Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-90

ZITTING 2006-2007

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Vraag nr. 3-4013 van mevrouw Anseeuw van 29 december 2005 (N.) :
Verwerking van asbest in de wegen. — Verantwoordelijke bedrijven. — Compensatie voor de slachtoffers. — Saneringskosten van de wegen.

In Nederland vond een belangrijke doorbraak plaats in de vergoeding van de slachtoffers van ziektes tengevolge van het verwerkte asbest in de wegen.

Het bedrijf Eternit wil smartengeld uitkeren aan Nederlandse slachtoffers van mesothelioom (longvlies- of buikvlieskanker) die deze ongeneeslijke ziekte hebben opgelopen door asbest in het milieu. Eternit liet dit weten aan de Nederlandse staatssecretaris van Milieu. Deze laatste noemde de houding van Eternit een « belangrijk signaal ».

Tot dusver keert het bedrijf alleen smartengeld uit aan werknemers of familieleden die door het werken met asbest in de Eternitfabriek mesothelioom hebben opgelopen.

Eternit sprak van een « voortschrijdend inzicht » over de gevaren van asbest, doch blijft weigeren mee te betalen aan de sanering van de asbestwegen.

De wijze waarop de slachtoffers schadeloos worden gesteld, is nog niet duidelijk. Eternit stelt zich alleen aansprakelijk voor milieuslachtoffers die te wijten zijn aan vroegere activiteiten van het bedrijf. Ook blijft het bedrijf claims afwijzen van klanten die asbestkanker hebben opgelopen door het werken met asbesthoudende producten.

Als Eternit geen goede regeling treft, start de Nederlandse staatssecretaris een gerechtelijke procedure. Het ministerie wil dat Eternit uiteindelijk ook meebetaalt aan de sanering van asbestwegen. De kosten worden geschat op ongeveer honderd miljoen euro. « Onze prioriteit ligt bij de slachtoffers. Dat willen we eerst geregeld hebben », verklaart een woordvoerder van het ministerie.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :

1. Hebben ook in België mensen ziekten (onder andere longvlies- of buikvlieskanker) opgelopen ten gevolge van de verwerking van asbest in de wegen ? Zo ja, om hoeveel patiënten gaat het in het totaal en hoeveel zieken komen er jaarlijks bij ?

2. Zijn de bedrijven die verantwoordelijk zijn voor het verwerken van asbest in de wegen, bereid gevonden om bovendien een compensatie uit te betalen aan de slachtoffers zoals in Nederland ? Heeft de geachte minister al dan niet in samenspraak met andere overheden hieromtrent reeds met de betrokken ondernemingen gesproken ?

3. Zijn er heden nog wegen waarin asbest werd verwerkt ? Zo ja, om welke wegen gaat het en waar zijn ze gelegen ? Is er reeds een overleg geweest met de bedrijven die deze asbest in de wegen hebben verwerkt, om ze te laten instaan voor de saneringskosten van deze wegen ?

Antwoord : Ik heb de eer het geachte lid als volgt te antwoorden.

1. Tot 31 maart 2007 werden enkel de werknemers die het slachtoffer waren van een beroepsziekte vergoed in het kader van de wetgeving betreffende de beroepsziekten, dat verschilt wanneer de werknemer tot de privésector of de sector van de provinciebesturen of lokale besturen behoort. Het Fonds voor de beroepsziekten — bevoegd voor de privésector en de lokale sector — inventariseert jaarlijks ongeveer 150 personen die onder de referentie « asbest » vergoed worden (codenummers 1.301.21 asbestose, 9.307 mesothelium veroorzaakt door asbest, 9.301.20 goedaardige aandoeningen van het borstvlies en het pericard veroorzaakt door asbest en 9.308 longkanker veroorzaakt door asbest). De kennis binnen dit fonds wordt aangewend om zich over het oorzakelijk verband uit te spreken teneinde een vergoeding uit te betalen. Dit is een complex werk, bijvoorbeeld in geval van een roker die met asbest gewerkt heeft en longkanker heeft. Bovendien wordt het onderzoek bemoeilijkt door de zeer lange latentieperiode van de ziekte (20 à 50 jaar). Sinds 2002 werden vijf gevallen rechtstreeks gelinkt aan de behandeling van wegen met asbest.

Er moet worden benadrukt dat dit cijfer enkel de werknemers betreft uit de privésector en uit de sector van de provinciale en lokale administraties. Jammer genoeg zijn er geen gegevens beschikbaar voor de openbare sector, buiten die van de provinciebesturen en lokale besturen.

2. De algemene regeling is dat indien het advies van dit fonds positief is, het slachtoffer een schadevergoeding zal ontvangen.

De schadevergoeding komt uit de middelen van het Fonds, dat op zijn beurt gefinancierd wordt door middel van werkgeversbijdragen.

Dit verslag kan ook gebruikt worden om aan de rechter een schadeloosstelling te vragen.

Op mijn initiatief heeft de programmawet (I) van 27 december 2006 het « Asbestfonds » opgericht, dat effectief werd op 1 april 2007. Dit Fonds kent een vergoeding toe aan alle slachtoffers getroffen door mesothelioom of asbestose (de bilaterale verspreide pleurale verdikkingen worden gelijkgesteld met asbestose), en dat voor alle beroeps-, milieu- of « collaterale » slachtoffers, werknemer, zelfstandige of zonder sociaal statuut. Het Asbestfonds wordt gefinancierd door een tegemoetkoming van de Staat, een algemene bijdrage ten laste van alle werkgevers, zowel uit de privésector als uit de openbare sector, en door een tegemoetkoming van het globaal beheer van de zelfstandigen. De voornoemde wet voorziet een tegemoetkoming ten voordele van de rechthebbenden van een asbestslachtoffer, waarvan het overlijden het gevolg is van een voornoemde aandoening. De Koning heeft de volmacht gekregen om in de toekomst andere aandoeningen gekoppeld aan asbest in overweging te nemen. De wetgever heeft gekozen voor een algemene oplossing eerder dan een oplossing in samenspraak met de individuele ondernemingen. Vermits het Nederlandse systeem geen regime van « beroepsziekten » kent dat vergelijkbaar is met het Belgische systeem, blijkt de Nederlandse oplossing niet opportuun te zijn.

3. Punt 3 is een regionale bevoegdheid en ik verzoek u deze vraag aan de ter zake bevoegde gewestelijke ministers te stellen.