4-330/1 | 4-330/1 |
23 OKTOBER 2007
Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 28 september 2004 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 3-848/1 — 2003/2004).
Herhaling heeft drie gevolgen op strafrechtelijk vlak :
1º op het stuk van de straf, zoals vastgesteld in hoofdstuk V van titel 1 van het Strafwetboek;
2º op het stuk van de voorwaardelijke invrijheidstelling (wet van 5 maart 1998);
3º op het stuk van het ter beschikking stellen van de regering (wet van 9 april 1930).
De toepassingsvoorwaarden en de gevolgen van de herhaling zijn in de drie genoemde wetten echter niet dezelfde.
Het Strafwetboek voorziet in een verzwaring van de straf in geval van herhaling van een misdaad na een misdaad, een wanbedrijf na een wanbedrijf en een wanbedrijf na een misdaad. De hypothese van een misdaad na een wanbedrijf wordt niet behandeld.
Hetzelfde geldt voor de voorwaardelijke invrijheidstelling.
Het ter beschikking stellen van de regering na afloop van de straf is verplicht als het gaat om herhaling van een misdaad na een misdaad en facultatief in de andere gevallen. In deze wet is er wél sprake van herhaling van een misdaad na een wanbedrijf.
Dit voorstel heeft tot doel de verschillende wetten met betrekking tot de herhaling met elkaar in overeenstemming brengen zodat ze op een meer coherente manier kunnen worden toegepast en bovendien de werkingssfeer ervan uit te breiden tot herhaling van misdaad na wanbedrijf. Het concept van herhaling van misdaad na wanbedrijf moet in het Strafwetboek worden ingevoerd voor wat de vaststelling van de straf betreft, en zal logischerwijze ook worden toegepast op de voorwaardelijke invrijheidstelling. Daarnaast wordt voorgesteld om de rechter in alle gevallen van herhaling vrij te laten kiezen of hij de persoon in kwestie al dan niet ter beschikking van de regering stelt.
De indieners herinneren eraan dat dit voorstel een verlengstuk is van hun voorstel om het gedeelte van de straf dat moet worden uitgezeten alvorens voorwaardelijke invrijheidstelling mogelijk wordt, te verlengen.
De harmonisering van de wetteksten zal de werking van de wettelijke mechanismen verduidelijken en dat kan het imago van justitie bij de burgers alleen maar ten goede komen. Dat is het doel van dit voorstel.
| Marie-Hélène CROMBÉ-BERTON. François ROELANTS du VIVIER. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
In artikel 54 van het Strafwetboek, vervangen bij de wet van 23 januari 2003, worden de woorden « of tot gevangenisstraf van ten minste een jaar » gevoegd tussen de woorden « na tot een criminele straf te zijn veroordeeld » en de woorden « , een misdrijf pleegt ».
Art. 3
Artikel 22 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten wordt vervangen als volgt : « In de gevallen bepaald bij de artikelen 54 en 57 van het Strafwetboek, kunnen de recidivisten, behalve indien de vroegere straf voor een politieke misdaad werd opgelegd, bij het arrest van veroordeling gedurende 20 jaar na afloop van hun straf ter beschikking van de regering worden gesteld. »
Art. 4
In artikel 23, tweede lid, van dezelfde wet vervallen de woorden « in geval van herhaling van misdaad na wanbedrijf en ».
8 oktober 2007.
| Marie-Hélène CROMBÉ-BERTON. François ROELANTS du VIVIER. |