4-409/1 | 4-409/1 |
21 NOVEMBER 2007
Dit voorstel van resolutie neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 15 december 2006 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 3-2002/1 - 2006/2007).
In België telt men bijna 40 000 kankergevallen per jaar. Deze verontrustende cijfers herinneren er ons aan dat de strijd tegen kanker een prioriteit van het volksgezondheidsbeleid moet blijven.
Inzake kankerbehandeling hoeft het belang van een multidisciplinaire aanpak, die borg staat voor een optimale behandeling van de kankerpatiënten, niet langer aangetoond worden. Binnen deze totaalaanpak is de psychologische benadering essentieel. Daarom wil dit voorstel van resolutie het belang benadrukken van de psychologische dimensie, die al te vaak over het hoofd wordt gezien.
Nochtans is het altijd een schok om te vernemen dat men kanker heeft, en wordt het leven van de patiënt maar ook van zijn naasten er helemaal door overhoopgehaald. Kanker veroorzaakt reacties die zowel met het cognitieve, het emotionele als het gedrag te maken hebben (1) . Veel kankerpatiënten moeten immers het hoofd bieden aan een groot aantal problemen in hun dagelijkse leven, hun sociale leven, maar ook in het kader van hun behandeling wanneer zij te maken krijgen met chemotherapie, pijn, angst voor het verloop van de ziekte of de neveneffecten van de behandeling. Kankerpatiënten hebben dus te kampen met aanzienlijke moeilijkheden.
Vele studies tonen aan dat « 10 à 15 % van de naasten van kankerpatiënten in een hoge staat van ontreddering verkeren » (2) . Ook blijkt uit de wetenschappelijke literatuur « dat 10 à 30 % van de naasten van kankerpatiënten lijden aan een emotionele ontreddering van psychiatrisch niveau. In een geavanceerd stadium van de ziekte loopt dit percentage zelfs op tot 30 à 50 % » (3) . Uit deze statistieken blijkt hoe belangrijk het is dat kankerpatiënten en hun naasten snel begeleid worden.
Men oordeelt immers « dat een onbehandelde ontreddering gevolgen op lange termijn kan hebben voor de bereidheid van de patiënt om geneesmiddelen te nemen, voor de duur van zijn hospitalisatie, voor zijn kansen om te overleven, voor zijn wens om vroegtijdig te sterven en voor zijn levenskwaliteit en die van zijn naasten » (4) .
Bovendien blijkt duidelijk dat « psychologische ingrepen de levenskwaliteit en het dagelijkse functioneren van de zieken en eventueel van hun naasten verbeteren » (5) .
Psycho-oncologie is een vrij recente tak van de wetenschap, die zich heeft ontwikkeld ten gevolge van de positieve ontwikkelingen in de oncologie (6) . Genezing is immers mogelijk. « De dienstenmaatschappij heeft echter geleid tot minder uitwisseling in de praktische of emotionele hulp. Het wordt alsmaar moeilijker aan naasten steun te vragen waarvoor zij veel tijd moeten opofferen. Voor vele psychologische, sociale of psychiatrische gevolgen van kankeraandoeningen is een multidisciplinaire oncologische behandeling dan ook noodzakelijk geworden » (7) . Het werk van psycho-oncologen bestaat erin de psychische en fysieke integriteit van kankerpatiënten zo goed mogelijk te bewaren, omkeerbare stoornissen om te buigen en onomkeerbare stoornissen te compenseren. De psycho-oncoloog zorgt er met andere woorden voor dat de patiënt maar ook zijn naasten « zich kunnen aanpassen aan de aanwezigheid van kanker en alle gevolgen ervan, zodat hun levenskwaliteit erdoor verbetert » (8) .
In opdracht van de federale overheidsdienst Volksgezondheid werd in april 2005 een grootschalige studie uitgevoerd om drie fundamentele vragen te beantwoorden (9) :
1) hoe vertaalt zich de psycho-sociale ontreddering waarmee kankerpatiënten te maken krijgen in cijfers ?
2) hoe ontredderd zijn de naasten ?
3) hoe kunnen gespecialiseerde artsen deze ontreddering waarnemen en kwantificeren ?
Volgens deze studie hebben patiënten hoofdzakelijk met 38 soorten moeilijkheden te maken. De belangrijkste zijn van fysieke, psychosociale, relationele en seksuele aard.
De totaliteit van de gegevens vindt men in de tabel in bijlage 1.
De volgende tabel geeft de omvang aan van de moeilijkheden die diegenen die zich het meest met een kankerpatiënt hebben beziggehouden, ondervinden tijdens de laatste maand. De voornaamste moeilijkheden zijn van psychische, psychosociale, seksuele en communicatieve aard (bijlage 2).
Uit deze studie blijkt dat een vierde van de patiënten in een hoge mate van ontreddering verkeren en een vierde met een matige vorm van ontreddering geconfronteerd wordt. Bovendien leed één patiënt op de zes aan een matige depressie en één op de tien aan een ernstige depressie.
Deze essentiële gegevens tonen aan hoe belangrijk het is dat kankerpatiënten begeleid worden door gespecialiseerde psycho-oncologen.
Dat is waar het schoentje knelt. Volgens Belgische gegevens zouden tussen de 10 000 en 25 000 patiënten en evenveel naasten daar elk jaar voor in aanmerking moeten komen (10) . Om aan deze behoefte tegemoet te komen zou België dus moeten kunnen beschikken over minstens 350 psycho-oncologen. Er zijn vandaag echter slechts 70 psycho-oncologen in heel België, veel te weinig dus.
Ook is er een gebrek aan materiële middelen zoals lokalen, en een gebrek aan communicatie tussen de verschillende teams. Bovendien is de organisatie ontoereikend bij gebrek aan psycho-sociale interventies en aan een multidisciplinaire en psychologische aanpak (11) .
| François ROELANTS DU VIVIER. |
De Senaat,
A. gelet op de recente studie van april 2005 van de federale overheidsdienst Volksgezondheid over de noden en de organisatie van de psychosociale begeleiding van kankerpatiënten en hun naasten;
B. overwegende dat kanker reacties veroorzaakt die het cognitieve, het emotionele en het gedrag beïnvloeden;
C. overwegende dat duidelijk blijkt dat psychologische begeleiding de levenskwaliteit en de dagelijkse werking van de zieken en eventueel hun omgeving verbetert;
D. overwegende dat een Belgische studie aantoont dat een vierde van de kankerpatiënten geconfronteerd wordt met een hoge mate van ontreddering en een vierde met een matige vorm van ontreddering;
E. overwegende dat uit dezelfde studie blijkt dat een patiënt op zes lijdt aan een matige depressie en een op tien aan een ernstige depressie;
F. overwegende dat niet behandelde ontreddering gevolgen kan hebben op lange termijn voor de aanvaarding van geneesmiddelen door de patiënt, voor de duur van zijn hospitalisatie, voor zijn overlevingskansen, voor zijn wens om vroegtijdig te sterven en voor zijn levenskwaliteit en die van zijn naasten;
G. overwegende dat de meeste hulp aan kankerpatiënten geboden wordt door gespecialiseerde artsen, en dat zij grote moeilijkheden ondervinden om de ontreddering van hun patiënten te onderkennen en de neiging hebben om die te onderschatten;
H. overwegende dat volgens Belgische gegevens, 10 000 tot 25 000 patiënten en evenveel naasten elk jaar begeleid zouden moeten worden;
I. overwegende dat het aantal psycho-oncologen in heel België op 70 geraamd wordt, wat veel te weinig is;
J. overwegende dat er momenteel geen specifieke opleiding in de psycho-oncologie bestaat, en dat de kennis voornamelijk steunt op klinische ervaring;
K. overwegende dat de psycho-oncologische eenheden integraal deel moeten uitmaken van het multidisciplinaire team dat de kankerpatiënt begeleidt zodat de psychologische ontreddering van patiënten zo snel mogelijk opgespoord en behandeld kan worden;
L. overwegende dat het essentieel is dat psychologen, maar ook artsen, verplegers en beoefenaars van paramedische beroepen een opleiding in de psycho-oncologie krijgen,
vraagt de regering :
1. te voorzien in specifieke opleidingen in de psycho-oncologie voor psychologen, psychiaters, artsen, verplegers en beoefenaars van paramedische beroepen;
2. te voorzien in een budget om psycho-oncologische eenheden op te richten, die bestaan uit verschillende psycho-oncologen, en die integraal deel uitmaken van het medisch en chirurgisch team van een instelling die bevoegd is om basisprogramma's aan te bieden;
3. te voorzien in een budget om psycho-oncologische diensten op te richten, die bestaan uit verschillende psycho-oncologen die integraal deel uitmaken van het medisch en chirurgisch team van een instelling die bevoegd is om zorgprogramma's aan te bieden;
4. om de vijf jaar een nationale evaluatie te maken van de behoeften in de psycho-oncologie.
13 november 2007.
| François ROELANTS DU VIVIER. Alain DESTEXHE. Jacques BROTCHI. |

