4-97/1 | 4-97/1 |
17 JULI 2007
Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 1 februari 2007 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 3-2050/1 — 2006/2007).
Tijdens de voorbije twintig jaar is orgaantransplantatie één van de medische gebieden waarin duidelijk vooruitgang is geboekt. Er zijn levens gered en veel patiënten hebben nu, na een transplantatie, een behoorlijke levenskwaliteit.
Ons land heeft meer bepaald « Eurotransplant », de supranationale instelling voor toewijzing van organen, erkend. Binnen deze instelling is er vrij verkeer van organen tussen de landen die deel uitmaken van Eurotransplant, uiteraard op basis van een aantal criteria zoals de histocompatibiliteit en de dringendheid.
De landen die lid zijn van Eurotransplant kunnen zo op een wachtlijst komen in een ander land dat een exclusieve samenwerkingsovereenkomst heeft met Eurotransplant. Het is echter ook zo dat het hulpverleningscentrum van het Chinese transplantatienetwerk (CITNAC) actief is op internet, om op die manier de onmiddellijke beschikbaarheid van organen te garanderen.
Deze recente informatie heeft uiteraard de Belgische Vereniging voor Transplantatie (BVT) niet onberoerd gelaten. Zij besluit hieruit dat het niet onmogelijk is dat er organen worden weggenomen bij terdoodveroordeelden in de Volksrepubliek China.
De indieners van dit voorstel delen de mening van de heer Donckier, voorzitter van de Belgische transplantatievereniging en hoofd van de dienst digestieve heelkunde van het Erasmusziekenhuis te Brussel, die zegt dat deze praktijken ethisch onaanvaardbaar zijn en dat men orgaandonatie alleen kan bevorderen als het gaat om onbaatzuchtig betoon van solidariteit, binnen een uiterst strikt ethisch en moreel kader.
De wet van 13 juni 1986 is zeer duidelijk wat dit betreft, aangezien de afstand van organen en weefsels zonder winstoogmerk moet geschieden. Bovendien wordt elke burger als een potentiële donor beschouwd, hoewel hij en zijn naasten natuurlijk vrij blijven om het wegnemen van organen te weigeren.
Orgaandonatie blijft een essentieel probleem in België; er zijn niet genoeg donoren. In ons land is er, net als in alle Europese landen, een gebrek aan organen omdat de transplantaties geëvolueerd zijn en de resultaten de voorbije twintig jaar gevoelig zijn verbeterd. De regering-Verhofstadt heeft aandacht gehad voor dit aspect van het probleem en in de Kamer is in september 2006 een wetsontwerp ingediend. Het strekt ertoe de rechtstreekse gevolgen van deze vaststelling aan te pakken door structurele wijzigingen door te voeren die de situatie met betrekking tot het aantal beschikbare organen moeten verbeteren. Het moet echter gezegd worden : de wachtlijsten worden steeds langer en de mortaliteit terwijl men op de wachtlijst staat is reëel. Die mortaliteit is onaanvaardbaar, maar is een feit. Wij kunnen echter niet aanvaarden dat er in bepaalde landen organen kunnen worden weggenomen bij personen die daar niet mee instemmen of onder morele, financiële, politieke of ideologische druk worden gezet; organen die vervolgens gecommercialiseerd worden met het oog op transplantatie.
De indieners van dit wetsvoorstel baseren zich op twee fundamentele principes van de wet van 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen :
1. Afstand van organen, weefsels of cellen mag niet met een oogmerk van winst geschieden;
2. De toestemming tot het wegnemen van een orgaan, weefsel of cel bij levenden moet vrij en bewust worden gegeven. Ze is te allen tijde herroepbaar.
Deze principes worden uiteraard niet in acht genomen wanneer de potentiële donor een terdoodveroordeelde is. Volgens bepaalde inlichtingen zou de CITNAC zelfs aan buitenlandse patiënten de maanden december en januari aanraden om een transplantatie te laten uitvoeren, omdat dan « pieken » worden genoteerd in de orgaandonatie. In feite komen die maanden overeen met de traditionele periode van massale executies in China. Het voorbeeld van dit land toont duidelijk dat het op zijn minst wenselijk is dat men het misdrijf bestraft dat erin bestaat organen in het buitenland te kopen in de wetenschap dat men zodoende medeplichtig wordt aan een volkomen amoreel systeem. Vorig jaar in april had de Britse transplantatievereniging al de alarmbel geluid met betrekking tot de commercialisering van organen van geëxecuteerde Chinese gevangenen. Zij heeft meer bepaald opgemerkt hoe snel er soms compatibele organen werden gevonden en dat dit erop wees dat de gevangenen wel eens op bestelling geëxecuteerd zouden kunnen zijn, om te voldoen aan de vraag van de markt.
Dit voorstel legt een verbod op aan artsen om transplantaties in het buitenland te doen als de donor blootgesteld is aan morele, financiële, politieke of ideologische druk, of indien de toestemming van de donor niet op overtuigende wijze kan worden aangetoond.
De sancties waarin is voorzien in artikel 3 van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen zouden in dit geval van toepassing zijn op de arts die deze bepalingen niet in acht heeft genomen.
| Philippe MAHOUX. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Artikel 3 van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, wordt aangevuld als volgt :
« Er mag geen transplantatie worden uitgevoerd als de donor onder morele, financiële, politieke of ideologische druk is gezet of nog indien zijn toestemming niet op overtuigende wijze kan worden aangetoond. »
Art. 3
Deze wet treedt in werking op de dag van zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
12 juli 2007.
| Philippe MAHOUX. |