4-105/1

4-105/1

Belgische Senaat

BUITENGEWONE ZITTING 2007

26 JULI 2007


Voorstel tot invoeging in het Reglement van de Senaat van een artikel 23bis, met betrekking tot de aanwijzing van Europese facilitatoren in de vaste commissies

(Ingediend door de heer Philippe Mahoux)


TOELICHTING


Dit voorstel tot herziening van het Reglement neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 24 mei 2005 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 3-1202/1 — 2004 /2005).

Van oudsher hebben de verdragen betreffende de Europese Gemeenschap en de Europese Unie met geen woord gerept over de nationale parlementen. Tot in 1979 hoefde dat ook niet eens aangezien het Europees Parlement indertijd niet anders was dan een bijeenkomst van nationale parlementaire afvaardigingen die een fractie vormden naar politieke verwantschap. Sedertdien echter is het Europees Parlement een internationale assemblee geworden, die door rechtstreekse verkiezingen wordt samengesteld. Sedert 1979 berust de totstandkoming van de Europese regelgeving op de driehoek gevormd door de Commissie, de Raad en het Europees Parlement. De nationale parlementen zijn daar niet bij betrokken. Sedert de Europese Akte en daarna het Verdrag van Maastricht, het Verdrag van Amsterdam en het Verdrag van Nice hebben de lidstaten hun bedoeling laten blijken om de democratische legitimiteit van de Europese Unie te verstevigen.

Zij beseften maar al te goed dat niet alleen het Europees Parlement de democratische controle kan uitoefenen en ze hebben daarom besloten de nationale parlementen nauwer te betrekken bij de Europese aangelegenheden.

Bij het Verdrag van Maastricht werd dan ook een verklaring gevoegd over de rol van de nationale parlementen en de interparlementaire samenwerking. Het Verdrag van Amsterdam gaat nog verder en bevat een « protocol betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie ». Dat protocol erkent voorts de in 1989 ingestelde COSAC (Conference of the Community and European Affairs Committees of Parliaments of EU). Die conferentie biedt in de eerste plaats een forum voor discussie en dialoog tussen de nationale parlementen onderling alsook tussen die parlementen en de Raad van de Unie, die erin wordt vertegenwoordigd door de ministers van het land dat op dat ogenblik het voorzitterschap waarneemt.

Het verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa zal de Europese rol van de nationale parlementen nog versterken door aan die parlementen onder meer ruimere mogelijkheden te bieden om hun zienswijze te uiten over de interpretatie van het subsidiariteits- en het proportionaliteitsbeginsel, over de vereenvoudigde herzieningsprocedures en over de opbouw van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid.

Ook al worden de nationale parlementen nauwer betrokken bij de werkzaamheden van de EU-instellingen, toch ondergaan zij ook de stijgende invloed van de Europese Unie op hun eigen wetgeving. Iedereen is het erover eens dat meer dan de helft van de Belgische wetten thans een omzetting is van Europese regelgeving en dat die verhouding blijft toenemen. De Europese dimensie van onze wetgevende assemblee kunnen wij dus niet blijven over het hoofd zien.

Door zijn samenstelling brengt de Senaat zowel rechtstreeks verkozenen en gemeenschapssenatoren bijeen, die in de gewesten worden verkozen en die een band tot stand brengen met de assemblees van de deelgebieden.

Het Federaal Adviescomité voor de Europese Aangelegenheden telt tien leden van de Senaat, tien leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers en tien leden van het Europees Parlement. Door een Europese facilitator, tevens lid van de delegatie van de Senaat in het Federaal Adviescomité, als lid op te nemen in elke commissie zou de Senaat een meer proactieve rol kunnen spelen in Europese aangelegenheden, wat onontbeerlijk blijkt. Die facilitator zou onder meer bij de vaste commissies de Europese problemen aanhangig kunnen maken waarover het Federaal Adviescomité zich heeft gebogen, en tevens zorgen voor de follow-up van de Europese werkzaamheden in de bevoegde vaste commissies.

De indiener stelt voor in elke vaste commissie een Europees facilitator aan te wijzen, wiens taak erin bestaat binnen zijn bevoegdheid de voorbereidende werkzaamheden aandachtig te volgen die leiden tot de totstandkoming van richtlijnen, verordeningen en andere documenten afkomstig van de Europese instellingen via de activiteiten van het Federaal Adviescomité. Ook moet hij zijn vaste commissie daarvan op de hoogte houden.

De Europees facilitator :

— maakt deel uit van de delegatie van de Senaat in het Federaal Adviescomité voor de Europese Aangelegenheden;

— brengt de leden van zijn commissie op de hoogte van de werkzaamheden, adviezen, verslagen en voorstellen van resolutie van het Federaal Adviescomité wanneer die onder de bevoegdheid vallen van zijn vaste commissie;

— brengt in samenwerking met de diensten van het Federaal Adviescomité de leden van zijn vaste commissie op de hoogte van de wetgevingsvoorstellen en van alle andere documenten (groenboeken, witboeken, mededelingen, verslagen, alsook de teksten inzake wetgevingsprogramma of beleidsstrategie) die uitgaan van de Europese instellingen en verband houden met de bevoegdheden van zijn commissie;

— zorgt voor de follow-up van die documenten in zijn commissie;

— brengt het Federaal Adviescomité op de hoogte van het standpunt dat zijn commissie over die documenten inneemt;

— brengt in samenwerking met de diensten van het Federaal Adviescomité de leden van zijn commissie op de hoogte van de activiteiten van de Europese instellingen en meer bepaald van de vergaderingen van de Europese Raad en van het Europees Parlement.

Dit voorstel van wijziging van het reglement van de Senaat wil in elke vaste commissie een Europees facilitator als lid doen opnemen.

Philippe MAHOUX.

VOORSTEL


Enig artikel

In het Reglement van de Senaat wordt een artikel 23bis ingevoegd, luidende :

« Art. 23bis. — 1. Elke vaste commissie als bedoeld in artikel 21-1 wijst uit haar midden een Europees facilitator in het Federaal Adviescomité voor de Europese Aangelegenheden aan onder de leden van de afvaardiging van de Senaat. De Europees facilitator staat in voor de betrekkingen tussen de commissie en het Federaal Adviescomité voor de Europese Aangelegenheden.

2. Onverminderd het bepaalde in artikel 23-2, plaatst elke voorzitter van een vaste commissie in overleg met de Europees facilitator, eenmaal per maand de Europese Aangelegenheden op de agenda van zijn commissie, wanneer die zijn commissie aanbelangen.

3. De Europees facilitator brengt zijn vaste commissie op de hoogte van de werkzaamheden, de adviezen, de voorstellen van resolutie, de aanbevelingen en andere teksten van het Federaal Adviescomité voor de Europese Aangelegenheden, alsook van de wetgevingsvoorstellen en andere documenten die uitgaan van de Europese instellingen (Parlement, Raad en Commissie) wanneer die verband houden met de bevoegdheden van zijn vaste commissie. Tevens zorgt hij voor de follow-up van die documenten in zijn commissie.

4. De Europees facilitator deelt ook aan het Federaal Adviescomité het standpunt van de commissie mee waar hij facilitator is, met betrekking tot de wetgevingsvoorstellen en andere documenten die uitgaan van de Europese instellingen.

5. Een lid van de Senaat kan niet tegelijk aangewezen worden als Europees facilitator voor meer dan een vaste commissie. »

12 juli 2007.

Philippe MAHOUX.