Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-90

ZITTING 2006-2007

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 3-6491 van mevrouw Anseeuw van 28 december 2006 (N.) :
Extreem-rechtse jongeren. — Radicaliteit. — Programma's.

De tekst van deze vraag is dezelfde als die van vraag nr. 3-6490 aan de vice-eersteminister en minister van Justitie, die hiervoor werd gepubliceerd.

Antwoord : Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op haar vragen.

1. Racisme en radicalisme zijn een prioriteit voor de veiligheidsdiensten in dit land. De politiediensten volgen dit op, zowel vanuit hun bestuurlijke als vanuit hun gerechtelijke finaliteit. In het raam van hun opdrachten van bestuurlijke politie zijn de politiediensten, binnen strikte grenzen opgelegd door de ministeriële richtlijn MFO 3, gemachtigd om systematisch de activiteiten op te volgen van de groeperingen die een bijzonder belang vertonen voor de openbare orde. Deze lijst die jaarlijks herziend wordt en waarvan de herziening voorbereid wordt door de federale politie in overleg met de Veiligheid van de Staat, de algemene dienst Inlichtingen en Veiligheid en het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse, wordt via de algemene directie Crisiscentrum en het administratief en technisch secretariaat aan mij ter beslissing voorgelegd.

Extreemrechtse groepen, waarvan u er enkele heeft opgesomd in uw vraagstelling, kunnen dus ook op die lijst verschijnen mocht dit noodzakelijk zijn. Vanzelfsprekend zijn politiediensten, wanneer ze strafrechtelijke feiten vaststellen (zoals bijvoorbeeld het aanzetten tot misdaden of wanbedrijven of het aanzetten tot discriminatie, rassenscheiding, haat of geweld), gehouden hiervan proces-verbaal op te stellen en over te maken aan de gerechtelijke overheden.

2. In het kader van een gerechtelijk onderzoek kan onder strikte voorwaarden bescherming worden geboden aan getuigen, dit volgens de bepalingen van de wet van 7 juli 2002 houdende een regeling voor de bescherming van bedreigde getuigen en andere bepalingen. Hiervoor verwijs ik naar de minister van Justitie, mevrouw Onkelinx.

3. In het kader van een globale aanpak, waarbij we de activiteiten van zulke groeperingen op ons grondgebied ook onmogelijk maken, heb ik enkele maanden geleden bovendien de vraag gesteld aan het parlement om een wetsvoorstel in te dienen om extreemrechtse, racistische of terroristische groeperingen te laten verbieden door de strafrechter. Onze wetgeving laat immers toe de personen van zulke groeperingen te vervolgen. De groeperingen of bewegingen zelf kunnen evenwel niet buiten de wet worden gesteld.

4. Het is onmogelijk een overzicht te geven van het aantal gevallen van extreem rechts geweld. Dit komt omdat deze geweldsdelicten niet als dusdanig opgenomen worden in de statistieken.

5. Het fenomeen extreem rechts is een problematiek die door de Veiligheid van de Staat wordt opgevolgd, die onder de bevoegdheid valt van mijn collega van Justitie, mevrouw Onkelinkx, aan wie u de vraag ook gesteld heeft. De geïntegreerde politie volgt eveneens deze invloedssfeer op, maar dan in het kader van haar bestuurlijke (verstoren van de openbare orde) en gerechtelijke (plegen van strafbare feiten) bevoegdheden. Het is uiteraard extreem moeilijk om de inventaris van strafbare feiten in verband met extreem rechts in rekening te brengen.