4-4COM | 4-4COM |
M. le président. - Mme Els Van Weert, secrétaire d'État au Développement durable et à l'Économie sociale, adjointe au ministre du Budget et des Entreprises publiques, répondra.
De heer Karim Van Overmeire (VB). - Ik vraag geen statistische informatie of cijfers. Op mijn vraag kan heel eenvoudig met ja of nee worden geantwoord.
Op 18 en 19 oktober jongstleden zijn de leiders van de landen van de Europese Unie het eens geworden over het zogenaamde Hervormingsverdrag, dat misschien de geschiedenis zal ingaan als het Verdrag van Lissabon. Het moet, zoals bekend, de Europese grondwet vervangen, die na de referenda in Frankrijk en Nederland ter ziele is gegaan.
Op 13 december zullen de regeringsleiders van de Europese Unie dit verdrag in Lissabon ondertekenen. Het ziet ernaar uit dat de heer Verhofstadt, eerste minister van de ontslagnemende regering, naar Lissabon zal afreizen om namens België zijn handtekening onder het document te plaatsen.
In België heeft de uitvoerende macht de verdragsluitende bevoegdheid en die geldt voor alle aspecten die op grond van het internationaal publiekrecht bijdragen tot de totstandkoming van het verdrag: onderhandelingen, ondertekening, authenticatie en ratificatie. De rol van de parlementen is eigenlijk beperkt tot het geven of weigeren van goedkeuring.
Met deze bevoegdheid is op zich niets mis, maar ze wordt altijd uitgeoefend binnen het concept van ministeriële verantwoordelijkheid. In dat opzicht is het logisch ervan uit te gaan dat het sluiten van verdragen in een periode van lopende zaken onderworpen is aan dezelfde beperkingen als elke andere handeling van de uitvoerende macht.
Drie categorieën handelingen vallen onder lopende zaken. Een eerste categorie zijn de handelingen van dagelijks overheidsbeheer. Daar valt het ondertekenen van een dergelijk verdrag volgens mij niet onder. In een tweede categorie zitten de beslissingen die het normale resultaat zijn van de procedures die vóór het ontslag van de regering werden aangevat. Ook daar valt het verdrag volgens mij niet onder. Hemel en aarde worden immers bewogen om ons ervan te overtuigen dat het Hervormingsverdrag een geheel nieuw verdrag is, helemaal anders dan het Europese grondwettelijke verdrag. Ik wijs er ook op dat de onderhandelingen over het Hervormingsverdrag gedeeltelijk werden gevoerd toen de regering al ontslagnemend was. Een derde categorie bevat de dringende zaken die de gemeenschap nadeel kunnen berokkenen indien ze niet terstond worden geregeld. Is het Hervormingsverdrag, waarop we al jaren wachten, zo belangrijk dat geen verder uitstel kan worden toegestaan? Ik denk het niet, want dit is geen zwaard van Damocles dat ons boven het hoofd hangt. Het gaat om een politieke keuze. De 27 Europese regeringsleiders willen deze zaak zo snel mogelijk van de baan met zo weinig mogelijk discussie in de verschillende lidstaten, zodat het geen onderwerp wordt van de campagne voor de Europese verkiezingen van 2009.
Ik heb dan ook volgende vragen.
Kan de eerste minister van een regering van lopende zaken wel een dergelijke zwaarwichtige politieke beslissing nemen? Valt het ondertekenen van een dergelijk belangrijk verdrag wel onder het begrip lopende zaken?
Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - De eerste minister laat weten dat hij deze vraag reeds heeft beantwoord in het Federaal Adviescomité voor de Europese aangelegenheden. Zijn antwoord was toen en is vandaag nog altijd: ja, deze dingen vallen onder de lopende zaken.
De heer Karim Van Overmeire (VB). - Ik ben mijn vraag begonnen met te zeggen dat ik niet vraag naar statistische informatie of cijfers, maar alleen maar ja zeggen is toch al te mager.
Het gaat hier om een fundamentele politieke kwestie. Een regering van lopende zaken kan geen begroting opmaken, geen nieuwe wetten voorstellen, geen benoemingen verrichten of nieuwe initiatieven nemen. Blijkbaar kan ze wel het Hervormingsverdrag tekenen. De eerste minister is hier wel bijzonder soepel met de Belgische constitutionele orde: de ene keer is hij zeer soepel, de andere keer erg strikt, naargelang het hem in de gegeven context goed uitkomt.
Wij zitten hier niet als de behoeders van de nachtrust van 27 Europese regeringsleiders, maar als behoeders van de constitutionele orde van het land en als zodanig vind ik het antwoord van de eerste minister bijzonder teleurstellend.