Bron : D. Razavi, I. Merckaert, Y. Libert, Étude des besoins et de l'organisation du soutien psychosocial des patients atteints d'un cancer de leurs proches, april 2005, Université Libre de Bruxelles, Vol. I, ULB, blz. 40.

Bron : D. Razavi, I. Merckaert, Y. Libert, Étude des besoins et de l'organisation du soutien psychosocial des patients atteints d'un cancer de leurs proches, april 2005, Vol. I, Université Libre de Bruxelles, blz. 87 en 88.

(1) D. Razavi, I. Merckaert, Y. Libert, Étude des besoins et de l'organisation du soutien psychosocial des patients atteints d'un cancer de leurs proches, april 2005, Université Libre de Bruxelles, Vol. 1, blz. 22.
(2) D. Razavi, I. Merckaert, Y. Libert, o.c., blz. 6.
(3) Ibidem.
(4) D. Ravazi, I. Merckaert, Y. Libert, o.c., blz. 12.
(5) http://www.bordet.be/servmed/minterne/psychol/engl/mission.htm
(6) http://spiral.univ-lyon1.fr/polycops/Cancerologie/Cancerologie-15.html
(7) D. Ravazi, I. Merckaert, Y. Libert, o.c., Vol. III, blz. 271.
(8) Ibidem.
(9) P. Scalliet, Psycho-oncologie et communication : formation des intervenants, colloquium over kanker gehouden in de Senaat, Brussel, 2005.
(10) P. Scalliet, Psycho-oncologie et communication : formation des intervenants, colloquium over kanker gehouden in de Senaat, Brussel, 2005; D. Ravazi, I. Merckaert, Y. Libert, o.c., Vol. III, blz. 312.
(11) D. Ravazi, I. Merckaert, Y. Libert, o.c., Vol. III, blz. 312.