitaire en militair-humanitaire interventies rekening gehouden wordt met de problematiek van de seksuele reproductieve gezondheid en rechten en in het bijzonder met de strijd tegen seksueel geweld. Zo heeft België het initiatief van het Ghanese voorzitterschap aangemoedigd om een debat te organiseren over de opvolging van de resolutie Vrouwen, Vrede en Veiligheid.

België heeft ook de aandacht gevestigd op het probleem van seksueel geweld bij gewapende conflicten. De nadruk werd gelegd op de rol van de internationale gemeenschap en de leidende rol van de Veiligheidsraad ter zake.

België heeft tijdens de lopende werkzaamheden ter voorbereiding van de 62ste Algemene VN-Vergadering actief meegewerkt aan de cosponsoring van verschillende resoluties rond dit thema. Zo was België cosponsor van de Namibische resolutie The Girl Child rond de bijzondere kwetsbaarheid van meisjes voor seksueel geweld en mutilaties, van resoluties rond de werking van UNIFEM en van een belangrijke Senegalese resolutie rond obstetrische fistels die vaak het gevolg zijn van seksueel geweld.

Onze inspanningen beperken zich niet tot de Veiligheidsraad. België blijft zich actief inzetten in een belangrijke samenwerking met internationale organisaties van de VN-familie en andere, die een normatieve of proactieve rol spelen in het kader van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Het gaat bijvoorbeeld om de UNFPA, de WGO, UNAIDS, UNICEF, UNIFEM, de Wereldbank en het GFATM.

België werkt uiteraard ook nauw samen met de Europese Unie voor de uitvoering en eerbiediging van die rechten in de landen en pleit voor meer harmonisatie door uitwisseling van expertise en aanbevelingen tussen de verschillende lidstaten. Naar aanleiding van de bespreking van de conclusies van de Raad inzake Gender Equality and Women's Empowerment in Development Cooperation in mei laatstleden heeft ons land een progressief standpunt ingenomen, in tegenstelling tot Malta, Ierland of Polen die zich conservatiever opstelden. België heeft de invoering verboden van specifieke zinnen met betrekking tot seksueel geweld in de Consensus over Humanitaire Hulp, aangenomen tijdens de RAZEB van november 2007. Dit thema werd uiteindelijk door België ook aangekaart in de discussies over kwetsbare staten en over een onderlinge strategie EU-Afrika. Die strategie werd besproken door de staatshoofden op de top EU-Afrika in Lissabon.

Tijdens de planning van de steun waarin voorzien wordt in het tiende Europees Fonds voor Ontwikkeling dat volgend jaar in werking treedt, was België ook voorstander van een bijkomende toelage in het kader van de financiering van initiatieven die goed bestuur aanmoedigen en de partnerlanden aansporen om de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten te integreren in hun strategieën voor armoedebestrijding.

Momenteel vindt onder de leiding van de Bijzondere Evaluator van de Ontwikkelingssamenwerking een grondige evaluatie van de Belgische humanitaire hulp plaats. Het is niet uit te sluiten dat, als gevolg van de evaluatie, een herziening van het wettelijke en reglementaire kader van onze noodhulp zal worden overwogen. Een herziening of vervanging van het koninklijk besluit van 19 november 1996 betreffende noodhulp en rehabilitatiehulp op korte termijn kan hiervan deel uitmaken. In voorkomend geval zal rekening worden gehouden met alle relevante krachtlijnen van het beleid. De minister herinnert er in ieder geval aan dat vorig jaar een humanitair stuurplan werd goedgekeurd door de ministers van Buitenlandse Zaken en van Ontwikkelingssamenwerking. Het plan bepaalt expliciet dat de beschermingsmaatregelen in het bijzonder gericht zullen zijn op vluchtelingen of ontheemden (Internally Displaced Persons), met bijzondere aandacht voor vrouwen en kinderen, die in zulke situaties bijzonder kwetsbaar zijn. In geval van gewapend conflict zullen die maatregelen vooral betrekking hebben op de slachtoffers van seksueel geweld.

Mevrouw Marleen Temmerman (sp.a-spirit). - Ik dank de minister voor de uitgebreide nota die ongetwijfeld recht evenredig is met het belang dat de ministers aan deze materie hechten.

De voorzitter. - Het Belgische ontwikkelingsbeleid richt zich inderdaad zeer specifiek op de hier aangekaarte problemen, niet alleen in Afrika overigens. Ik verwijs bijvoorbeeld naar onze programma's in Afghanistan.