4-99/1

4-99/1

Belgische Senaat

BUITENGEWONE ZITTING 2007

17 JULI 2007


Voorstel tot wijziging van het Reglement van de Senaat, teneinde een gedragscode in te voeren inzake de individuele dienstverlening aan burgers door leden van de Senaat, en een commissie in te stellen die toeziet op de naleving ervan

(Ingediend door de heer Philippe Mahoux)


TOELICHTING


Dit voorstel tot wijziging van het Reglement neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 14 september 2005 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 3-1343/1 — 2004/2005).

Als vertegenwoordigers van de bevolking zijn verkozenen geroepen om dicht bij de burgers te staan.

Om deze rol te vervullen hebben zij gehoor voor de mensen en hun dagelijkse problemen.

Dit omvat onder meer concrete bijstand in de stappen die eenieder moet ondernemen, bijvoorbeeld bij de overheid.

Hoewel het in de eerste plaats de overheid zelf toekomt om de doeltreffendheid van de procedures te verbeteren, kunnen de bevoegde diensten alleen niet voldoen aan de behoefte om gehoord en in de juiste richting begeleid te worden omdat onze instellingen zo complex en moeilijk te vatten zijn.

De burgers hebben er belang bij dat verkozenen de mogelijkheid behouden om hen dergelijke diensten te verstrekken, onder meer via het dienstbetoon, waarbij zij een efficiënt en humaan antwoord kunnen geven op hun vragen, vooral als die vragen uitgaan van de minstbedeelden. De diensten die verkozenen in dat raam kunnen verstrekken, zijn des te belangrijker omdat ze een dam kunnen opwerpen tegen extremisme.

Verkozenen kunnen die rol van luisterend oor en raadgever echter alleen rechtmatig vervullen indien zij de beginselen en regels van onze rechtsstaat naleven.

In dat opzicht moet het beginsel van de scheiding der machten, en in het bijzonder dat van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, in alle omstandigheden nageleefd worden. Bovendien moet ieder optreden van de verkozenen ingegeven zijn door de beginselen van onpartijdigheid, integriteit en gelijkheid. Discriminatie op grond van nationaliteit, maatschappelijke toestand of religieuze, filosofische of politieke overtuiging is ontoelaatbaar.

Bekleders van een openbaar mandaat, de verkozenen, moeten steeds het algemeen belang laten voorgaan op individuele belangen. Dat is fundamenteel voor het vertrouwen dat de burgers hen schenken. De dienstverlening aan de bevolking moet vanzelfsprekend kosteloos zijn en iedere vorm van cliëntelisme of favoritisme moet uitgebannen worden.

Bijgevolg is het aangewezen om een aantal regels in te voeren die van toepassing zijn op alle individuele diensten die leden van de Senaat aan de bevolking verstrekken.

Het onderhavige voorstel tot wijziging van het reglement van de Senaat strekt er dus toe om een gedragscode in te voeren inzake de individuele dienstverlening aan burgers door leden van de Senaat, en een commissie in te stellen die toeziet op de naleving van deze code en die bevoegd is om tuchtmaatregelen op te leggen.

Philippe MAHOUX.

VOORSTEL


Artikel 1

In titel V van het Reglement van de Senaat wordt een hoofdstuk IIIter ingevoegd, met als opschrift « Deontologische commissie », dat de artikelen 86ter tot en met 86quinquies omvat, luidende :

« Art. 86ter. — Er wordt binnen de Senaat een deontologische commissie ingesteld, die toeziet op de naleving van de Code inzake de individuele dienstverlening aan burgers door leden van de Senaat, die als bijlage bij dit reglement gaat, en op de juiste interpretatie ervan.

De commissie wordt samengesteld overeenkomstig de regels die van toepassing zijn op de samenstelling van de vaste commissies.

De deontologische commissie vervult een tweevoudige rol : ze onderzoekt de klachten die ingediend worden betreffende overtredingen van de Code inzake de individuele dienstverlening aan burgers door leden van de Senaat, en de vragen die haar voorgelegd worden omtrent de interpretatie van de beginselen die erin vervat zijn.

Art. 86quater. — Eenieder die geconfronteerd wordt met een overtreding van de Code inzake de individuele dienstverlening aan burgers door leden van de Senaat, kan een klacht indienen bij de voorzitter van de Senaat binnen dertig dagen vanaf de kennisneming van de feiten die deze overtreding opleveren, of op het ogenblik waarop hij ervan kennis heeft kunnen nemen.

De voorzitter van de Senaat verklaart de klacht onontvankelijk indien geen enkel bewijselement de vraag staaft of indien de termijn verstreken is. Tegen deze beslissing, die met redenen omkleed moet zijn, kan geen beroep worden ingesteld.

Anonieme klachten zijn onontvankelijk.

Indien de voorzitter van de Senaat de klacht ontvankelijk verklaart, zendt hij haar over naar de deontologische commissie, die zich binnen dertig dagen uitspreekt na de betrokken senator te hebben gehoord.

Deze commissie vergadert achter gesloten deuren.

In geval van overtreding van de Code inzake de individuele dienstverlening aan burgers door leden van de Senaat, spreekt de commissie, naar gelang van de ernst van de overtreding, met absolute meerderheid van stemmen achter gesloten deuren een terechtwijzing uit of een publieke blaam. Bij staking van stemmen wordt de klacht verworpen.

Art. 86quinquies. — Iedere senator kan aan de deontologische commissie een vraag voorleggen betreffende de interpretatie van de beginselen van de Code inzake de individuele dienstverlening aan burgers door leden van de Senaat.

De commissie spreekt zich daarover uit binnen een termijn van dertig dagen vanaf de indiening van de vraag, bij volstrekte meerderheid van stemmen. »

Art. 2

Er wordt een Code inzake de individuele dienstverlening aan burgers door leden van de Senaat ingevoerd, die als bijlage bij het reglement van de Senaat wordt gevoegd, met de volgende tekst :

« Code inzake de individuele dienstverlening aan burgers door leden van de Senaat

1. Individuele dienstverlening aan burgers door senatoren

Artikel 1

Deze code is van toepassing op alle individuele diensten die senatoren aan burgers verstrekken, zowel in hun hoedanigheid van parlementslid, als, in voorkomend geval, in hun hoedanigheid van burgemeester, schepen, gemeenteraadslid, lid van een raad voor maatschappelijk welzijn of OCMW-voorzitter.

Daarbij wordt geen afbreuk gedaan aan het parlementaire controlerecht over het optreden van de regering, de ministers en staatssecretarissen, met inbegrip van hun bevoegdheden inzake organisatie en controle van de overheidsdiensten en de administratie.

Art. 2

In dat raam vervullen de senatoren in de eerste plaats de rol van bemiddelaar en vertrouwenspersoon tussen de burger en de bevoegde diensten of overheden om de aanvraag te behandelen.

Onverminderd de artikelen 3 en volgende, kunnen zij de burger doorverwijzen naar deze diensten of overheden, en naar de klachten- of ombudsdiensten die door de overheid georganiseerd zijn.

Art. 3

In het raam van de individuele diensten die zij aan de burgers verstrekken, kunnen de senatoren informatie inwinnen bij en doen toekomen aan de bevoegde overheden of diensten.

Art. 4

De senatoren vermijden in het Frans het gebruik van de woorden « médiation » of « service de médiation » om hun optreden te beschrijven, zodat geen verwarring ontstaat met de bij wet of decreet opgerichte ombudsdiensten.

Art. 5

Mits zij de geldende regels en procedures in acht nemen, is het ook de taak van senatoren om bijstand en steun te verlenen in het kader van de betrekkingen tussen de burgers en de gerechtelijke of overheidsinstanties.

In deze context kunnen zij de bevolking inlichten over de geschikte procedures om een vraag of een verzoek te richten tot de overheid, om informatie te verkrijgen over de stand van zaken in een dossier, of om bijkomende uitleg te vragen over de administratieve behandeling van een dossier.

In dat verband kunnen de senatoren de burgers helpen om een aanvraag of een kandidatuur op te stellen en te richten aan de bevoegde overheid.

Art. 6

Voor hun taak van bijstand aan de burgers en buiten hun wettelijke verplichtingen, treden senatoren niet op bij zittende magistraten, in welk stadium van de procedure ook en ongeacht de aangevoerde reden.

Met uitzondering van het optreden bij zittende magistraten, is het rechtstreekse optreden van senatoren bij de overheid toegestaan in het raam van hun rol van bijstand aan de burgers, voor zover de beginselen van gelijkheid en de geldende procedures en andere wettelijke regels in acht worden genomen.

De senatoren nemen in alle omstandigheden de noodzakelijke onpartijdigheid van de ambtenaren en diensten in acht.

Art. 7

Met inachtneming van de beginselen bepaald in artikel 6, zijn de vragen om concrete toelichting bij de regelgeving, bij een genomen beslissing, of bij de stand van zaken van een dossier toegestaan.

A posteriori kunnen senatoren vragen stellen over de objectiviteit van examens, tests, evaluaties, benoemingen, het toekennen van voordelen of de weigering ervan, of enige andere individuele bestuurlijke beslissing.

Art. 8

Elke vorm van optreden bij een selectie-, benoemings- of beslissingsinstantie met de bedoeling om, in strijd met het gelijkheidsbeginsel of het wettelijk kader, een beslissing te beïnvloeden, is verboden. Deze regel doet echter geen afbreuk aan de mogelijkheid voor een senator om de aandacht van de betrokken overheid te richten op specifieke elementen van een dossier, zoals de sociale context van de betrokkene.

Ook het opvragen en verspreiden van informatie betreffende de voorwaarden en de organisatie van aanwervings- of examenprocedures is toegestaan.

Art. 9

Elk optreden om de afhandeling te bespoedigen van een specifiek dossier dat binnen redelijke termijnen en volgens de geldende regels behandeld wordt, is verboden. Een senator kan echter blijk geven van ongerustheid over de evolutie van een dossier dat, volgens de informatie die hem verstrekt wordt, niet met de nodige spoed behandeld wordt.

Art. 10

Onder voorbehoud van hulp aan wie in gevaar verkeert, geschieden het optreden of de andere individuele diensten van een senator op vraag van de burger.

Art. 11

De senatoren kunnen de werkzoekenden op de hoogte houden van werkaanbiedingen in de privé- en de openbare sector.

De senatoren kunnen ook werkzoekenden aanbevelen bij werkgevers uit de privésector.

2. Regels voor de bekendmaking van de dienstverlening van senatoren aan burgers

Art. 12

Rechtstreeks of zijdelings publiciteit geven aan de dienstverlening van senatoren aan burgers wordt beperkt tot het contactadres, het mandaat en de partij, en de spreekuren van de senatoren. Dergelijke publiciteit is niet toegestaan via radio of televisie.

Art. 13

Tijdens de verkiezingscampagnes van de senatoren maken de mailings die gericht zijn aan individuen, geen melding van de diensten die zij eventueel voor de ontvangers ervan hebben verricht. In geen geval mogen zij de indruk wekken dat zij om een stem vragen in ruil voor bewezen diensten.

Wanneer hun verkiezingscampagne bedoeld is voor het publiek in het algemeen, kunnen de senatoren in algemene termen melding maken van de diensten die zij aan de burgers verstrekken. ».

12 juli 2007.

Philippe MAHOUX.